Twickelbulletin pagina 16 14 1982

geleidingscommissie’ naar het bosbedrijf op een tweetal landgoederen waar bosbouw op ecologische basis (’naturgemasse Waldbau) wordt toegepast. Deze excursies zijn op initiatief van ondergetekende gehouden en met medewerking van Staatsbosbeheer en Graaf Sol ms (van het landgoed Weldam) georganiseerd. Het betreft bezoeken aan de Bergherbossen (Montferland) van deStichting Huis Bergh te’s Heeren- berg en aan Gut Varlar bij Burgsteinfurt van Furst Salm en Gut Frens- wegen bij Lage van Furst Bentheim. Hieronder worden beknopt de bevindingen beschreven, in de optiek van ondergetekende, van het bezoek aan de Bergherbossen en aan Gut Varlar. Het objekt Frens- wegen blijft hier verder buiten beschouwing: dit betroffen produktie- bossen (met veel exoten) op puur commerciele basis en zij vielen als zodanig buiten het doel van de excursie om meer kennis te nemen van bosbouw op ecologische grondslag. Bosbouw en natuurbehoud in de Bergherbossen (Montferland) Op 22 maart 1982 heeft de voltallige ’Begeleidingscommissie’ aange- vuldmet Graaf Solms, Ir. De Lange (houtvester van Staatsbosbeheer) en de heerTe Veldhuis (bosbaas van Twickel) een bezoek gebracht aan het bosbezit van deStichting Huis Bergh in ’s-Heerenberg. Wij zijn hierzeer gastvrij ontvangen en rondgeleid door de heer J.H.A. van Heek, rentmeester Van Petersen en bosbaas Stienesen. Het bosbezit van de Stichting Huis Bergh omvat ca. 1600 ha en bedekt de gehele stuwwal van Montferland. Voor een beschrijving van landschap en natuur van Montferland zou ik willen verwijzen naar een recent artikel in het tijschrift ’Vogels’(jrg. 2, nr. 10, juii/aug 1982). Het Bergherbos is vanaf prehistorische tijden door de mens beïnvloed. De loofhoutbossen werden voor de markenverdeling voornamelijk als hakhoutbos geexploiteerd, waarbij verspreid opgaande bomen (over- staanders) gespaard bleven: er is hier sinds onheugelijke tijden geen sprake meer van natuurbos (laat staan oerbos). Tegen het eind van de 18e eeuw werden de loofhoutopstanden geleidelijk vervangen door Grove Dennen opstanden. Slechts een klein areaal aan eiken-hakhout bleef gespaard. Rond 1900 ging men uit van een omlooptijd van slechts 40 jaar: het bosbeeld werd toe vrijwel geheel beheerst door saaie eenvormige, dichte jonge grove dennen-opstanden ten dienste van de produktie van mijnhout, naast een klein areaal loofhout ten behoeve van hakhout en boerengeriefhout. In 1912 is het Bergherbos aangekocht door de Twentse industrieel Dr. Jan Herman van Heek. Dankzij de uitzonderlijke visie van deze cultuur- en natuurminnaar is het bezit van Huis Bergh in stand gehouden en verder uitgebreid. Feitelijk behoort Montferland tot de oudste natuur-

Twickelbulletin pagina 19 14 1982

missie (opnieuw aangevuld met de heren De Lange en Te Veldhuis, ontvangenen rondgeleid door Furst Salm zelf en zijn wetenschappelijk medewerker, Dr. Maier (als ik de naam goed heb opgevangen). Op Gut Varlar bedrijft Furst Salm al ongeveerveertig jaaruit overtuiging ’naturgemasse Waldbau’, hetgeen misschien het beste te vertalen is als ’bosbouw opecologische basis’. (Het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Nederland gebruikt in dit verband doorgaans de term ’natuurtech- nisch bosbeheer’, maar er is mede gezien de betrekkelijke nieuwheid van deze vorm van bosbouw in Nederland- veel spraakverwarring op dit terrain). Veel delen van het bezichtigde deel van Gut Varlar zijn beter vergelijk- baar met het landgoed Twickel dan het Bergherbos ( = gelegen op armere bodems), zij het dat op Varlar nog veel gunstiger (nl. kalkrijke) bodemtypen voorkomen dan op Twickel. Het laatste betreft met name het unieke ’Herrenwald’ bij Horstmar, dat perfect in zijn verticale opbouw is en met groot vakmanschap als Dauerwald geexploiteerd wordt. Hier troffen wij de mooiste voorjaarsvegetatie die schrijver dezes ooit gezien heeft (o.m. Lieve-vrouwe-bedstro, Longkruid, Gele Dove- netel, Sleutelbloemen, Blauwsporig Bosviooltje en Eenbes), hetgeen depotentievan de rijkstebossen van Twickel (Woolde, Oele) beduidend overtreft- dit uiteraard zonder hiermee aan genoemde bossen op Twickel enige af breuk te wi I len doen. Het meest interessant voor het doel van de excursie waren echter de volledig met Twickel vergelijkbare oude Grove Dennen-opstanden van 100 jaar en ouder met veel natuuriijke opslag van loofhout, de oudere Eikenbossen en de persoonlijke visie van Furst Salm op de gewenste verdere ontwikkeling van deze bostypen, verwoord door Furst Salm zelf. Wanneer men dit zelf gezien en gehoord heeft, begrijpt men dat Gut Varlar al sinds jaar en dag een klassiek ’bedevaartsoord’ is voor bosbouwers en natuurbeheerders. Het is natuurlijk niet eenvoudig om de uitgerijpte gedachten van deze vorm van bosbouw -de neerslag van vele jaren van denken en uitpro- beren en van vallen (vellen) en opstaan (opslaan)- in enkele zinnen weer tegeven. Hetkomt er echter in het kort op neer, dat men opVarlar(en in de ecologische bosbouw in het algemeen) afstand heeft genomen van dedoorbosbouw-tradities bepaaldecyclus van bosbedrijfsvormen, die gebaseerd zijn op oppervlaktegewijze verjonging, ontwatering en grondbewerking, aanplant van exoten die ontregelend werken op de bos-ecosystemen, boomsoorten die gerangschikt zijn naar leeftijd en soort, en bedrijfsplannen die zich baseren op relatief korte omlooptijden. Dit komt allemaal nogal revolutionair over, maar deze gedachtengang

Twickelbulletin pagina 21 20-1 1984-1985

M.F. Morzer Bruyns Landgoederen en landschapsbeheer Inleiding Landgoederen hebben ai eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld in het Nederlandse landschap. Vooral in de oude cultuurlandschap- pen bepaalden de landgoederen in hoge mate, en tot op de huidige dag herkenbaar, de landschappelijke structuren in vele delen van het land. Zij waren in veel landstreken immers de uitgangspunten voor de ontwikkeling van die streken, vooral op het gebied van de water- huishouding, van ontginning en van land- en bosbouw. Daarmee ging bijna zonder uitzondering het ontstaan van fraaie landschap- pen gepaard en eveneens het behoud en zelfs de verrijking van na- tuurwaarden. Het is nog zo, dat landgoederen en landschaps- schoon haast spreekwoordelijk bij elkaar horen en dat ook nu nog landgoederen refugia zijn voor tal van bijzondere plante- en dier- soorten. Er is veel veranderd in het Nederlandse cultuurlandschap de laatste decennia. Er hebben zich ontwikkelingen voorgedaan waar- door de instandhouding van landgoederen, groot en klein, moeilijk is geworden. Er is daardoor al veel verloren gegaan. Voor wat er nog over is be- staat momenteel belangstelling, zowel vanwege de overheid, als vanwege instellingen en organisaties en ook van particuliere zijde. Van verschillende kanten wil men wat doen om landgoederen en hun waarden veilig te stellen en te behouden. De grootste gevaren, die de landgoederen tegenwoordig bedreigen zijn: de verplichte verdeling van eigendom bij vererving, de vrijwel onontkoomgare verarming, die de moderne landbouwbedrijfs- voering, veelal in verband met ruilverkaveling, mpt zich mee brengt en de sluipende aftakeling van natuur- en landschapswaarden door de ontwikkeling van openluchtrecreatieactiviteiten, die het gevolg zijn van het medegebruik van voor het publiek opengestelde land ­ goederen. Deze gevaren zijn bijna niet of heel moeilijk te omzeilen. De verliezen, die dat met zich brengt zijn ernstiger dan menigeen vermoedt. Het is daarom van belang, dat de samenleving niet volstaat met het als vanzelfsprekend accepteren dat er nog landgoederen zijn, om daarvan te genieten zolang dat kan, zonder dat er vanwege dat ge-

Twickelbulletin pagina 21 3 1988

Het Kasteel ligt zeer strategisch tussen de IJssel en het aflopende Veluwemassief, wat in vroegere eeuwen vaak van groot belang is gebleken. Maar ondanks dat is de middeleeuwse burcht in de tijd van Willem III, toen Godard van Reede op het kasteel woonde, geheel verwoest door de Franse legers. Toen Willem III het Loo Net bouwen, was dit voor Godard van Reede en zijn vrouw Ursula van Raesfelt de aanleiding om het verwoeste kasteel te herbouwen tot het huidige gebouw. Door de eeuwen heen hebben er wel moderniseringen plaatsgevonden maar het gebouw is sinds het eind van de 17de eeuw niet wezenlijk verandert. Boven de hoofdingang zit het wapen van de familie van Reede met het devies MALO MORI QUAM FOEDARIE betekent Liever de dood dan de schande. Door vererving is het kasteel in het begin van de 19de eeuw in het bezit gekomen van de familie Bentinck, die tot op heden eigenaar is van dit landgoed. De deskundige gidsen, die de rondleidingen verzorgden, vertelden veel over de historische achtergronden van het gebouw en zijn bewo- ners. In groepen leidden de gidsen ons via de groene zaal met pas opnieuw beklede meubels, de blauwe zaal, de bibliotheek, de eet- kamer met prachtige betimmeringen, kasten met zeerantiek porse- lein en kristal. In de verschillendevertrekken hangenschilderijen van oude bewoners. In de bibliotheek is gedurende dit jaar een grote vitrine opgesteld, met o.a. de juwelenkist van Mary Stuart en een ring die zij gedragen heeft. Mooi compleet ingericht is ook de grote zaal in het midden van het huis met uitzicht op de tuinen. Zeker moet niet vergeten worden te vermelden welk een mooie bloemstukken in alle kamers waren neergezet. Waarlijk indrukwekkend in dit huis is de grote vierverdiepingen hogetrappenhal. In dezetrappenhal kan men ook naar het onderhuis, waar de keukens, nog een grote eetkamer en de linnenkamer zijn gelegen. Voor de geinteresseerden was het leuk te zien welke attributen werden gebruikt in de keuken bij de bereiding van de maaltijden. Na deze rondleiding in het huis kon men nog naar de tuinen. De grote tuin, geinspireerd door Versailles en aangelegd in het begin van de 18de eeuw, kreeg alleen de aandacht van een paarenthousi- astelingen, die zich niet lieten weerhouden door de regen. Velen van ons zullen in een volgend seizoen een mooie dag uitzoeken om op een der openstellingsdagen de tuinen nogmaals te bezoeken, om dan te kijken naar de orangerie, de kruidentuin, de rozentuin en het openluchttheater. Ondanks de vele regen die deze dag gevallen is, was iedereen zeer enthousiast over het gebodene van de dag, waarbij een heel andere kant van het bezit van Twickel werden belicht. Het Hof te Dieren is

pagina 8 zomer 2012

Themajaar moet bekendheid draagvlak buitenplaatsen vergroten Het jaar van de Buitenplaatsen 2012 vestigt de aandacht op historische buitenplaatsen. Dit cultureel erfgoed is een belangrijk onderdeel van de rijke geschiedenis van Nederland maar de kennis laat te wensen over. “ledereen weet hoe kerken en kastelen zijn ontstaan maar de achtergrond van dit fenomeen kent bijna niemand." Wat is de overeenkomst tussen de grach- tengordel en buitenhuizen? Ze maken alle- bei onderdeel uit van de grote canon van de Nederlandse geschiedenis. Het grote verschil tussen de twee thema is dat de kennis en waardering van grachten- gordels veel groter is dan bij buitenplaat ­ sen. Waar de grachten bij jong en oud bekend zijn en als uithangbord van toeris- tisch Nederland fungeren, blijft de bekend ­ heid van buitenplaatsen achter. Het is kenmerkend, zegt voorzitter Rene Dessing van de Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012, dat er pas vorig jaar op internet een overzicht van alle erkende Rent Dessing: “Mijn drijfveer is dat die plekken gekoesterd en behouden blijven." 550 buitenplaatsen is gemaakt. "Die bestond voorheen niet, in het algemeen is er weinig over dit onderwerp bekend. Ik geloof oprecht dat 95 % van de Neder- landers, 00k mensen die goed gei meerd horen te zijn, geen idee heeft waar het over gaat. De historie, de wissel- werking stad – platteland, de bewoners, de onderlinge verbanden; allemaal onbe- kend.” Met het organiseren van exposities, discussiebijeenkomsten en publicaties wil de stichting dit historisch besef vergroten. Want als de kennis bij het grote publiek toeneemt, is het makkelijker om bij de politiek draagvlak te krijgen voor maat- regelen die ten goede komen aan het beheeren behoud van buitenplaatsen. Van de 6000 buitenplaatsen die de afgelopen eeuwen zijn aangelegd, is negentig procent verdwenen. “Zelfs in de jaren vijf- tig van de vorige eeuw is er nog gesloopt”, zegt Dessing. “En niet onderhouden is 00k een vorm van verval." Kooplieden Buitenplaatsen zijn doorgaans tussen 1600 en 1900 aangelegd door gefortuneer- de stedelingen. Op deze manier konden de kooplieden ontkomen aan de drukte, stank en ziektes (epidemieen) van de stad. De monumentale huizen vormen met hun bijgebouwen vaak een harmonieus geheel met het omliggende park of tuinen- complex. De bewoners verpoosden zich hier met behulp van literatuur, poezie, muziek, bloemen en beeldende kunst. De meeste buitenplaatsen zijn aangelegd in het westen en midden van het land. Doorgaans in landschappelijk aantrekkelijke gebieden die bovendien makkelijkte berei- ken waren. Op die manier zijn er veel buitenplaatsen gebouwd in polders en langs rivieren als de Vecht en Amstel. De herkomst van buitenplaatsen in Oost- Nederland is nauw gelieerd aan de adel. Terwijl in het midden en westen van het land de buitenplaatsen doorgaans werden gebruikt om de drukte van de stad te ont- vluchten en te recreeren, verbleef de adel permanent in de monumentale huizen, als landeigenaar of bestuurder. Inkomsten De buitenplaatsen mogen er van de buitenkant nog zo mooi uitzien, achter veel voordeuren schuilt verborgen leed. Veel eigenaren, of het nu stichtingen of particulieren zijn, hebben moeite de beheerkosten (onderhoud, energie) van het gebouw en het omringende landschap op te brengen. Het zijn niet alleen particu- liere eigenaren, 00k institutionele eigenaren als Natuurmonumenten en de provincial landschappen merken dat hun financiele positie minder wordt door teruglopende ledentallen en bezuinigingen van het rijk. “Met sommige buitenplaatsen gaat het uitstekend, met andere heel slecht”, nuan- ceert Dessing. De buitenplaatsen kunnen niet over een kam worden geschoren. Daarvoor zijn ze 00k in verschijningsvorm te divers. De kleinere buitenplaatsen, zoals die bijvoorbeeld veel voorkomen aan de Vecht, hebben geen grand waarmee ze inkomsten kunnen verwerven. De grotere, zoals landgoed Twickel, kunnen dit via bij ­ voorbeeld pacht en houtverkoop wel. “Maar als door de crisis pachters moeite hebben aan hun verplichtingen te voldoen, merken de grotere het 00k”, zegt Dessing. Nationaal belang De situatie dat de verantwoordelijkheid voor landschapsonderhoud meeren meer van het rijk wordt overgeheveld naar provincies vervult Dessing met zorg. “Ik ben niet tegen het feit dat provincies zich met buitenplaatsen bemoeien, maar dit kan leiden tot situaties dat bijvoorbeeld in Overijssel de boel prima voor elkaar is en dat in Zeeland de boel wegkwijnt.” Dessing wil dat het onderwerp op de

pagina 8 winter 2012

Kastelen Twickel en Ruurlo al eeuwenlang verbonden De band tussen de kastelen Twickel en Ruurlo was door de familiaire relatie tussen de eigenaren eeuwenlang hecht. Door bet verstrijken van de tijd is deze minder intensief geworden, maar nog altijd aanwezig, zo blijkt bij een bezoek aan baron en barones Van Heeckeren van Kell in Ruurlo. “Al heeft ons landgoed geen kasteel meer." Pal naast kasteel Ruurlo ligt landgoed Molenbos. Een smalle toegangsweg leidt naar de drie gebouwen die deel uitmaken van het landgoed, maar vroeger tot het kasteel behoorden. Er ligt nog een houten loopbrug tussen Molenbos en het kasteel maar die wordt niet of nauwelijks gebruikt. Ook aan de gebouwen is te zien dat Kasteel Ruurlo en Molenbos geen twee-eenheid meer zijn. De oude garage, opgetrokken in chaletstijl, is al in de jaren zestig verbouwd tot woonhuis. Het gebouw waar elektri- sche aggregaten stonden, doet nu dienst als kantoor en het uit 1783 stammende watermolengebouw is geschikt gemaakt als ontvangstruimte voor grotere gezel- schappen. De bewoners van Molenbos, J.D.C. (Carel) baron van Heeckeren van Kell en echt- genote Mary Jane barones van Heeckeren van Kell – van Tets, hebben wel een grote (historische) band met het kasteel. De eerste zes jaren na hun huwelijk woonden ze er naast. Ook na het overlijden van de ouders Willem baron van Heeckeren van Kell (in 1969) en zijn echtgenote (in 1976) hebben ze er nooit definitief hun intrek in genomen. “Mijn vader zei al dat wij het kasteel en het koetshuis nooit konden be- talen. Hij had gelijk. Je moet dan wel een heel groot vermogen hebben”, zegt baron Van Heeckeren. Brainwave Het kasteel is in 1978 verkocht aan de toenmalige gemeente Ruurlo. Daarmee kwam er een einde aan een periode van 4,5 eeuw waarin het kasteel in handen was van de familie Van Heeckeren. “Natuurlijk komen er emoties om de hoek kijken, maar toen de akte eenmaal gepasseerd was, was dat voorbij” verklaart baron Van Heeckeren. Hij heeft zelfs meegedacht over de bestemming van het kasteel. “Ik had in de krant gelezen hoe de ge ­ meente Vorden van een leegstaand kasteel een gemeentehuis maakte. Dat leidde tot een ‘brainwave’ bij mij.” Na een grondige renovatie werd kasteel Ruurlo in 1984 gebruik genomen als gemeentehuis. Het huis, met name de trouwzaal met fraai Italiaans plafond, is enorm populair als trouwlocatie. Ook na de gemeentelijke her- indeling, waardoor de functie van gemeente ­ huis verviel, bleef het dienst doen als trouwlocatie. Begin volgend jaar zal het kasteel verbouwd worden tot dependance van het nieuw te bouwen Museum voor Realisme in Gorssel (zie kader). De ge ­ meente is enthousiast, maar het echtpaar Van Heeckeren ook. “Eigenlijk gaat hier- mee een oude wens van mijn vader in vervulling”, licht baron Van Heeckeren toe. “Al bij zijn leven zei hij dat het mooi zou zijn dat het kasteel een museumfunctie zou krijgen.” “Het is goed dat er door het museum weer leven in de brouwerij komt”, vult barones Van Heeckeren aan. Band met Twickel Historisch is er een nauwe band tussen Van Heeckeren en het landgoed Twickel. Die is in de negentiende eeuw ontstaan door het huwelijk van de heer van Twickel, Jacob Unico Willem van Wassenaer met Sophia van Heeckeren van Kell (1805) en die van hun (stief)dochter Marie Cornelie van Wassenaer Obdam met Jacob Derk Baron en barones van Heeckeren van Kell.

pagina 7 najaar 2011

7 J A A R G A N G 2 O I g Twickel N A I A A R Directeur Seger baron Van Voorst tot Voorst van Het Nationale Park De Hoge Veluwe is lovend over Twickel. “Op het gebied van landgoed- beheer behoren ze tot de beste in Nederland.” Al pleit hij er wel voor de deuren van het kasteel iets meer open te zetten. "Twickel is den van de meest bijzondere landgoederen van Nederland. Als je er eenmaal geweest bent, maakt het indruk. Uiteraard is er een fraai huis, maar het gaat mij om de manier waarop het totale ensemble beheerd wordt. Dat is gewoon goed en heeft een voorbeeldfunctie in ons land. Ik heb er wel eens gejaagd, gewandeld en gefietst en dan zie ik dat de terreinen en gebouwen er goed bij liggen. Netjes in de verf, veel restauraties, zo hoort het. De tuinen behoren tot de mooi- ste van het land. Ik ben zeer onder de indruk hoe Michael van Gessel het park heeft vernieuwd, met name de hedendaag- se elementen spreken me erg aan. Een landgoed moet niet in een bepaald tijds- beeld blijven hangen. Ik ben over de hele linie positief, al vind ik het jammer dat het huis beperkt toeganke- lijk is. Ons jachthuis St. Hubertus is met alle waardevolle kunst minstens zo kwets- baar als Twickel en dat wordt jaarlijks probleemloos door 40.000 mensen be- zocht. Je hoeft niet het hele huis open te stellen, maar een deel moet volgens mij kunnen. Dit is zo’n belangrijk erfgoed in Nederland en je vergroot volgens mij het draagvlak. De landgoedwinkel vind ik een heel goed initiatief maar ik vind het wel jammer dat je buiten het seizoen niet in het kasteelpark kunt. Ik zou bijvoorbeeld in de winter wel een kop chocolademelk in de Oranjerie willen drinken. Twickel en De Hoge Veluwe moet je niet met elkaar vergelijken. Twickel is een eeuwenoud landgoed met meer agrariers en gebouwen. De Hoge Veluwe, een samenraapsel van gebiedsdelen dat 100 jaar geleden bij elkaar is gekomen, is voor- namelijk natuur. Twickel is daarnaast meer vermogend en minder afhankelijk van be- zoekersaantallen. Wij moeten voldoende betalende bezoekers trekken, anders gaan we failliet. Onze voorzieningen zijn wel van een ander niveau en wij hebben met 5.400 hectare aaneengesloten gebied 00k veel meer ruimte dan Twickel dat op verschillende locaties grond heeft. We trek ­ ken nu 500.000 bezoekers maar kunnen er wel 700.000 kwijt. Wij hebben beide de taak om ons bezit zo duurzaam mogelijk in stand te houden en zo goed mogelijk over te dragen aan volgende generaties. Activiteiten op gebied van jeugdeducatie zijn in dit opzicht heel belangrijk. Jongeren zijn de ‘decision- takers’ van de toekomst. Ook zijn goede banden met de lokale en regionale politiek belangrijk. Ik denk dat Twickel en De Hoge Veluwe het erover eens zijn dat het nieuwe kabinetsbeleid kansen biedt. Jarenlang zijn 2 o 1 particuliere grondbezitters ten opzichte van organisaties als Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen niet gelijk behandeld. Zij hebben met belastinggeld hun bezittingen vergroot. Het argument was dat gronden ‘veilig’ moesten worden gesteld maar nu de subsidies teruglopen, schreeuwen ze moord en brand. Zo veilig is het kennelijk niet. Die mythe is door- geprikt. Laten ze kleinere stukken grond maar verkopen aan particulieren, die kunnen het veel goedkoper beheren. Animo genoeg. Op landbouwgronden kun je agrarisch natuurbeheer toepassen. Dat is om twee redenen aantrekkelijk. Je beloont de boer voor een ander natuur- vriendelijk gebruik en het levert meer op aan biodiversiteit. Voor bijvoorbeeld vlinders en bijen is akkerbouw veel interes- santer dan schrale graslanden. Twickel doet het qua biodiversiteit goed. Er is veel aandacht voor soortenrijkdom in de flora en fauna en daar gaan ze heel zorg- vuldig mee om. Een landgoed moet je actief beheren. In ons park dunnen we bossen, onderhouden we wegen, zijn de landbouwgronden op orde en jagen we op grofwild; dat doen we allemaal om de zaak in evenwicht te houden. Helemaal niets doen, zoals je ook elders in Nederland tegenkomt, is onze keuze niet. Wij geloven niet in het ‘handen-af beheer’. Diewildernis- natuur is verheven tot een ideologic maar ik voorspel dat de biodiversiteit in zo’n gebied niet beter wordt. Wij zijn heel con ­ sistent in ons beheer en het is al 75 jaar bewezen dat het werkt.” Seger baron Van Voorst tot Voorst Directeur Het Nationale Park De Hoge Veluwe

pagina 16 voorjaar 2010

Duivenvoorde: kleinschalig en authentiek De Stichting Duivenvoorde, die het gelijknamige kasteel en landgoed tussen Den Haag en Leiden beheert, bestaat op 12 april vijftigjaar. Het wordt gevierd met een jubileumboek en tal van andere activiteiten. Een mooie gelegenheid om in de serie artikelen over andere landgoed- stichtingen de eeuwenoude banden en overeenkomsten tussen Duivenvoorde en Twickel onder de loep te nemen. De oudste vermelding van Duivenvoorde is van 1226, toen Philips van Wassenaer het in leen had. Duivenvoorde is, net als Twickel, nooit verkocht maar altijd vererfd, soms in vrouwelijke lijn. Van de 27 bezit- ters van Duivenvoorde tussen 1226 en 1960 waren de eerste twintig uit het oer- oude en invloedrijke Hollandse geslacht Van Wassenaer. Er bestaat zeker al sinds 9 mei 1676 een hechte band tussen Twickel en Duivenvoorde. Op die datum trouwde immers de erfdochter van Twickel, Adriana Sophie van Raesfelt, met de uit Holland af- komstige Jacob van Wassenaer Obdam, zoon van de elf jaar voordien gesneuvelde vlootvoogd met dezelfde naam. Jacob was een directe nazaat -uit een jongere tak- van de Van Wassenaers op Duivenvoorde. Cedurende bijna een eeuw woonden zowel op Twickel als op Duivenvoorde Van Wassenaers, alien afstammende van de eerste acht generaties Van Wassenaer op kasteel Duivenvoorde. In die eeuw bezaten en bewoonden zij overigens 00k allebei een indrukwekkend stadshuis in Den Haag, tegenover elkaar, op de Kneuterdijk en het Lange Voorhout. De laatste Van Wassenaer die bezitter was van Duivenvoorde, Jacoba van Wassenaer, overleed in 1771. Het bezit ging toen over op haar zoon, uit het Gelderse geslacht Torek. Toen diens achterkleindochter in 1849 overleed, kwam het in handen van haar echtgenoot, uit het Zeeuwse geslacht Steengracht. Na het overlijden van hun zoon in 1912 erfde de kleinzoon van diens zuster, W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, kasteel en landgoed. Bestuurlijke banden Nadat in 1953 de laatste eigenares van Twickel, barones van Heeckeren van Wassenaer, kasteel en landgoed had ingebracht in de door haar opgerichte Stichting Twickel, nodigde zij deze Schimmelpenninck van der Oye uit om toe te treden tot het eerste bestuur. Haar veel oudere echtgenoot en de vader van Schimmelpenninck van der Oye waren al sinds hun (Haagse) jeugd met elkaar bevriend geweest. Hij aanvaardde die uit- nodiging, maar reeds in 1957, terug- komend van een bestuursvergadering op Twickel, overleed hij plotseling. Zijn zuster, huisgenote en erfgename, jkvr. L. H. barones Schimmelpenninck van der Oye, werd de 27" eigenaar van Duivenvoorde. Zij was ongehuwd en besloot – in navolging van Twickel – om Duivenvoorde in een stichting onder te brengen: Stichting Duivenvoorde werd in 1960 opgericht. Uit de bestuurssamenstelling van beide stichtingen blijkt dat er banden tussen de beide landgoederen bleven bestaan. In het eerste bestuur van Stichting Duivenvoorde zat jhr mr D.A.W. van Tets van Goudriaan, die later voorzitter van het bestuur van Stichting Twickel zou worden. Oud-voorzitter jhr mr G.F. Boreel van Twickel is een jongere broer van oud-voorzitter jhr L.G. Boreel van Duivenvoorde. Verder is oud-bestuurs- lid mevrouw D.A. van Karnebeek-van Roijen van Twickel een zuster van bestuurslid mr W.J.W.J. van Roijen van Duivenvoorde en is Twickel-bestuurslid mr D.C. baron van Wassenaer een jongere broer van Duivenvoorde-bestuurslid mr A.G.J. baron van Wassenaer van Catwijck (de huidige stamhouder van het aloude geslacht Van Wassenaer). En Twic ­ kel-bestuurslid mevrouw mr Elisabeth Y. Beelaerts van Blokland-van Schaijk is de echtgenote van de schrijver van dit artikel. Op dit moment wordt het bestuur van Stichting Duivenvoorde gevormd doorzes personen. Een parttime directeur en een kleine vaste staf medewerkers, aangevuld door een enorme groep geweldige vrij- willigers, dragen zorg voor de dagelijkse

pagina 20 winter 2009

Overeenkomsten tussen Twickel en Gartenreich Dessau- Het Gartenreich Dessau-Worlitz en landgoed Twickel hebben vee! met elkaar gemeen. Dat ondervonden de personeelsleden van de Stichting Twickel. Recent brachten zij een werkbezoek aan het Duitse landschapspark. Het landgoed Twickel mag dan in Neder ­ land het grootste particuliere landgoed zijn, in ons buurland Duitsland zijn er nog wel grotere particuliere bezittingen. In het Het personeel kreeg een rondleiding. verleden heeft Twickel al eens contacten gelegd met het Muskaer Park van Hermann Furst zu Piickler Muskau. Hier begon tuin- architect Petzold, die eind negentiende eeuw aan het huispark van Twickel heeft gewerkt, zijn loopbaan. Eind September van dit jaar bracht het personeel van Twickel, ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van Albert Schimmel- penninck als rentmeester, een ‘collegiaal’ werkbezoek aan het Gartenreich Dessau – Worlitz. Er bleken vele aanknopingspunten te bestaan. ‘Gesamtkunstwerk’ Het Gartenreich Dessau – Worlitz bestaat uit een aantal landgoederen langs de rivier de Elbe en rond de stad Dessau. Dit was destijds de hoofdstad van het vorstendom Anhalt-Dessau. Het was Leopold Friedrich Franz von Anhalt Dessau (1740 -1817) die vanaf 1764 het initiatief nam om zijn rijk om te vormen tot een groot landschaps ­ park in Engelse stijl. Na uitvoerige studie- reizen met zijn architect Friedrich Wilhelm von Erdmannsdorff begon hij met het slot in Worlitz, een klein plaatsje ten oosten van Dessau, en de omgeving daarvan. Tussen 1765 en 1813 ontstond zodoende een ‘gesamtkunstwerk’ bestaande uit een landschappelijke aanleg rond een aantal dode armen van de Elbe waarin vele gebou- wen en nog meer kunstwerken verrezen. Dit alles was niet alleen voor zichzelf en zijn gasten bestemd maar in eerste instantie bedoeld voor de ontwikkeling van de bevolking. Vanuit Engeland had hij de ideeen van de ‘verlichting’ meegenomen en hij wilde zijn volk daarvan laten profi- teren. Niet alleen voor vermaak maar 00k als lering. Gezichtspunten Het Worlitzer park is met 112 hectare het grootste park van het Gartenreich en vormt dan 00k het belangrijkste onderdeel daar ­ van. Het is nog steeds te alien tijde en zonder kosten toegankelijk (wat jaarlijks bijna een miljoen mensen doen) en 00k het huis is door iedereen te bezichtigen. Het park bestaat uit vijf delen die door waterpartijen en Elbe-strangen gescheiden worden en door tientallen bijzondere brug- gen weer met elkaar verbonden zijn. De bezoeker ervaart achter elkaar een aan ­ tal ruimtelijke belevingen, met nieuwe gezichtspunten, uitzichten, gebouwen en kunstwerken. Naast de siertuinen zijn er 00k akkers, boomgaarden en weiden.

pagina 8 zomer 2008

van een klassieke schuur op een heden- daagse manier tot uiting komt: aan de buitenzijde door het gebruik van pannen en een verscholen goot en aan de binnenzijde door een eigentijdse vertaling van het klas ­ sieke constructieprincipe die de ruimte hie- rarchisch in drie beuken verdeelt. De constructie van langs- en dwarsgebinten, zijbeukgebinten en kapspanten is natuur- lijk gemaakt van Twickels eiken. De hout- verbindingen zijn in overleg met de constructeur echter in staal uitgevoerd, waarmee wordt benadrukt dat het gebouw in deze tijd is gemaakt. Het interieur wordt verder bepaald door toepassing van een sobere betonvloer en het doorzetten van de verticale houten delen, maar nu onbehandeld in plaats van gebeitst. De kasten zijn in het ontwerp gei en vormen zo onderdeel van de totale ruimte. In aanvulling hierop worden enkele een- voudige vrijstaande lage kastelementen, bestaande uit horizontale houten delen geplaatst. Bij het verschijnen van dit artikel zal de nieuwbouw in hoofdvorm gereed zijn. Naar verwachting kunnen medewerkers en bezoekers medio augustus genieten van een nieuwe aanwinst voor het landgoed: een gebouw met een eigen identiteit dat zorgvuldig is ingepast in het grotere geheel. Marcia Mulder Landgoed Heerlijkheid Marienwaerdt lanceert uniek tijdschrift ‘Niet een tijdschrift over natuur en buitenleven. Ceen blad alleen over adel en oud geld. Maar we! een beetje… Een magazine over mensen met passie en tradities. Over bezinning en seizoenen. Nieuw, verrassend en soms best weI gewaagd. Voor iedereen die wil weten hoe bijzonder het leven op een landgoed is.’ vinden tussen bedrijvigheid enerzijds en respect voor de natuur anderzijds. Want die natuur is uiteindelijk wat het zo puur en prachtig maakt,” verklaart Nathalie van Verschuer, die deel uitmaakt van een twee- koppige hoofdredactie, het initiatief. Alle onderwerpen in het magazine hebben een band met het landgoed; van tradities tot vernieuwende evenementen, van geloof tot goede manieren en van mode en kunst tot natuurbeleving. overeenkomsten mee zijn, zoals onder andere een Landgoedwinkel met veel eigen producten. Jet Schadd Frequentie: 4 maal per jaar, gelijktijdig met de seizoenen Winkelprijs: € 4,95 Jaarabonnement: € 19,50 Website: www.marienwaerdt.nl Met bovenstaande tekst geven de uitgevers in het kort weer wat de inhoud en de achtergrond is van het nieuwe publieks- magazine ‘Heerlijkheid’, dat vier keer per jaar zal verschijnen. Het eerste nummer lag op 4 december 2007 in de winkel. Hoewel het initiatief voor de totstand- koming van dit tijdschrift is genomen door Nathalie barones van Verschuer – des Tombe van Landgoed Heerlijkheid Marienwaerdt, is het magazine onafhan- kelijk. “Wij geven dit magazine uit, om te laten zien hoe bijzonder en veelzijdig het leven op een landgoed is. Omdat we willen vertellen over de invloed die het heeft op je dagelijks leven en wat je allemaal moet doen om de balans te In iedere uitgave vindt een groot rendez-vous plaats met de familie van een Nederlands landgoed en is een reportage opgenomen over een landgoed of kasteel in het buiten- land. De focus ligt op het verhaal achter het landgoed, de beleving en de drive van de families om dit te behouden voor volgende generaties. Op deze manier kondigde het tijdschrift zich aan. Ik heb er nu twee gelezen en inderdaad het is zeer veelzijdig. Weliswaar op een andere manier dan het Twickelblad, maar je voelt 00k een enorme betrokkenheid. Het is een z.g. ‘glossy’ tijd ­ schrift met advertenties, maar een goed initiatief van een landgoed waar veel De powervrouwe{nfc van Bingerde* Private Staifl