Twickelbulletin pagina 9 20-4 1985

Het voormalig Huis te Nettelhorst, bij Lochem, en zijn bewoners Wie van Lochem uit den grintweg op Diepenheim een twintig mi- nuten gaans gevolgd heeft, en dan den grintweg inslaat op Geesteren en Borculo, die er zuidelijk van uitloopt, komt welhaast in een streek, waar sommige slooten breed zijn als de grachten om een oud kasteel. Ook is er de weg aan weerskanten met hooge boomen bezet, terwijl sommige landwegen, die er van uitgaan, statige lanen zijn. De boer- derijen daar in de buurt hebben een welvarend aanzien en zijn blijk- baar uit een ruime beurs gebouwd. Akkerlanden en weiden zijn er goed onderhouden. Alles wijst er op, dat hier ergens een aanzien- lijke huizinge moet staan of gestaan hebben. Welhaast komen we nu bij een kruispunt van lanen, vanwaar een andere vaste weg op Lochem uitloopt. Aan de overzijde van een breede gracht staan twee prachtige bruine beuken op eenigen afstand van elkander, als ware hier de ingang eener statige oprijlaan, die naar’t een of ander kasteel voerde, welke boomen uit een gevoel van pi&teit gespaard werden, toen de laan zelf tegelijk met het trotsche gebouw er achter gesloopt werd. ’t Huis te Nettelhorst is niet het eenige, dat hier in de buurt ge ­ sloopt werd. ^ De drie oude havezaten Langel, Diepenbroek en Kersenberg, die zich aan den Berkelzoom verhieven, verdwenen sinds lang. De gronden, er toe behoorend, werden met die van de Cloeze vereenigd. Het huis van’t landhuis de Heest, aan de overzijde van de Berkel, is geheel gemoderniseerd en heeft niets opmerkelijks meer. Niettemin is en blijft het een merkwaardig geslacht, waaruit de be ­ woners van’t kasteel het Nettelhorst afstamden. In de Groote- of Sint Walburgskerk te Zutphen vindt men naast de Librije een fraaie witmarmeren graftombe, door een ijzeren hek om- geven. Ze is gewijd aan en voorzien van de borstbeelden van Ever- hard van Heeckeren, Heer van Nettelhorst, landdrost van de graaf- schap Zutphen, enz., enz. en van zijn echtgenoote Maria van Torek. Hij stierf in 1680. Zij tien jaar later. Twee schreiende kinderen zijn erop voorgesteld met omgekeerde en uitgebluschte toortsen. Ver- der ziet men er een feniks, uit zijn asch verrijzend. Op de lijst erboven staat een vaas met aan weerszijden een doods- hoofd. ”De deugd leeft na den dood” staat er op vermeld in deftig latijn, 16 wapenkwartieren tooien den rand en aan weerszijden daarvan leest men de vermanende woorden: ’’Wandelaar, sta stil!”