Twickelbulletin pagina 7 18 1984

De invloed van de Heren van Twickel op de Deldense gemeenschap in de tweede helft van de 18e eeuw v Door G.H.J. Holthuizen-Seegers Delden en Twickel, twee namen dieonverbrekelijk met elkaarverbonden zijrij zoals in oktober 1983 nog eens benadrukt werd in een tentoonstel- ling van het Nuts-departement Delden: ’’Schakels, zes eeuwen Delden en Twickel”, ter gelegenheid van de viering van 650 jaar stadsrechten van Delden. Hieruit bleek duidelijk dat het kasteel en zijn bewoners grote invloed gehad hebben op de Deldense gemeenschap. VobiVdd helft van de 18e eeuw heb ik die invloed in de archieven vartftwickel onderzocht, en deze bleek in die periode groot te zijn ge- weest: tsft.toob ■. Waaraan ontleenden de Heren van Twickel het recht een zo grote in- vloed uit te oefenen? Grootgrondbezit betekende in die tijd voor de adel politieke, econo- mische en juridische macht. Het betekende voornamelijk rechten hebben. Een van de weinige plichten die daar tegenover stonden was het ophouden van hun stand. U kent de uitspraak ’’noblesse oblige”. De omvang van Twickels bezittingen bepaalde grotendeels de invloed op de Deldense gemeenschap. In de tweede helft van de 18e eeuw be- droeg het Twickelse grondbezit ca. 1500 ha, dat wil zeggen 10% van de totaleoppervlakte van Stad en Ambt Delden, en de waarde daarvan werd geschat op f 226.000,- waarmee de Heren van Twickel de rijkste groot- grondbezitters van Overijssel waren. De eigenaren van Twickel, de Graven van Wassenaer Obdam, woonden niet op het kasteel in Delden. Meestal verblevenzij in Den Haag, waarzij ook bezittingen hadden, of reisden vanwege hun diplomatiekefuncties in Europa. Daarom lieten zij hun Deldense bezittingen door hun rent- meester beheren. Zij stelden er echter wel prijs op dat dit goed ge- beurde. Terverzekering daarvanontwierp Unico Willem in 1760 het zgn. ’’rentmeestersboek”. In zeven hoofdStukken en 153 artikelen werd hierin de taak van de rentmeester uiteengezet. Uit de inhoud blijkt dat de rechten van de Heer tot in de finesses geregeld zijn, maar dat van plichten ten opzichte van de pachters nauwelijks sprake is.