Baron R.F. van Heeckeren van Wassenaer en de Twickel centrale Door Helmig A. Kleerebezem Inleiding In enkele delen van de wereld vindt men een soort ijzererts, dat dekracht bezit om ijzer aan te trekken. Deze natuurlijke magneet, reeds bekend in de oude tijd, werd door ver- schillende geleerden w.o. Pythagoras,(582-500 vC), Plato (429-347 vC) en Aris (384-322 vC) in hun geschriften vermeld. Deze krac,ht; s werd door de Grieken magnetisme genoemd. We onder- scheidenjw.ee vormen van elektriciteit n.l., statische en dynamische. Statische elektriciteit ve.rkrijgt men o.a. door met een kam door het haar te gaan en vervgjgensdeze kam bovenikleinestukjes papier te houden. Dezd; : papier i stukjes,,,wprden door de kam» aangetrokken. De oude Grieken toonden dit verschijnsel aan door met barnsteen over bont te wrijven. Het Griekse woord voor barnsteen is elektron en hiervan is het woord elektriciteit afgeleid. In 1786 ontdekteeen Italiaanse dokter, Luigi Galvani, de dynamische elektriciteit. Bij dynamische elektriciteit wordt de lading, die via een geleider weg- vloeit, snel vernieuwd en zo ontstaat een doorlopende stroom. Een andere Italiaan, Volta, geboren op 19februari 1745, zettede proeven van Galvani voort. Hij ontwikkelde in 1796 de ”zuil van Volta”, bestaande uit koperen en zinken platen welke afwisselend werden gescheiden door stukjes vochtig laken. De hierdoor ontstane chemische reaktie resulteerde in stromende elektriciteit. De zuil van Volta zou later vervangen worden door het element van Volta. Meerdere geleerden stortten zich nu in het avontuur ’’elektriciteit”. In. 1820 toonde Hans Christian Oersted door onderzoekingen aan, dat er gelijkenis bestaat tussen elektriciteit en magnetisme. Oersted’s ont- dekking is de basis geworden van de elektromagneet. Michael Faraday, zoon van een smid uit het zuiden van Yorkshire en geboren in Londen, construeerde, met gebruikmaking van de principes van Oersted, in 1831 de dynamo. Door het bewegen van een gesloten geleider in een magnetised veld had