missie (opnieuw aangevuld met de heren De Lange en Te Veldhuis, ontvangenen rondgeleid door Furst Salm zelf en zijn wetenschappelijk medewerker, Dr. Maier (als ik de naam goed heb opgevangen). Op Gut Varlar bedrijft Furst Salm al ongeveerveertig jaaruit overtuiging ’naturgemasse Waldbau’, hetgeen misschien het beste te vertalen is als ’bosbouw opecologische basis’. (Het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Nederland gebruikt in dit verband doorgaans de term ’natuurtech- nisch bosbeheer’, maar er is mede gezien de betrekkelijke nieuwheid van deze vorm van bosbouw in Nederland- veel spraakverwarring op dit terrain). Veel delen van het bezichtigde deel van Gut Varlar zijn beter vergelijk- baar met het landgoed Twickel dan het Bergherbos ( = gelegen op armere bodems), zij het dat op Varlar nog veel gunstiger (nl. kalkrijke) bodemtypen voorkomen dan op Twickel. Het laatste betreft met name het unieke ’Herrenwald’ bij Horstmar, dat perfect in zijn verticale opbouw is en met groot vakmanschap als Dauerwald geexploiteerd wordt. Hier troffen wij de mooiste voorjaarsvegetatie die schrijver dezes ooit gezien heeft (o.m. Lieve-vrouwe-bedstro, Longkruid, Gele Dove- netel, Sleutelbloemen, Blauwsporig Bosviooltje en Eenbes), hetgeen depotentievan de rijkstebossen van Twickel (Woolde, Oele) beduidend overtreft- dit uiteraard zonder hiermee aan genoemde bossen op Twickel enige af breuk te wi I len doen. Het meest interessant voor het doel van de excursie waren echter de volledig met Twickel vergelijkbare oude Grove Dennen-opstanden van 100 jaar en ouder met veel natuuriijke opslag van loofhout, de oudere Eikenbossen en de persoonlijke visie van Furst Salm op de gewenste verdere ontwikkeling van deze bostypen, verwoord door Furst Salm zelf. Wanneer men dit zelf gezien en gehoord heeft, begrijpt men dat Gut Varlar al sinds jaar en dag een klassiek ’bedevaartsoord’ is voor bosbouwers en natuurbeheerders. Het is natuurlijk niet eenvoudig om de uitgerijpte gedachten van deze vorm van bosbouw -de neerslag van vele jaren van denken en uitpro- beren en van vallen (vellen) en opstaan (opslaan)- in enkele zinnen weer tegeven. Hetkomt er echter in het kort op neer, dat men opVarlar(en in de ecologische bosbouw in het algemeen) afstand heeft genomen van dedoorbosbouw-tradities bepaaldecyclus van bosbedrijfsvormen, die gebaseerd zijn op oppervlaktegewijze verjonging, ontwatering en grondbewerking, aanplant van exoten die ontregelend werken op de bos-ecosystemen, boomsoorten die gerangschikt zijn naar leeftijd en soort, en bedrijfsplannen die zich baseren op relatief korte omlooptijden. Dit komt allemaal nogal revolutionair over, maar deze gedachtengang