Twickelbulletin pagina 16 3 1977

B.J. HEKKET BOKDAM HILTJESDAM SCHUTTENDAM Het vorige artikel besloot ik met de vermelding van het erve Obdam of Opdam bij Beckum, in welke naam het woord “dam” de betekenis “moeras” heeft. Nu telt Twickel nog een drietal erven, waarvan de naam als tweede bestanddeel het woord “dam” heeft zodat het zin heeft iets meer over dit woord te vertellen; het zijn Bokdam, Hiltjesdam en Schuttendam. Onze taal kent een tweetal woorden, die de betekenis “wa- terkering” hebben: dam en dijk. De eerste ligt dwars over een water, de tweede loopt er langs. Maar van “dijk” weten we dat het ook “vijver” of “plas” betekent; men denke aan het Duitse “teich”. We vinden het woord in deze betekenis in de familienamen Molendijk, naar een erve bij Brekelen- kamp, in 1475 Molendycki en Visschedijk, naar een erve bij De Lutte, in 1440 Visschedijck; de betekenis is duidelijk “molenvijver” en “visvijver”. Minder bekend is dat “dam” ook “vijver” kan betekenen, in elk geval in de Scandinavi- sche talen; bezoekers aan Denemarken en Noorwegen zullen de aankondiging “branddam” voor “brandvijver” allicht wel eens gezien hebben. Dat “dam” en “dijk” deze dubbele bete ­ kenis hebben, verklaart men uit het feit dat bij het op- werpen van deze waterkeringen tegelijk een kuil ontstaat, die zich op den duur met water vult; de naam dam of dijk gaat dan op deze kuilen over. In het moerassige stroomgebied van de Regge, vooral om Goor, komen veel namen op “dam” voor, zoals Olidam en Zeldam; het is zeer twijfelachtig of deze ook het werk van mensenhanden zijn. Het zullen wat hogere, droge plekken in de drassige streek zijn geweest; “dam” heeft hier dezelfde betekenis als “horst”, “haar” of “reis”, die alle dergelijke verho- gingen in het land aanduiden. Maar soms betekent “dam” ook “moeras”; uit het Engels weten we dat in het graafschap Norfolk, waar vele door Nederlanders uitgevoerde droogmake- rijen zijn, het woord vlak land aanduidt, waarvan het