pagina 9 zomer 2003

werd de som van zeshonderd vijftig gulden betaald in twee termijnen. Als hij ‘sich voor eenigen tijt bij wijlen mochte absenteren ende affgaen dat hij wederkerende altijt sail worden op ende weder angenomcn’"). Meestal werden dus zieken of gebrekkigen uit de naaste omgeving opgenomen, maar uit de rekeningen blijkt ook dat er ‘de jongen van Goer’ (zonder naam) en een jongen ‘French uit Amesfort’ langdurig in het gasthuis verbleven. Bedding Behalve aan het kleine aantal behoeftigen dat woonde in het gast ­ huis, werden ook goederen uitgedeeld aan een veel groter aantal armen. Zorgvuldig werden in de jaren 1698 – 1701 de uitgedeelde schepels rogge genoteerd. In die periode deelde men per maand ongeveer 9 schepels rogge uit aan 20 tot 26 armen. Ook werd eenmaal per jaar kleding aan de armen gegeven, waarvoor het gasthuis 67 el stof kocht. De inkomsten aan pacht van het Sint-Annegasthuis van rogge, boekweit en haver werden door pro ­ visor Groll tegenover het uitgedeelde graan gezet en de slotsom daarvan was, dat er over die jaren nog 77 mud en drie schepel rogge waren overge- bleven l2 ). Behalve dat de provisor kleding en eten uitdeelde, werden voor de armen uit Delden en omgeving ook andere noden gelenigd. Zo betaalde men in de jaren 1788 – 1790 de kosten voor een doodskist (vijf gulden) en voor de verdere begrafeniskosten drie gulden en zeventien stuiver. De bezitters van Twickel lieten zich goed informeren over de materiele en lichamelijke toestand van hun pach- ters. Zij gaven bijvoorbeeld dikwijls zelf opdracht om in bijzondere geval- len de pacht te verminderen of tijde- lijk kwijt te schelden. H. te Bloemendal krijgt ‘op ordre van sijn Excell, uyt consideratie van des debi- teurs ongelukkig been’ een tegemoet- koming van 74 gulden en 18 stuivers. Antony Wyckerink krijgt ‘tot goed- making der schaade van twee beesten bij hem verloren en het gemis van een paard dat onbruykbaar geworden is tot een geschenk 25 gulden’. Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam vroeg in 1732 aan de toenma- lige rentmeester Berend Meyling hoe het met de financien van het Sint- Annegasthuis stond. Deze antwoord- de: ‘Na het versoek van zijn Excell, den Heer Graaf van Wassenaer in de Kaart van het stadje Delden en omgeving van Jacob van Deventer, ca. 1550. In het buitengebied aan de zuidzijde van de stad stond het Sint-Annegasthuis.