pagina 9 zomer 2000

Op de maaimachine zit Jan Vruchteman, de vroegere pachter van het erve de Hofplaats. Voor de boerderij met hark staat zijn buurman Jan Hazelaar. Foto: collectie F. Vollema Eenmaal gezeten blijft iedereen op z’n plaats behal ve voor een bezoek aan de w.c. of naar buiten om sik te verzetten’. Zoals gebruikelijk werd het evenement afgesloten met een flinke gehaktbal. Geen ogenblik verveeld, heel gezellig. In de maanden daama werden we successievelijk uit- genodigd voor een tegenbezoek, waarna we konden zeggen, dat we het ‘buurt maken’ achter de rug hadden. Wederzijdse hulp Vanaf dat moment heb je een speciale relatie, anders dan je gewend bent. Men overloopt elkaar niet, maar als je langs komt ben je altijd welkom. Een beroep op hulp wordt nooit geweigerd, maar je merkt al snel, dat het vaak wat eenzijdig dreigt te worden. Toen ik Jan Trutmans op een gegeven moment ver- telde, dat onze gierput bezig was over te lopen was hij een paar uur later met zijn broer ter plekke om soelaas te bieden met een giertank. Van betaling geen sprake. Vrij kort daama was het weer zover. Zonder moppe- ren werd de boel voor een tweede keer geleegd. We heb- ben vervolgens de aannemer gevraagd een stelsel van drie overloopputten te creeren met uiteindelijk een afvoer naar de sloot. Voor het leeg maken van de gier ­ put hebben we uiteraard een betaalde tankwagen laten komen. Toen we aan het afrasteren -vruchten noemen ze dat in Oele- waren, werd ons ook spontaan hulp aan- geboden. Maar ik had al hulp van een vriend, die in Vasse op een boerderij woonde. Toen we eenmaal schapen hadden en de lammertijd aanbrak verzekerde Jan Lohuis me, dat ik altijd kon bel- len als er moeilijkheden waren. Toen zich een keer mid ­ den in de nacht een stuitligging voor deed heb ik uiter ­ aard de dierenarts gebeld, die prompt kwam. De vol- gende dag nam Lohuis het me bijna kwalijk. “Weet je wel hoeveel dat kost als je de dierenarts laat komen?” Ik heb me daama toch maar steeds op de dierenarts verla- ten. Maar dingen als kunstmest strooien met een appa- raat achter de trekker heb ik wel vele malen in dank aan- vaard. Bij vakanties hebben wij ook meermaals een beroep op de buren gedaan voor de poes, de kippen en de scha ­ pen. Slechts een keer is mij de eer te beurt gevallen om te helpen bij de bevalling van een kalf bij Lohuis. Buur ­ man Wegdam en zijn zoon waren er niet. Bij het pannen leggen bij Wegdam heeft mijn schoonzoon de klauter- partij van mij overgenomen. Een enkele keer konden we ons ook nuttig maken bij het verweiden van koeien. Het helpen bij het paarden vangen bij Kamers was een verhaal apart. Een ding stond vast: bij bruiloften en begrafenissen hoor je er te zijn. Dat is een ijzeren wet. Focco Vollema