pagina 9 zomer 1994

Een aanleg uit 1932 van barones Van Heeckeren van Wassenaer De geschiedenis van de rotstuin van Twickel Aanleiding voor de studie van de geschiedenis van de rotstuin van Twickel was het besluit in 1990 om de rotstuin te gaan restaureren en de beplanting anders aan te pakken. Dit laatste hield in dat het percentage zaaigoed omlaag zou gaan, en dat er veel meer vaste (rots)planten in de rots ­ tuin een plaats zouden moeten vinden. Trudi Woerdeman Mevrouw M. van Lynden heeft zich hierover gebogen. Sinds 1981 verzorgt mevrouw Van Lynden, voluit mevrouw M. baronesse Van Voerst van Lynden, op smaakvolle en deskundige wijze het beplantingsplan van voomamelijk eenjarigen voor de rotstuin van Twickel. Zij heeft nu het restauratieplan gemaakt, en de heer Hondebrink, tuinbaas van Twickel, voert haar plan uit, samen met zijn medewerkers. Uit het oude familie-album. Barones Van Heeckeren in haar pas aangelegde rotstuin in juli 1933. Aantekeningen Maar voordat men gestalte wilde geven aan restauratie- plannen, wilde men meer weten over de historische ach- tergronden van Twickel’s rotstuin, zodat er plannen kon- den komen in de geest van baronesse Van Heeckeren, die de rotstuin in 1932 ontwierp. Mevrouw Van Heeckeren maakte destijds ook de beplantingsplannen, vele jaren lang. In het huisarchief van Twickel vond ik liefst 7 boekjes van haar hand, waarin de planten waren beschreven, die zij in haar rotstuin toepaste. In de dertiger en veertiger jaren was zij zeer aktief bezig met een rijk assortiment aan plan- ten, zoals uit haar aantekeningen bleek. Ook waren er enige plattegronden in potlood te vinden, en er waren tal- loze foto’s en dia’s van de rotstuin. Bovendien is daar nog de rotstuin zelf, waarin heel wat uit de plantenlijsten van de barones terug te vinden is. Ten behoeve van de restauratie heb ik de nog bestaande historische beplantingen in kaart gebracht, en zette ik de enkele honderden planten uit de aantekeningenboekjes van de barones op alfabet in de nu gangbare nomenclatuur. Zo kan mevrouw Van Lynden op een gemakkelijker manier putten uit dit uitgebreide assortiment. Het meest boeide mij de bezieling en de deskundigheid, waarmee de barones haar romantische rotstuin vorm gaf en beplantte. Deze tuinhistorische achtergronden van de rots ­ tuin heb ik nader belicht, en in een rapport voor de Stichting Twickel uitgewerkt. Een “rotstuin”? De mooiste rotstuinen, of liever rotslandschappen, zijn in Engeland te vinden. Hier zijn ze ook het eerste aange- legd sinds het midden van de vorige eeuw. Zo’n rotstuin vomit de natuurlijke plek, waar een verzameling Alpenplanten zich kleurrijk en weelderig kan ontwikke- len, samen met een achtergrond van dwergheesters en – coniferen. Zo’n rotstuin heeft niets met de “rotstuin” van Twickel te maken, en het was een raadsel voor mij, waar- om barones Van Heeckeren haar tuin steevast de “rotstuin” noemde. Deze benaming was zeker te wijds voor de los neergelegde zwerfkeien, die de grillige contouren voor haar borders vormden. Borders, die bovendien in een gazon waren ingebed, waarop tuinbeelden pronkten – alle drie elementen, die niets met het klassieke begrip “rots ­ tuin” te maken hebben. Het feit, dat mevrouw Van Heeckeren haar aanleg een “rotstuin” noemde, zit hem in enkele, natuurlijk aandoen- de elementen, zoals de droogmuur van los gestapelde, natuurlijke stenen, de stapstenen paadjes tussen keien, een terras met bakstenen muurtjes en een moerastuin aan het water. Deze elementen vormden de natuurlijke ‘setting’ voor de haar zo geliefde rotsplanten, waarvan zij zulk een rijk assortiment aanplantte en die zij met bekwame hand kon laten verwilderen. Inspiratie voor de beplanting in de droogmuur, langs de stapstenen en in het moerasgedeelte vond zij in het boek van Gertrude Jekyll dat zij in haar bezit had: “Wall, water and woodlandgardens” (1901). De beplanting die Jekyll aanraadde, werd volop op Twickel toegepast, zoals Iberis, Cerastium, Arabis en Aubrieta voor de droogmuur; en Astilbe, Caltha, Primula en Iris als oeverbeplanting van de vijver. Deze planten staan er nu nog.