verschrikkelijk. Op een keer ontstond er zoveel walm dat de brandmelder aansloeg en de brandweer uitrukte.”

“Tegenwoordig werken we veel meer met machines. Zelfs de vormen in de taxusbomen snoeien we gedeeltelijk met een elektrische heggenschaar van het nieuwste model, oplaadbaar en zonder snoer. Ronde vormen moeten nog met de hand. Een secuur werkje waarbij je erop moet letten dat je de ronde schaar omkeert waardoor je bollen
in de takken kunt knippen. De tuin is veel bewerkelijker dan vroeger: er staan meer planten in en van heel verschillende soorten, die we zelf kweken in de moestuin. Het voorbereiden en het zaaien doen we zelf. Bij het inplanten, de verzorging en het wieden krijgen we hulp van de tuinvrijwilligers. Het maaien van het gras wordt uitbesteed aan een hoveniersbedrijf.
Dit jaar hebben we voor het eerst geen stagiaires van een tuinbouwschool. Er komt
een tekort aan hoveniers en
de jongeren die nog wel een tuinopleiding volgen, beginnen liever een eigen bedrijf.”

 

van de rentmeester

auteur

Egbert Jaap Mooiweer

 

Hazenpeper en noaberschap

De zware, vettige klei van de Gelderse Waard is net geploegd en glimt in de zon. Het lijnenspel van die ploegsporen met daarboven dreigende luchten toont als een schilderij.
Ik zie een hond met de neus aan de grond en staart omhoog enthousiast voorbij rennen. De mannen die op het land

aan het werk zijn, genieten zichtbaar van het buiten zijn.
We struinen door strangen van de uiterwaarden, over gras-
en bouwland en banen ons een weg door rabatten bossen 9 en rietkragen.

Voor het eerst in ruim vijftien jaar zijn we in dit gebied weer aan het jagen. We doen een klein hazendriftje en proberen ook nog een paar eenden te oogsten. Zo’n tocht is gelijk een mooie manier om het terrein te leren kennen. Dus gaat er

af en toe een schop of stok in de grond. Even kijken hoe het gaat met de bodembiodiversiteit. De wildakker staat er goed bij. Vruchtbare rivierklei zorgt voor een ruime hoeveelheid aardperen en kruiden. Alleen een meidoornstruik is in de war door de achterliggende, warme periode en heeft zowel bloesem als bessen als vallend blad. Al lopend hebben

we het over noaberschap. In dit geval zijn onze buren Staatsbosbeheer. Samen met twee Twickelboeren – een melkveehouder en een akkerbouwer met vleesvee – beheren

we een unieke en fraaie polder. Hoe mooi zou het zijn wanneer we elkaar meer kunnen versterken via het concept van natuurinclusieve landbouw.

Binnenkort is de opvolging op één van de Twickelbedrijven aan de orde. De beoogd nieuwe pachter is een jonge ondernemer die open staat voor het maken van afspraken om meer variatie in gewassen

aan te brengen en voor de aanleg van natuurlijke elementen op randen van percelen. Grofweg vijf procent van het areaal wordt ingezet met aaneengesloten hagenpatronen en knotbomenrijen op randen van percelen; nog eens vijf procent van het bouwplan krijgt veelzijdiger gewassen met hopelijk ook orarijke akkers voor insecten. Daarnaast wordt de stal voorzien van een ink oppervlak zonnepanelen. En dit alles natuurlijk in overleg, zoals het goede buren betaamt.

Aan het eind van de dag krijg ik van de jagermeester voor het eerst in mijn leven een haas mee naar huis. Dat is toch wat anders dan bestellen bij de poelier. Na twee dagen besterven is het tijd om de haas te slachten en mijn leermeester

legt geduldig uit hoe. Z’n jas gaat uit. Thuisgekomen wordt het dier door de kinderen uitgebreid bestudeerd en bediscussieerd. De oudste zoon van bijna acht helpt met koken. Aardappelpuree, rode kool en hazenpeper. Heerlijk, de winter is begonnen.