pagina 9 winter 2002

Bialowieski Nationaal Park Het laatste oerbos Onder grote belangstelling hield de heer drs. Onno de Bruijn op donderdag 14 november jl. in cafe-restaurant‘t Hoogspel een dialezing over het onderwerp ‘het Bialowieski Nationaal Park’. Dit park omvat het enige nog bestaande oerwoud van Europa, waarmee grote delen van het continent waren bedekt. In het oerbos blijven alle omgevallen bomen Foto: H. Spijkerman. Bialowieski, een uitgestrekt boscom- plex met een totale oppervlakte van 1600 vierkante kilo ­ meter, waar de grens van Polen met Wit- Rusland dwars door heen loopt. Het deel van dit woud, dat zich bevindt in het Nationaal Park is een strikt beschermd gebied, waar de natuur volledig vrij spel heeft. Het is een stil en verlaten gebied dat geheel zelfregule- rend is. Het verjongt zichzelf en onder de hoge bomen groeien jonge bomen, heesters en grassen. De begroeiing is soms bijna ondoordringbaar. In het donkere hoogopgaande bos liggen paadjes en open plekken, die ontstaan zijn door het vele grootwild. Hier en daar treft men in het uitgestrekte park ook veengebieden en moeras- sen aan. In het noorden stroomt de Narew met zijn zijrivier de Narewka zestig kilometer lang door het hart van het oerbos. Er zijn verschillende redenen aan te geven waarom het gebied zo uniek is. In de eerste plaats vinden we hier een grote varieteit in grondsoorten, waaronder leem en veen. In de tweede plaats ligt het park juist in de overgangszone tussen het Atlantische Oceanische klimaat en het Continentale klimaat van Rusland. Tenslotte is het een gebied dat in de loop van de eeuwen altijd beschermd is geweest. Dankzij de gelden van onder meer de organisatie Natuurmonumenten kon het gebied in kaart worden gebracht. Voorts is er een aantal jaren geleden een intema- tionale conferentie gehouden over het beheer van dit natuurgebied. Voor beide zaken heeft de heer De Bruijn zich intensief ingezet. De conferentie werd een succes, liggen. wat wel als opmerkelijk mag worden beschouwd, omdat de Polen en Russen om historische redenen totaal niet met elkaar kunnen opschieten. Toch is voor de instandhouding van dit park de medewerking van beide staten onontbeer- lijk. De Bruijn toonde talrijke opnamen van onder meer de wisentkudde, de oehoe, de auerhaan, de zwarte ooievaar en de Laplanduil. Vooral de laatste soort is bijzonder zeld- zaam. Verder zagen we een aantal foto’s van hoe het bos emit ziet, met zijn dode en omgevallen bomen en het dode hout, dat ongeveer 35 procent van de totale opstand omvat. Hier leven vele insecten en spinnen en dit hout is tevens de garantie dat er weer nieuw leven kan ontstaan. A1 met al was het een zeer interessante avond, die door de aanwezigen zeer werd gewaardeerd. Zodanig zelfs dat na afloop van de lezing spontaan een collecte werd gehou ­ den als bijdrage voor de instandhouding van het bos. Deze bracht ruim 515 euro op. Een fraaie afsluiting van het 30- jarige jubileum van de Vereniging Vrienden van Twickel. Gerrit Aalderink H et ligt in de enorme Puszcza