pagina 9 winter 1997

Gelderse Waard groene oase in rivierenlandschap Een broedplaats van bijzondere vogels Waar de Rijn ons land binnenstroomt ligt op Nederlands grondgebied een bijna paradijselijk Twickelbezit, de Gelderse Waard. Dit gebied bestaat uit de rivierbedding en aanliggende oevers van de Oude Rijn en uit hoger gelegen landbouwgrond. Het Gelderse rivierengebied en het aan- grenzende Duitse gebied zijn volop in ontwikkeling. Voor de Ooijpolder, Milligerwaard en de Gelderse Waard bestaan ambitieuze plannen om een groot deel van de uiterwaarden om te vormen tot natuurgebied. Dit gaat gebeuren door het uitgraven van klei ten behoeve van de baksteenindustrie, waamade uitgegraven locaties weer een netwerk van ’natte’ natuurgebieden moeten vormen. Bovendien ontstaat op deze wijze meer ruimte voor de rivier, waardoor bij hoge water- standen meer water kan worden geborgen. Jan Bengevoord De redactie van het Twickelblad roeide over de schitterende Oude Rijn. Foto: A.H. Schimmelpenninck. Dit project, dat de Gelderse Poort heet, komt uit de koker van onder meer het Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer, de provincie Gelderland en het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Twickel neemt deel door in het gebied van de Gelderse Waard klei af te graven. De honderden hectaren nieuwe natuur in het gebied van de Gelderse Poort zijn vooralsnog toekomstmuziek. Er zal nog een grote hoeveelheid klei moeten worden vergraven en daar is de nodige tijd mee gemoeid. Bovendien moet de grond worden aangekocht. Natuurbeschermers dromen inmiddels van de terugkeer van de in West-Europa ver- dwenen zwarte ooievaar en ruzien onderling over de kan- sen van de herintroductie van de zee-arend, een typische bewoner van de rivierdelta’s. Het Wereld Natuur Fonds heeft bij het pittoreske dorp- je Kekerdom al een bezoekerscentrum ingericht waar belangstellenden kennis kunnen nemen van de plannen. Er is een klein gebied ingericht waar onder meer proeven wor ­ den genomen met begrazing door paarden en runderen langs de Waal. Verlanding Het gebied van de Gelderse Waard laat al wat van de natuurontwikkelingskansen zien. Een roeitochtje met de redactie van het Twickelblad over de Oude Rij n maakt dui- delijk dat ook de huidige toestand al zeer bijzonder is. Ondanks het feit dat de Oude Rijn weinig water voert. Dat is overigens het geval sinds het Pannerdens Kanaal werd gegraven die de functie van de Oude Rijn-armen heeft overgenomen. Weliswaar laat het waterschap nog water in van een redelijke kwaliteit, maar aan het eind van de zomer wordt de bedding toch een modderige massa die de indruk geeft van een verlandingsmilieu. Dit neemt niet weg dat met name de fauna tussen de ‘wallen’ van riet op beide oevers heel bijzonder is. Al direct vallen, even boven Pannerden, twee bruine kieken- dieven op die in het gebied broeden. Deze roofvogels van rietvelden en moerassen zijn imposant om te zien met lange smalle vleugels en een eveneens lange staart. De die- ren jagen met name op watervogels, kikkers en kleine zoogdieren in de rietvegetaties, maar zijn ook te vinden in de uiterwaarden die in de Gelderse Waard in gebruik zijn als landbouwgrond. Op een grote plek broeden de in Nederland zeer zeld- zaam geworden zwarte sterns. Deze rappe vogels, die vooral jagen op libellen en andere grote insekten, maken koloniegewijs nesten die drijven op het water. In het verle- den werd daarvoor door de vogels vooral krabbescheer gebruikt, een waterplant die’s winters naarde bodem zakt, maar in het voorjaar stevige drijvende pollen vormt. Helaas gaat het areaal krabbescheer in Nederland sterk achteruit en daarmee ook de broedmogelijkheden van de zwarte stems. Roerdomp De sterns in de Gelderse Waard worden geholpen door drijvende vlondertjes in het water te leggen. Dit blijkt voor de zwarte stem een uitstekende vervanging voor het krab ­ bescheer. In Nederland wordt het aantal broedparen van de zwarte stem geschat op 1000 tot 2000. Rond 1950 broed- den in ons land nog 7500 – 10.000 paren volgens de over- koepelende vogelonderzoek organisatie Sovon. Het Gelderse rivierengebied vormt, naast echte laagveenge- bieden zoals De Wieden, nog steeds een belangrijk broed- gebied voor deze prachtige vogels. Op de slikkige oevers verblij ven eind augustus al enke- le watersnippen, maar hier horen we ook nog karekieten, rietgorzen en fladdert de tureluur weg. Overal staan rei- gers. Vlak voor de boot vliegt plotseling een roerdomp op die moeizaam z’n vleugels strekt om te verdwijnen in een uitgestrekt rietveld. Deze plompe roestbruine vogel lijkt een corpulent uitgevallen reiger. Het is een kenmerkende broedvogel van rietvegetaties en hij blijkt zich in de