pagina 9 winter 1993

Fredien Morsink (49) uit Delden had eigenlijk nooit gedacht nog eens voor Twickel te werken. „Ik heb altijd adminstratief werk gedaan, maar ben gestopt toen er kin- deren kwamen. Ik was heel blij dat ik tweeeneenhalf jaar geleden op Twickel in deeltijd kon gaan werken”. Wat ik van Twickel vond? „Ach, je had altijd het idee dat het een rustige, historische club was. Ik had al snel een andere indruk hoor. Twickel is echt een heel bedrijf. Zakelijk, maar ook heel afwisselend. Iedere werkdag is weer anders”. De nieuwe werkplek in de kasteelboerderij noemt zij prachtig en de werksfeer uitstekend. Overigens werkt ze dicht bij de plek waar ze voor het eerst met Twickel kennis maakte: in de schaapskooi. „Ja, daarvan kende ik Twickel, want met onze folkloristische dansgroep Midden-Twente hebben we in de schaapskooi onze bijenkomsten’ ’. Na een korte onderbreking is ze weer voorzitter van de dansgroep, maar ze is na 20 jaar gestopt met de kindergroep De Rappe KJumpkes. Is het niet moeilijk om dansende mannen te vinden? „We hebben als eis dat er evenveel mannen als vrouwen moeten zijn. Als mannen in de minderheid zijn dan gaan ze allemaal weg. Maar op deze manier vinden ze het prach ­ tig”, lacht Fredien. Ze heeft overigens nog een, wat je noemt, weinig algemene hobby. Ze spint hondehaar om er truien van te breien. De administrateurs Gert Andeweg (34) is nu bijna 7 jaar als administrateur van Twickel werkzaam. Daarvoor werkte hij op een land- bouwboekhoudbureau in de Hoekse Waard, nabij zijn geboorteplaats Oud-Beijerland. „Ik zag de advertentie staan en las dat het om een kasteel ging. Dat wou ik wel eens zien en ik schreef een sollicitatiebrief. Zo kwam ik dus op Twickel terecht”. Hij moest er z’n voetbalclub, waarvan hij penningmeester was, voor in de steek laten. Op Twickel werd bij zijn komst nog een heel ouder- wetse boekhouding gevoerd. „Ja, je had nog van die dikke doorschrijfboeken. We zijn toen al snel gaan automatise- ren. Zo werd wat aanvankelijk een rustige baan leek eigen ­ lijk een heel drukke maar daardoor ook boeiende werk- kring”. Wat leuk is aan dit werk? „We beginnen volgend jaar al weer aan de tweede ronde automatisering. Bovendien heb je als administrateur een soort ombuds- functie. Daardoor heb je veel contact met mensen”. In z’n vrije tijd zwemt, wandelt en fietst Gert Andeweg veel. Af en toe gaat hij nog naar z’n oude voetbalclub en speelt hij nog een wedstrijd mee. „Ze kennen me daar, dus ik kan zo af en toe bij m’n oude ploeg nog wel eens inval- len”. Emmy Pots (40) werkt al twaalfeneenhalf jaar als assis- tent-administrateur op Twickel. Voordien was zij kleuter- leidster en hoofd van de christelijke basisschool in Delden. Zij solliciteerde op de baan van secretaresse op de boek ­ houding. „Toen we kinderen kregen, zocht ik een parttime baan. Dat was toendertijd binnen het onderwijs nog niet mogelijk”. Toen zij begon werkte men op Twickel nog met de ouderwetse handgeschreven boeken. „Je had in die tijd zelfs nog een verschil in uitbetaling tussen het hogere en het lagere Twickel-personeel. Het hogere personeel kreeg driemaandelijks een salaris. De anderen een maandloon. Tot vlak voor de verhuizing werd er nog volop gewerkt in het nieuwe rentmeesterskantoor. Foto: John Mulder. Dat werd overigens in alle gevallen contant uitbetaald”. Zij vindt de boekhouding een afwisselende baan. „ Jammer vind ik alleen dat de pachtdagen zijn verdwenen. Op de 11 e van de 11 e kwamen alle pachters de pacht beta- len en dan was het altijd beregezellig. Nu gaat alles via de bank. Je mist nu het contact, maar het is wel beter zo. Het is onvoorstelbaar met wat voor bedragen je toendertijd in de fietstas naar de bank reed’ ’. De nieuwe rentmeesterij vindt Emmy Pots prachtig. „Een mooie en rustige plek. Nu zitten we bijna bij elkaar op schoot’ ’. In haar vrij e tijd mag Emmy graag een baantje zwemmen of zich in het zweet werken met tennissen of squashen. De bosbaas Bosbaas Gert-Jan Roelofs (33) kwam bijna 5 jaar gele ­ den op Twickel werken. Voordien had hij na de Middelbare Bosbouw School in Velp werk bij de Heidemij in Drenthe. „Ik zag de advertentie in het Kerstnummer van de Boerderij. Het was eigenlijkprecies watikwilde”,zegt Gert-Jan Roelofs die vooral een man van de praktijk zegt te zijn. „In de winterperiode houd ik me vooral met de bos ­ bouw bezig. In de zomer heb je veel meer te maken met het beheer van landbouwgebieden en natuurgebieden. Mijn werk is enorm afwisselend. Je bent de ene dag met het aan- leggen van kikkerpoelen bezig en de volgende dag met het schoonmaken van de gracht ’ ’. Roelofs is een pleitbezorger voor meer natuur in het bos. „Het is een beetje modieus,