pagina 9 voorjaar 2012

Edwina Brinkmann heeft de Drostenkamer omgetoverd tot een tijdelijk atelier. Het is belangrijk dat het doek goed op spanning is en niet zwabbert. Beweging geeft op microniveau schade aan de verf- laag. Olieverf is in de loop van too jaar vol- ledig uitgehard en mist de buigzaamheid om nog mee te kunnen bewegen. Scheur- tjes oftewel craquel£ is dan het gevolg. Je kunt de spanning op het doek verbeteren door het spieraam op de hoeken iets uit te spieen. De spieen worden met koordjes vastgezet aan het spieraam, zodat ze er niet meer uit kunnen vallen. Bij onbedoek- te schilderijen, waarbij het schilderslinnen dus nog in de originele staat verkeert, wordt soms besloten om een beschermen- de plaat aan de achterkant aan te brengen. Dit buffert tegen stof en tegen schomme- lingen in het omgevingsklimaat. Vernis Na de achterkant is de beschilderde zijde van het schilderij aan de beurt. Tot de con ­ servering hoort het verwijderen van opper- vlakkig vuil, meestal bestaande uit roetaan- slag en faeces van vliegen en spinnen. Op Twickel tref ik niet zoveel nicotineaanslag op de schilderijen. Het verwijderen van de vernislaag, alleen omdat die vergeeld is, is zeer zelden aan de orde. Er moet dan een meer dan esthetische reden voor zijn, zo- als schimmelaantasting in de vernis. Een gedegradeerde of beschadigde vernislaag kan meestal nog verholpen worden door het schilderij opnieuw te vernissen, over de oude laag heen die zich dan weer “vult” oftewel regenereert. Naast schilderijen op doek kent de collec- tie ook schilderijen op paneel. Deze komen we vooral tegen in de omvangrijke igde eeuwse collectie van J.D.C. van Heec- keren van Wassenaer. Hier zien we dat het traditionele streekeigen eikenhout heeft plaatsgemaakt voor tropisch hout, meestal Mahonie. Het voordeel van het gebruik van tropisch hout betreft de enorme omvang van de bo- men, waardoor men grote panelen uit een stuk kon zagen. De voorheen eiken panelen zijn altijd opgebouwd uit meerde- re, verlijmde delen. Ze zijn gevoeliger voor kromtrekken en barsten en moeten in zeer constante klimatologische condities bewaard worden. Het tropische hout is van nature zeer stabiel en deze schilderijen verkeren dan ook in een perfecte staat. Vergulde lijsten De lijst om het schilderij vraagt eveneens veel zorg. Een deel van de schilderijen op Twickel is in de dertiger jaren van de vorige eeuw voorzien van nieuwe, eikenhouten lijsten. Toen vond men dat blijkbaar mooi, nu denken we daar heel anders over. Het enige voordeel is dat deze zware eikenhou ­ ten lijsten onverwoestbaar zijn en afgezien van wederom wat schimmelaantasting, verder geen onderhoud behoeven. Proble- matischer zijn de monumentale vergulde lijsten, opgebouwd uit een meestal grenen- houten kern waar overheen de ge- ornamenteerde afwerking is aangebracht van pate en tenslotte het bladgoud. Pate is een mengsel van dierlijke lijm en krijt. Het is een soort deeg, dat buigzaam is en over het hout wordt gedrapeerd. Spanningsver- schillen tussen het hout en de pate veroor- zaken vaak scheuren en schilfering in de ornamentering. Om losgeraakt pate weer vast te lijmen gebruik je waterhoudende lijmen, die de eveneens hygroscopische lijm in het originele materiaal activeert, waardoor een goede verbinding tot stand komt. Ontbrekende stukjes in het verguld- sel worden altijd ingekleurd met aquarel- verf, zodat je een controlemiddel hebt: nieuwe schade valt dan direct in het oog. Dat het bovendien esthetisch een beter beeld geeft is een prettige bijkomstigheid. Na de behandeling van schilderij en lijst, moeten beiden weer bijeengebracht wor ­ den. De sponning van de lijst wordt opge- vuld met houten latjes, zodat het schilderij er precies in past en niet kan schuiven. Daarna volstaat de lichte druk van metalen inlijststrips om het schilderij op zijn plaats te houden. Daarmee is afgerekend met de ouderwetse spijkers en kurkjes waarmee het schilderij oorspronkelijk was bevestigd. Van het geheel van bovenstaande behande ­ ling wordt per object een verslag gemaakt, waarin alle gebruikte materialen staan ver- meld. Dit moet toekomstig onderhoud aan de schilderijen door generaties restaurato- ren na mij, vereenvoudigen. Edwina Brinckmann-Rouffaer Edwina Brinckmann-Rouffaer (1961), studeerde Kunst- geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Gedu- rende die studie en nog enkele jaren daarna bekwaam- de zij zich in het vak van schilderijenrestaurator. Als hoeder van het erfgoed bewoont zij met haar gezin het ouderlijk huis in Amersfoort, alwaar zich ook het res- tauratieatelier bevindt.