pagina 9 najaar 2011

Portret van Jacob Jan van Wassenaer, Portret van Unico van Wassenaer door Ceorge de Marees, 7745. toegeschreven aan Ceorge de Marees, 1745. Wassenaer Obdam (1724-1779) in 1745 mee naar Bonn. Begin 1746 vertrok Unico voor een volgende diplomatieke missie naar Parijs en 00k deze keer werd hij ver- gezeld door zoon Jacob Jan. Deze studeer- de op dat moment rechten aan de univer- siteit van Leiden en mocht op deze wijze kennismaken met de ‘beau monde’. Daar maakte hij in Parijs goed gebruik van, zoals blijkt uit de in het Huisarchief Twickel bewaarde correspondentie over zijn in Parijs gemaakte schulden. Diamanten ring Jacob Jan probeerde zijn schuldeisers tevreden te stellen door de verkoop van een familiesieraad. Dit blijkt uit correspon ­ dentie die in het Huisarchief Twickel bewaard is gebleven. Op 18 januari 1747 schreef madame Doughorty vanuit Parijs een brief gericht aan ‘Mr. d’Obdam’ over een ring die hij in Parijs had verkocht en weer terug wilde kopen. Bijgesloten is het afschrift van een brief aan de vermoedelij- ke koper. Hierin staat beschreven hoe een Nederlandse jongeman van goede afkomst in het jaar 1746 Parijs bezocht en daar grote schulden had gemaakt waarover hij zijn ouders niets durfde te vertellen. ‘Un jeune homme de famille etant a Paris, dans I’ann^e 1746, et I’envie de paraitre lui ayant fait faire quelques ddpenses, au deli de ce que ses parents lui avaient destine, il se trouva court d’argent; I’embarras ou cela le mit et la peine qu’il se fit d’en demander a ceux qui pourraient I’en tirer dans la crainte que cela ne parvint aux oreilles de ses parents I’obligea de recou- rir a un expedient (…)’. (‘Een jongeman van goeden huize was in Parijs in het jaar 1746, hij Wilde goed voor de dag komen en deed daarom een aantal uit- gaven, boven het bedrag dat zijn ouders hem ter beschikking hadden gesteld. Hij zat krap bij kas; de schaamte die hem dat bezorgde en de moeite die hij had om geld te vragen aan degenen die hem hadden kunnen helpen, uit angst dat zijn ouders er van zouden horen, noopten hem zijn toevlucht te nemen tot een noodoplossing Volgens de brief besloot de jongeman om een diamanten ring die hij in zijn bezit had te verkopen, waarvoor hij gebruik maakte van de lakei Bassigny als tussenpersoon. Vervolgens volgde een beschrijving van de ring en de diamant en de vraag of het dezelfde ring was die de ontvanger van de brief had gekocht in augustus 1746. In dat geval, werd verzocht deze terug te verkopen, zodat de ring weer aan de oor- spronkelijke eigenaar teruggegeven zou kunnen worden. Correspondentie met bankiers Deze geschiedenis moet Jacob Jan van Wassenaer betroffen hebben, die geduren- de zijn verblijf in Parijs in 1746 veel schul ­ den maakte, zo blijkt uit in het Huisarchief Twickel bewaarde correspondentie met bankiers in Brussel en Parijs, waaraan overzichten van de door Jacob Jan gemaak ­ te schulden zijn toegevoegd. De angst van Unico, dat zijn diplomatieke reizen hem geld zouden kosten, werd zo alsnog bewaarheid. Alleen waarschijn- lijk om een andere reden dan hij zelf had verwacht. Nienke Swierstra