pagina 9 najaar 2008

Wilke wijst de kleilaag aan. De roofgrond is al verwijderd. Het oeverriet kruipt al over de dijk naar de andere kant van de afgraving. Hier moet nog worden afgegraven. Rechts een gedeelte van de aangelegde weg. bleef de grond voor landbouwdoeleinden beschikbaar. Aangezien we hier een uitbrei- ding van de unieke waterrietvegetatie voorstaan, mag de roofgrond niet worden teruggezet. We hebben een contract met de Delgromij voor het leveren van 100.000 kuub (uitein- delijk komt er 150.000 kuub roofgrond vrij) aan de ‘Drie Dorpen Polder,’ een groot weiland tussen Pannerden en Aerdt, waar 00k ontkleiing plaatsvindt. Onze roofgrond komt daar van pas voor een extra opvulling waardoor daar weer prima landbouwgrond ontstaat. Wij slaan deze grond tijdelijk op in de buurt van de afgraving. De grond is gratis maar het transport naar de bouwplaats is voor rekening van de koper”. Bij de rondgang zijn de eerste resultaten al goed zichtbaar. Zo zien en horen we de oeverzwaluw, wilde ganzen en eenden. Maar 00k zien we groene kikkers in de ondiepe waterpartijen tussen de ontstane vegetatie. In een deel van het gebied zal ooibos ontstaan, bossen van populieren en wilgen, die met name wortel zullen schieten in de ondiepere overgangen tussen water en hoger gelegen gronden. Om de wildgroei in het pioniersstadium van de ontwikkeling te remmen, wordt het gebied begraasd door vleeskoeien van de aangren- zende Twickelboer Uenk. Wilke doceert: “Kijk eens naar de schei- dingslijn in de ondergrond tussen klei en zandgrond. De kleiwinning gaat volgens deze scheidingslijnen waardoor er na afgra ­ ving geen gatenpatroon zal ontstaan in het landschap, maar juist een terrein van glooi- ingen. Hierdoor zal op den duur een unieke afwisseling van flora en fauna ontstaan." Bij het afgraven van de kleilaag, die varieert van 50 tot 200 cm dikte, moet men wel- overwogen te werk gaan. De oevers blijven tijdens het aftichelen steil, waarin oever- zwaluwen kunnen nestelen. Wilke: “In delen die gedurende het broedseizoen moeten worden ontkleid, zorgen we dat er geen steilwanden ontstaan. De aanwezigheid van de oeverzwaluwen moet daar voorkomen worden om het graven door te kunnen laten gaan.” Incident Na de aangename en leerzame excursie door het natuurgebied in wording, wees Wilke mij op een plek met de opmerking: “Daar is het gebeurd! Tijdens egalisatie- werkzaamheden van de kaderanden in juni 2007 is door een shovelmachinist in 6en van de kades een groot aantal oeverzwaluw- nesten vernield. Vanaf de hoge zijde waren de nestholtes voor de machinist niet zichtbaar. De aanwezigheid van de kolonie was eind mei al door leden van natuurorga- nisaties waargenomen. Helaas verzuimde men deze waarneming aan de Stichting Twickel ofde uitvoerder doorte geven. Schoemaker heeft na constatering direct aangifte gedaan bij de politie in Zevenaar. Ook ontvingen de betrokken partijen een brief met uitleg over het voorval, waarbij ze tevens werden uitgenodigd om mee te denken over oplossingen hoe dit soort ongevallen in de toekomst te voorkomen. Het voorval haalde de landelijke pers en ook het Radio i Journaal. Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren stelde vragen over het voorval aan landbouwminister Verburg. Hierop volgde een correspondence tussen de minister en de Stichting Twickel. Wilke tot slot: “Wij zijn uiteindelijk vrij- gesproken. En er is naar aanleiding van dit incident een gedragscode opgesteld voor de ontgronders. Je zou kunnen stellen dat dit betreurenswaardige incident uiteindelijk toch nog ergens goed voor was.” Het paradijs Wanneer het jaar 2015 wordt ingeluid heeft de Stichting Twickel in de Kleine Celderse Waard een uniek natuurgebied onder haar beheer dat verwezenlijkt kon worden uit de Klei om te worden afgegraven.