werd aangevoerd. Onderwijl zaten de jachtopzichters
in de grote keuken en de kloppers op de deel. Opoe wist nog dat er na het vertrek van de jagers altijd een

fooi onder de lege borden lag”, vertelt Annie over de tijd van de laatste baron. “Na de geboorte van mijn dochter Anita hebben mijn man en ik de endskamer laten verbouwen voor ons eigen gezin. Zo hadden wij een eigen plekje. Op de rommelzolder zijn toen slaapkamers gemaakt

en door de verbouwing
zijn er ook ramen op de bovenverdieping gekomen.”

“Wij hadden vanouds een gemengd bedrijf met melkvee en fokvarkens. In 1983 hebben we het melkvee van de hand gedaan en zijn we verder gegaan met het opfokken van kalveren en zeugen. Liefde voor paarden zat er bij ons ook in. We hadden vroeger nog heel lang trekpaarden. Daarom gingen we ook fokken. Mijn man Gerhard ging naar paardenfokdagen, zo is het eigenlijk gekomen. Naast Shetlandpony’s fokten we ook met Friese paarden. Door deze bedrijfstak ging ik schetsen maken van veulens voor het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Ik chipte de veulens ook. Omdat we van dieren houden, gingen we ook honden
fokken. Hierdoor behield onze boerderij toch een aantal verschillende bedrijfstakken. Ik houd nu thuis nog twee honden. De Rhodesian Ridgeback stamboekhond Jodi heeft hier al drie nesten met jongen gehad.”

“Onze zoon en dochter voelden niet veel voor het boerenwerk. Dinand werd met 33 jaar de jongste notaris van Nederland en Anita werkt na haar verpleegkundeopleiding nu als ambulant begeleidster bij mensen thuis. Na het overlijden van mijn man ben ik na a oop van het pachtjaar 2012 vertrokken van De Meijer.”

Het landgoed als energielandschap?

Een steeds terugkerend onderwerp is de vraag waar we in
de toekomst onze energie vandaan moeten halen. In welke mate willen we nog kolen, kernenergie, gas of olie gebruiken? Hoe ziet de energietransitie er uit, ofwel hoe komen we af van onze verslaving aan fossiele brandstoffen?

Als beheerder van een landgoed kan ik daar zeker een bijdrage aan leveren. Welke mogelijkheden biedt een landgoed op dat gebied?

Voor kasteel Twickel is de energietransitie al een eind gevorderd want voor de verwarming gebruiken we geen kolen, olie of gas meer maar houtsnippers uit het eigen bos. Daarmee zijn we terug bij de principes van vóór 1900 toen het kasteel verwarmd werd door een houtvuur in kachels en open haarden. Dankzij de moderne techniek doen we het nu wel veel ef ciënter en comfortabeler. Een ander voorbeeld is de klimaatinstallatie van de landgoedwinkel die zomerwarmte opslaat in de bodem om die er in de winter weer uit te halen. Nog een voorbeeld is de zonne-energie die door steeds meer boeren wordt opgewekt op daken van stallen.

Dit zijn allemaal voorbeelden van energieopwekking voor eigen gebruik. Een stap verder is het opwekken van energie voor de omgeving. Een landgoed heeft immers veel ruimte die in de stad een stuk minder is. Je kan denken aan nog meer zonnecellen die ook stroom gaan opwekken voor het openbare net, het uitbreiden van het warmtenet van onze houtgestookte installatie zodat ook half Delden kan meegenieten van deze warmtebron. En waarom zouden we niet een paar grote windturbines plaatsen op een plek die niet te veel opvalt? We kunnen onze pachters ook

vragen energiegewassen te telen om die vervolgens om te zetten in biogas of biodiesel. Kunnen we het Twentekanaal niet gebruiken als stuwmeer om energie in op te slaan? Kijk eens hoe groot het verval is bij de sluizen in Wiene en Eefde. Zo zijn er vele mogelijkheden, als we maar willen.

Denkt u ook eens na over wat u kunt doen om van de fossiele energie af te komen. Bijvoorbeeld door in plaats van een vliegreis naar een ander continent dichter bij huis vakantie te vieren. Dan is er weer toekomst voor onze eigen recreatieondernemers en hoeven we niet ons hele land inclusief het mooie Twickel vol met windmolens te zetten.