pagina 9 lente 2005

de binnenkant met ‘lood’ worden bekleed met een inhoud van 1700 liter (’60 cubic feet inside’). Indien het opgepompte water ook rechtstreeks in het onderhuis werd afgenomen, kon de inhoud van de ‘vergaarbak’ geredu- ceerd worden tot 1150 liter. Plenty of water Wanneer Rodolphe Frederic baron van Heeckeren van Wassenaer na het overlijden van zijn broer George in 1883 heer van Twickel wordt, voltrekt zich op Twickel een ware industriele revolutie. Omstreeks 1885 zijn de water ‘ver- gaarbakken’ in de zuid- en noordtoren vervangen door ijzeren reservoirs met een inhoud van respectievelijk 23.000 liter en 4.000 liter. In deze periode krijgt George Jennings -weer een Engelsman- opdracht om het kasteel te voorzien van modeme badkamers en sanitair. Gelijktijdig werd er een uitgebreide calorifere of centrale ver- warming in het huis geinstalleerd. In een lijvig rapport van architect H.P.N. Halbertsma uit 1891 voor een nieuwe watervoorziening, werd aan het einde gesteld dat de watertanks en leidingen in het kasteel konden blij- ven zoals ze waren. Uiteindelijk wordt Het waterreservoir op de zolder van de Zuidvleugel. in februari 1893 een globale begroting op tafel gelegd. Dit ‘waterproject’ inclusief de watertoren werd in november 1894 opgeleverd. Rentmeester W.J. Bitter schrijft een maand later, op 31 december 1894, een brief aan George Jennings waarin hij zijn voile tevredenheid uit over de perfecte uitvoering van het project. De rentmeester eindigt met: “The water- tower is now finished and we have now plenty of water”. De beide waterreservoirs in het kasteel, monumenten van bedrijf en techniek, zijn nog aanwezig maar werden eind 20e eeuw buiten dienst gesteld. Helmig Kleerebezem Bronnen: Huisarchief Twickel inv.nrs. 2811, 2812/ 4,2812/9, 2812/22 en 2828. H.A. Kleerebezem, ‘Vorstelijk sanitair in Twickel’, 7 Inschrien nr. 2 april 2001, p. 49-55. H.A. Kleerebezem, ‘De watertoren van het landgoed Twickel te Delden in Overijssef, Erfgoed van Industrie en Techniek, Sep ­ tember 1996, p. 68 -74. John Vince, ‘Wells and Water Supply’, Shire Publications Ltd, Album 36. De kerfstok op Twickel T n de rentmeestersrekeningen treffen we over honder- den jaren vele duizenden verantwoordingen van uit- gaven en ontvangsten. Vaak zijn het beknopte note- ringen van zaken en namen, die elk voor zich nauwelijks interessant zijn. Tezamen met andere aantekeningen zijn die posten wel weer interessant. Een enkele keer is zo’n vermelding curieus. Zo’n bijzondere mededeling treffen we aan bij rentmeester Hendrik van Limborch op 24 oktober 1648, toen hij schreef: ‘Geert ter Meulen compt volgens kerffstock op Twickelo 50,5 dach timmeren ad 8 stuyvers (toe).’ (HAT inv.nr. 2478/7) A1 in de late Middeleeuwen was levering op afbetaling (op krediet) een veel voorkomende zaak. De levering werd dan op een lineaalvormig geschaafd plankje ‘inge- kerfd’ en eventuele latere leveranties werden daarbij gevoegd. Soms werd een kerf ook wel ingebrand. Om die kerfstok rechtsgeldigheid te geven dienden twee exem- plaren aanwezig te zijn, die een identiek aantal kerven moesten vertonen (een stok voor de leverancier en een voor de klant). Gezien de notering door Van Limborch werd zo’n kerf ­ stok kennelijk ook gebruikt bij het verrichten van arbeid. Elke gewerkte dag ,of een deel daarvan, werd ‘ingekrast’ op de kerfstok. In wezen was deze wijze van ‘boek- houden’ beter controleerbaar voor gemaakte werktijden dan in onze tijd, want klanten of leveranciers vragen nu zelden om een nauwkeurig dubbel controleerbare speci- ficatie. Zo kerfstok was nuttig bij het nog alom aanwe- zige analfabetisme. We moeten wel aannemen dat er vroeger op Twickel veel meer gebruik werd gemaakt van een kerfstok. Deze ene vermelding geeft nu een fraai inzicht in de toen gebruikelijke wijze van ‘boekhouden’. Dat een kerfstok niet slechts werd gebruikt bij afgelever- de goederen en bij gewerkte dagen, moge blijken uit het ‘Markeboek van Woolde’. Daar worden de ‘wilcoeren’ (besluiten of resoluties) opgesomd, zoals die ‘van older heercompst werden geholden’. Markebewoners moch- ten elk een vastgesteld aantal beesten op de woeste gron- den laten grazen of laten scharrelen. Indien een bewoner teveel vee op de heide liet grazen, werd het teveel gevan- gen door de ‘schotters’ die dat vee binnen een omheining brachten ten bewijze van overtreding. Dat vangen lukte niet bij kippen, ganzen of eenden. Om toch de overtre ­ ding te kunnen aantonen werd het teveel aan pluimvee met inkervingen genoteerd door twee ‘schotters’ op een ‘kerfstok’. (HAT inv.nr. 5114, fol. 3A). Deze kerven toonden een overtreding aan en dat zal eerder de grond- slag zijn van ons gezegde dat iemand iets op zijn kerf ­ stok heeft, dan een bonafide krediet. H. Reynders