pagina 9 lente 2001

Agnes van Renesse van der Aa, vrouw van Jacob III van Wassenaer Obdam. Copie naar een portret door Gerard van Honthorst. Collectie Stichting Twickel. Foto: Iconographisch Bureau. ties verworven, de een meer in ver- tegenwoordigende functies – als lid van de opstandige Staten -, de ander in hoge ambten. Rond 1600 gingen zij zich Van Wassenaer noemen. De Duvenvoirdetak Van Wassenaer Duvenvoirde verwierf aanvankelijk aanzienlijke vertegenwoordigende functies in het gewest, maar bracht later hoge militairen voort en twee luitenant-admiraals – Jan Gerrit, be- noemd in 1709, en Willem, aangesteld in 1768. De oudste tak ervan stierf in 1721 in manlijke lijn uit, de jongere loot Van Wassenaer Catwijck zette de traditie voort. De tweede Duven ­ voirdetak, Van Wassenaer Obdam, bereikte rond 1660 juist de absolute top via twee luitenant-admiraals – Jacob II in 1601 en Jacob III in 1653 – en overtroefde de Duvenvoirdes in aanzien. Vervolgens leverde hij vooral hoge vertegenwoordigers af. De man ­ lijke lijn hiervan stierf in 1812 uit. De derde Duvenvoirdeloot, Van Wassenaer Warmont, leekde twee nog voorbij te streven met de luitenant- admiraal Johan van Warmont. Maar na diens dood, in 1610, verloor deze tak aan invloed doordat hij katholiek bleef. De factor godsdienst bleek voldoende om deze familie terug te voeren naar lokaal, hooguit regionaal niveau. De Warmonts stierven in man ­ lijke lijn in 1687 uit, hun jongere loot Van Alkemade in 1802 6). Vermogens Op economisch gebied zien we een parallelle stijging. De middeleeuwse Van Wassenaers verwierven geleide- lijk alle belangrijke gronden en rech- ten tussen de Oude Rijn en Den Haag, uitgaande van hun burcht in het dorp Wassenaar. Groot aanzien genoten zij lange tijd als burggraaf van Leiden. Hun goederen bleven na de dood van Jan II bij elkaar, maar gingen via erf- dochter Maria naar haar echtgenoot, Jacques de Ligne, Henegouws edel- man. Zo werden ze deel van een Zuid- Nederlands goederencomplex. Maar toen in de Nederlandse Opstand de De Lignes partij kozen voor Filips II, werden ze geconfisqueerd. De facto onbereikbaar geworden door het ont- staan van de Republiek, verkocht De Ligne ze zo gauw het kon: deels tijdens het Twaalljarig Bestand, deels na de Vrede van Munster. Zo kwam huis Duivenvoorde met de heerlijkheid Voorschoten in 1615 in handen van Van Wassenaer Duvenvoirde; de heerlijkheid Wassenaar werd in 1657 gekocht door Van Wassenaer Obdam. De gelden voor deze aankopen putten de families deels uit hun eigen gronden en rech- ten, deels uit de rijke goederen die sommige van hun echtgenotes uit andere geslachten inbrachten. Maar voor hun forse aankopen moesten zij deze goederen soms flink met schul- den bezwaren of grote leningen slui- ten – Jacob III van Wassenaer Obdam kocht Wassenaar voor 140.000 gulden 7), putte daarvoor 65.000 gulden uit verkoop van goederen en papieren, en moest 75.000 gulden lenen tegen 4,5% rente. Niettemin liepen hun ver ­ mogens op. Deels ook door investe- ringen, zoals in droogmakerijen, deels, vooral na 1665, in de Hollandse staatsschuld en andere waardepapie- ren. We zien dus een verschuiving in de opbouw van hun vermogens 8). Huwelijken Via hun huwelijken komen wij bij de sociale kanten van de familie. Zowel de Van Wassenaers als de Van Duvenvoirdes slaagden er vrijwel steeds in, binnen de eigen stand te trouwen. Naarmate hun aanzien steeg, zochten zij partners uit aanzienlijker families. Daarbij speelden ook poli- tieke ontwikkelingen een rol. Voor de Bourgondische tijd kwamen de echt- genoten steeds uit de eigen Hollandse adel. Maar doordat de Bourgondiers hun territoria vergrootten en de Van Wassenaers in hun directe nabijheid bleven, verbreedde zich ook hun hori ­ zon. Vanaf begin 15e eeuw zochten zij echtgenotes in de Zuidelijke Neder- landen 9). Zo bleef het na het uitster- ven van de hoofdtak in manlijke lijn: de erfdochter Maria huwde immers met Jacques de Ligne. Maar die relatie werd, zoals wij al zagen, afgesneden door de Nederlandse Opstand. Tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden ontstond nu een duidelijke barriere. Tegelijk kromp in het Noorden de adel in, en waren dus binnen het eigen gewest steeds minder huwelijkskandidaten