pagina 9 lente 1997

Tekening vanJ. Hakstegen van de school op de Deldeneresch. Deze stond op een terrein dat J.D.C. van Heeckeren van Twickel in 1844 hadaangekocht van het erveMeijer en dal hij in 1845 om niet ter beschikking stelde voorde bouw van de school. Dit onder bepaling dat bij opheffing ofverplaatsing het gebouw moest worden afgebroken. Toen de school in 1969 werd opgeheven is aan deze eis gevolg gegeven. Bewoners van Twickel benoemden en betaalden de schoolmeesters De zorg voor het onderwijs in de marken De adellijke bewoners van kasteel Twickel hebben in de loop der eeuwen nogal wat bemoeienis gehad met het onderwijs in de verschillende marken. Het is interessant om hieruit eens een aantal zaken te belichten. Met uitzondering van de stads- school in Delden zijn de schooltjes in de buurschappen gesticht en in stand gehouden door de markebesturen. Jan Hakstegen De bezitters van Twickel wisten in de loop der tijd het erfmarkerichterschap te verkrijgen over Azelo, Weddehoen en Cotwich (Wiene), Bentelo, Bekkum, Oele en de Grote Boermarke. Deze laatste bestond uit Delden, Deldeneresch en Deldenerbroek. Hengevelde viel onder huis Weldam, dat in de periode 1751 – 1877 toebehoorde aan de bewoners van Twickel. Als markerichter had de eigenaar van Twickel ook de zeggenschap over de school ­ tjes. In het huisarchief Twickel zijn over de histone hier- van vele stukken te vinden. Financiering Het is bekend dat de schooltjes in Azelo, Bentelo, Wiene en Hengevelde al voor 1690 bestonden. De vier schoolmeesters waren toen namelijk op een vergadering van de kerkeraad aanwezig 1). Men moet zich van deze eerste schooltjes niet teveel voorstellen. De kinderen wer- den meestal ondergebracht in een boerenschuur. Leerplicht bestond niet en ’s zomers was er aanvankelijk geen school, omdat de kinderen op het land moesten hel- pen. Dat kwam trouwens ook de meester goed uit. Hij was dikwijls een boerenzoon die wel wat aardigheid had in het onderwijzen. Een opleiding was er niet. Hij leerde het vak van de reeds aanwezige meester, voor wie zo’n “hulp” ook best welkom was. Het was al mooi als de meester kon lezen en schrijven. Rekenen deed men op het platteland vrijwel niet. Aanvankelijk werd de meester betaald uit de marke. Men kwam dan aan geld door het verkopen van hout of grond, of door het verlenen van rechten. Zo bevindt zich in het archief van de gemeente Stad Delden nog een koopak-