pagina 9 lente 1996

De geschiedenis van Carelshaven De geschiedenis van Carelshaven begint in 1772, het jaar waarin graaf Carel George van Wassenaer Obdam, heer van Twickel, een scheepvaartkaanaal liet graven om Twente te verbinden met de Regge en vandaar via de IJssel met de Zuiderzee. Bij de haven liet hij in 1775 een boerderij annex schippersherberg bouwen, de voorganger van het huidige hotel. De eerste pachter en herbergier was de befaamde Nicolaas Bohmer, koerier in dienst van graaf Carel George. Bekend is het verhaal van diens activiteiten als spion, waarbij hij in 1795 door de Fransen werd overvallen en gefusil- leerd in het bos tegenover het kasteel (zie o.a. Twickelblad, 1991, no. 1/2). Van zijn opvolgers Frans Collet tot 1806, Frederik ter Florst tot 1827 en Gerrit Schoenmaker tot 1837, is eigen- lijk alleen bekend dat vooral de laatste niet uitblonk door orde en tucht. Als een ruziezoekend schipper zijn mes in de tafel stak om zo zijn tegenstander uit te dagen, nam de waard gauw de benen. Met Willem Arnoldus Kluvers, de eerste van zijn geslacht op Carelshaven veranderde het tij. "Bedienaar, geen dienaar" was zijn devies. Als sterke man – hij was mulder in Borculo en gewend om met zware zakken meel te sjouwen – zorgde hij snel en krachtdadig voor orde en rust. Kluvers wist op tijd de bakens te verzetten. Hij zag de scheepvaart verlopen, omdat het water in de vaart eigen- lijk te laag stond. Daarom dong hij naar de functie van Rijkspostmeester. In 1841 werd Kluvers bij Koninklijk Besluit benoemd tot opvolger van postmeester Van Heek in de Kroon in Delden. Met de postkoets aangespannen met rijk- spaarden verzorgde hij de trajecten Holten-Delden en Delden-Oldenzaal. De diligence vervoerde passagiers en post. Ging het om haastboodschappen dan mende Kluvers zelf, een krach- tige koetsier op een tweewielige sjees. In 1842 genoot de herbergier van Carelshaven de eer een schakel te mogen zijn in de „Koningsrit”. Hij zorgde voor twaalf verse paarden voor de rijtuigen van koning Willem II en zijn gevolg op door- tocht naar Rusland. Dankzij de omvangrijke paardestal kwam Carelshaven onder zoon Jacob steeds meer in trek als pleisterplaats voor daguitstapjes. De schaduwrijke veranda en lommerrijke bomen lokten klanten uit heel Twente. Het Nutsdepartement van Delden, Borne en Hengelo organiseerde in Carelshaven zijn bijeenkomsten en ook de Twentse fabrikanten kwamen hier vergaderen en feestvieren. In 1856brachtenzij hier/ 100.000 op tafel, nodig voordeovema- me van de stoomblekerij van Ainsworth in Goor. De aanleg in 1866 van de spoorlijn tussen Hengelo en Zutphen bracht de eerste toeristen. De bedsteden van de weinig verwende reizigers op doortocht maakten plaats voor logeerkamers. In 1901 nam Willem Arnold Kluvers de leiding van het bedrijf. Hij wist baron R.F. van Heeckeren van Wassenaer te bewegen tot een grootscheepse verbouwing, die het hotel in 1904 vrijwel zijn tegenwoordige aanzien gaf. In 1972 werd de band tussen Twickel en Carelshaven losser; de gebouwen gingen in eigendom over naar de fami- lie Kluvers en de grond werd voor een periode van 99 jaar in erfpacht gegeven. Aafke Brunt Deze zomereik die al eeuwen de ingang van Carelshaven bewaakt, moet volgens betrouwbare overle ­ vering geplant zijn omstreeks 1770, ongeveerdrie jaar voorde bouw van de herberg. In 1907 was de omtrek van deze boom op 50 cm. boven de grond 5,63 meter en op 150 cm boven de grond 4,72 meter. In 1910 bedroeg de omvang 5,70 meter en 4,81 meter. In de nazomer van 1908 zijn de dikste tak en de kruin door een wervelwind afgebroken. (huis- archief Twickel, inv.nr. 2609/7). Toch groeide de boom nog verder. Twickelmedewerker Martin Nolsen mat in februari 1996 op 50 cm een omtrek van 6,30 meter en op 150 cm een omtrek van 5,70 meter. Ansichtkaart, ca. 1960.