pagina 9 lente 1992

Dan als die op het wild zouden afgaan dat hier- omstreeks veel gevonden wordt loopen zij gevaar van door de Coddebeijen doodgeschoten te worden”. Wezel krijgt voorts te horen dat ’’vreedzaam gedrag en wandel, vriendelijkheid en beleefheid jegens een iegelijk” noodzakelijk is. De verhuiskosten zullen tenslotte voor eigen rekening komen. Hierover be- klaagt Wezel zich bij de heer Daniel Pompejus du Tour te Wassenaar, een edelman vermoedelijk belast met het vaststellen van het tractement en andere fi- nanciele vergoedingen aan de schooldienaar. Hij schrijft hem: ’’Door alle die onkosten, ben ik zoo zeer ten einde van geld geraakt, dat ik genoodzaakt zal zijn, om binnen zeer weinig daagen, eenig zilver of Goud, te Leijden te verkoopen: om ons zoo lang te redden tot dat het 1 Vi jaar om is. (Hij denkt in die tijd een beter inkomen op te kunnen bouwen.) ’t Is Waar, tot het verkoopen van Silver of goud, gaa ik wel ongaarne toe over, want men verliest er teveel aan; doch de nood breekt wetten. Misschien zou den een of ander mij wel een weinichge geld, willen op- schieten, om een week of 6 daar van te Leeven, doch ik weet die niet”. ”Vele onwaarheden” Het is dus duidelijk dat Wezel uiteindelijk het onder- wijs in 1792 te Wassenaar is gaan geven. Hoelang dit precies geweest is verhalen de annalen niet, doch wel is duidelijk dat hij (er is niets nieuws onder de zon) vanaf het begin aldaar veel tegenwerking ondervon- den heeft. Zo schrijft een aantal inwoners aan Daniel Pompejus du Tour dat zij bezwaren hebben dat We ­ zel het nieuwe in gebruik te nemen orgel gaat bespelen. Zelf schrijft hij op 27 november 1792: ’’Geloof nu vrij zeeker Mijn Heer! dat er zeer veele onwaarheden teegen UwEdGest: van mij verhaald worden. Ik weet dat er menschen alhier zijn, die mooij met mij, in mijne teegenwoordigheijd heen praaten; mij alles toestemmen en alles omtrent hunne kinderen met mij beraamen. En deze zelfde men ­ schen weet ik dat (van mij afzijnde) de rol dapper laaten afloopen; om reeden dat men een Mof (ver ­ moedelijk was hij van Duitse afkomst gezien zijn naam) en Kees! (scheldwoord voor een Patriot, dus anti-Stadhoudersgezinde) maar zwart moet zien te maaken! Dit is mij meer dan eens ter ooren gekoo- men. Maar ik stoor mij niets aan zulke praatjes; als ik bij mij zelven wel overtuigd ben, wel te doen. Ik geef elk de vrijheid om met een onpartijdig oog ons doen en laaten te beschouwen. Meer vraag ik niets”. Ondanks de tegenwerking heeft Wezel zich toch we- ten te handhaven. Het laatst horen we over hem in 1816, want dan gaat hij er mee accoord dat door de Administratie der Gereformeerde Kerkgoederen te Wassenaar jaarlijks 150 gulden van zijn traktement als schoolmeester, koster en organist wordt ingehou- den ter bezoldiging van een aan hem toe te voegen tweede onderwijzer. In het archief lijkt het dus eind goed al goed te zijn voor deze schooldienaar die ons een aantal zeer boei- ende brieven heeft nagelaten, waaronder dus waar- schijnlijk de mooiste en best gelllustreerde sollicitatiebrief ooit geschreven. Bron: Huisarchief Twicket inv.nrs. 7354, 7356 en 7357. Geduld en aanleg voor tekenen kan de sollicitant niet wor ­ den ontzegd.