pagina 9 herfst 1998

Stichting Twickel kiest voor continuiteit in bosbeheer Een visie op het bosbeleid van Twickel Na enkele jaren werk is de herziene bosbeheersvisie Twickel gereed. Dit betekent niet een compleet nieuwe aanpak van het bosbeheer. Ten behoeve van de continuiteit is juist beslo- ten om op veel onderdelen door te gaan op de ingeslagen weg. Hans Gierveld Voorafgaand aan het opstellen van de bosbeheersvisie zijn een tweetal inventarisaties uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn bouwstenen voor de visie. In 1995 is in samen- werking met de provincie een ecologisch onderzoek uitge ­ voerd (zie elders in dit blad). In 1996 is een houtmeetkun- dige inventarisatie uitgevoerd. Per 4 hectare bos is een opname gemaakt. Gekeken is naar de boomsoorten, de dikte van de bomen, de hoeveelheid hout, de bijgroei (de hoeveelheid hout die per jaar bijgroeit), de hoeveelheid dood hout en enkele structuurkenmerken van het bos. Bostypen Om betrouwbare resultaten te krijgen is het bos inge- deeld in vier bostypen, te weten: Oud loofbos: Veelal oude eiken bossen op plaatsen waar al heel lang bos staat. Dit leidt tot goed ontwikkelde bossen. Oude grove dennen bos: Grove dennen bossen die na de markeverdeling, midden vorige eeuw, zijn aangeplant. Onder de oude grove dennen is een ondergroei ontstaan van berk, eik en beuk. Veldbos: Spontaan opgeslagen bossen na beeindiging van het gebruik van de heide. Deze bossen bestaan voor- namelijk uit grove den en berk. Jong produktie bos: Relatief jonge monocultures van naaldboomsoorten. Aangelegd verspreid over het land- goed, veelal na de houtvorderingen in de tweede wereld- oorlog. Houtvoorraad bij de Twickeler Zagerij. Foto: A. Brunt.