pagina 8 zomer 1996

Twickel verpacht. Het bezit in Lage omvat nog slechts een volledig in bedrijf zijnde pachtboerderij, Hof Onste. Reigerkolonie In het Lager bos bevindt zich een van de kolonies van de in Noord Duitsland zeldzaam geworden blauwe reiger. Terwijl men in de vijftiger jaren nog ruim 60 horsten telde, was na de strenge winter van 1963 het aantal gehalveerd. De laatste jaren hebben, net als in de Breeriet op Twickel, een stabilisatie van het aantal te zien gegeven. Het gebied valt onder Naturschutz en Landschaftschutz. Beheer Graaf Alfred Solms, die met zijn vrouw Christina en z’n twee dochtertjes kasteel Weldam bewoont, vervult sinds 1962 het rentmeesterschap en heeft ook het naburige Brecklenkampse bezit van Twickel onder zijn hoede, 240 hectare groot, met 35 hectare bos en zeven pachtboerderij – en. De havezate Huis Brecklenkamp is ook nog een tijd (van 1901 tot 1941) van Twickel geweest. Daarna kocht dr J.H. van Heek het, liet het restaureren en maakte het *1 Het oude Molenaarshuis met op de achtergrond de kerk. Tegenwoordig biedt dit huis onderdak aan de Teestube. Foto: Huisarchief Twickel, ca. 1890. gebruik als jeugdherberg mogelijk. Enkele jaren geleden is het huis door de Jeugdherbergstichting verkocht aan een particulier. Rentmeester Solms trof in 1962 Lage in een enigszins verwaarloosde toestand aan. “Het landgoed was vervallen”, zegt hij terugblikkend. Toen hij de barones vroeg of hij rentmeester van Lage kon worden, besloot zij na overleg met rentmeester Brunt hierin toe te stemmen. “Het hoeft niets op te brengen, zolang het ook niets maar kost”, zei de barones tegen Solms. Mede door zijn liefde voor oude monumenten kon het herstel van de twaalf meest monumentale panden die deel uitmaken van het landgoed Lage, ook met financiele medewerking van de Kreisbaurat, worden aangepakt. Vluchteling in Lage De nieuwe rentmeester kende de streek en bevolking van Lage al uit zijn jeugd. Solms, die vanaf zijn dertiende jaar in Lage verbleef, na met zijn ouders te zijn gevlucht uit de Oostzone, waar hun landgoed Sonnenwalde door de staat onteigend was, kan zich nog herinneren dat de molen in bedrijf was. In de tweede helft van de jaren veertig dreunde de grond menigmaal onder zijn voeten, als hij’s morgens Lage verliet om in Nordhorn naar school te gaan. De graaf haalt herinneringen op aan zijn bewogen jeugdjaren in de oorlog. Zijn familie moest niets van Hitler en de nazi’s hebben. In beperkte kring was dit bekend, maar openlijk protest of verzet was levensgevaarlijk. Solms’ moeder, gravin Isabella, had de Engelse nationali- teit en luisterde ondanks het gevaar stiekem naar de Engelse zender. Aan het eind van oorlog hoopten ze dat de Engel sen en Amerikanen het eerst zouden komen, maar de Russen waren eerder. Het scheelde slechts honderd kilometer. De Russen hidden vreselijk huis en de familie Solms moest Sonnenwalde ontvluchten uit angst voor de plunderende soldaten. De ‘bevrijder’ ging, een nieuwe ‘bezetter’ kwam. “Meteen werd begonnen met de Demokratische Boden Reform. Wie meer dan honderd hectare land had, raakte alles kwijt. Je mocht ook niet in je eigen ‘Kreis’ blijven”. Nadat het landgoed aan de landhervormingen ten offer was gevallen, moesten de Solmsen hun landgoed voor- goed verlaten. Ze vluchtten naar Berlijn. Nergens was je als voormalig landheer veilig. Er heerste totale chaos. Met achterlating van alles moesten vertrekken. Een neef, de Engelse ambassadeur in Warschau, regelde dat ze met een vliegtuig uit Berlijn konden wegkomen. Als berooide vluchtelingen vonden ze tenslotte onder ­ dak in Lage. De barones van Twickel, een nicht van Solms’ moeder, was graag bereid haar verwanten te helpen. Confiscatie De familie kreeg in Lage een nederige behuizing, ter ­ wijl over de grens een kasteel op hun komst wachtte: huis Weldam bij Goor, waar tijdens de oorlog de laatste Bentinck van het Weldam-geslacht, kinderloos was gestorven. Deze graaf Frederik was een oom van graaf Alfred Solms. “Maar het was moeilijk om vanuit Duitsland naar Nederland te komen. Het heeft nog zeven jaar geduurd”. Familie in Nederland konden ze slechts bij de grenspost ontmoeten en dan wel onder streng toezicht. Het vreemde was dat de graaf en zijn moeder wel naar Engeland konden gaan.