pagina 8 zomer 1993

het besturen van Twickel buitengewoon boeiend”, aldus Boreel en Van Harinxma. Kwaliteitszetels Het dagelijks bestuur van de Stichting Twickel, het college van regenten, bestaat naast Boreel en Van Harinxma uit mevrouw B.A. van Karnebeek-van Roijen en de heren E.P. Krudop en ir. E.P.L. Hes- sels. Mevrouw Van Karnebeek heeft zitting namens de Nederlandse Kastelenstichting en de heer Hessels namens de Vereniging Natuurmonumenten. Deze ’kwaliteitszetels’ zijn door de baronesse in de over- drachtsbepalingen opgenomen. Vanaf haar overlij- den in 1975 worden deze zetels bezet. ”De twee kwaliteitszetels zijn niet bedoeld om de be- langen van Natuurmonumenten of de Kastelenstich ­ ting te behartigen. Beide bestuurders zijn benoemd op persoonlijke titel en praten mee over alle bestuurs- aangelegenheden. Op dit moment wordt bestuursze- tel van Natuurmonumenten bezet door Hessels, de directeur terreinbeheer. Het is echter ook goed denk- baar dat een bestuurslid van Natuurmonumenten in het Twickelbestuur wordt opgenomen”, aldus Boreel. Affiniteit Voor de drie overige bestuursfuncties spelen vooral kennis en betrokkenheid een belangrijke rol. ”Voor alle bestuursleden geldt dat zij affiniteit of ervaring met landgoederen hebben. De meesten van ons zijn daar van huis uit mee opgegroeid. Daarnaast zoeken we bij vacatures mensen met kennis die op dat mo ­ ment binnen het bestuur ontbreekt. Bijvoorbeeld ju- ridische kennis en ervaring met de financiele aspekten van een landgoed”. In de loop der jaren, zegt Van Harinxma, is de be- hoefte aan specifieke kennis binnen het bestuur sterk toegenomen. ”De behoefte aan deskundigheid is gro- ter omdat de maatschappij als geheel veel ingewikkel- der is geworden. Vroeger behandelden we tijdens bestuursvergaderingen een aantal zaken die veelal be- trekking hadden op aan- en verkopen of ruilingen. Nu praten we over zaken waar vroeger nog niet eens over werd nagedacht. Zoals de hinderwetproblema- tiek, de superheffing, de mestwet en in z’n algemeen- heid planologische aangelegenheden”, verklaart Van Harinxma. De vergaderfrekwentie is, van enkele bij- eenkomsten jaarlijks, inmiddels gegroeid naar 10 per jaar. Zoeken Boreel en Van Harinxma verklaren dat vooral na het overlijden van de baronesse in 1975 een veel grotere druk van de samenleving op het bestuur van de stich ­ ting kwam te liggen: ”Tot die tijd was Twickel nog een echt landgoed van de baronesse. Na het overlij ­ den van mevrouw ontstond een grote druk van de sa ­ menleving op alles dat op Twickel gebeurde. Er ontstond het gevoel dat Twickel een landgoed van ons allemaal is. Het bestuur heeft dan ook een aantal jaren nodig gehad om de goede weg te vinden”. Om alle zaken in goede banen te leiden, werd het be- heer van het landgoed verder geprofessionaliseerd. De functie van rentmeester groeide uit naar die van een directeur met een uitgebreide staf van medewer- kers. ’’Met het oog op het grote aantal gebouwen met cultuurhistorische waarden hebben we indertijd na verschillende afwegingen de voorkeur gegeven aan een ingenieur als rentmeester. De staf is in de loop der jaren uitgebreid en we hebben nu zo’n 30 perso- neelsleden. Dat heeft zichtbaar positieve effecten. In 100 jaar tijd is bijvoorbeeld veel aan natuurwaarden verloren gegaan. Nu zien we door onze inspanningen een ommekeer en winnen we weer stukjes terug”. Visie Volgens het Twickelbestuur dankt Twickel een groot aantal waarden aan het feit dat altijd al veel aandacht bestond voor bijvoorbeeld landschapsschoon. Ook in tijden dat daar buiten het landgoed minder zwaar aan werd getild: ”In het verleden bestond al veel visie. De fraaie inpassing van de gebouwen op het landgoed is het resultaat van inspanningen die in het verleden al werden gedaan. Door indertijd meer aandacht te besteden aan bijvoorbeeld de stijl van nieuwe vee- schuren, staan nu niet overal van die lelijke stallen. Dat is het resultaat van inzicht en betrokkenheid bij landschap en architectuur die altijd op Twickel heeft bestaan”. Tien keer per jaar komt het bestuur bijeen en bij die gelegenheden wordt de vlag op het kasteel gehesen. De te bespreken onderwerpen worden grondig voor- bereid door de rentmeester, waardoor een groot aan ­ tal zaken kunnen worden besproken. ”In de loop van de tijd is de voorbereiding strakker geworden. Terug- kerende onderwerpen zijn de aan- en verkopen, de restauratie van gebouwen, subsidieregelingen en on ­ derwerpen die tijdelijk veel aandacht vergen zoals bijvoorbeeld de stadsuitbreidingen rond het land ­ goed, de aanleg van wegen of de hinderwet”. Openstelling Van de agenda is het vaste punt ’Vrienden van Twi- ckel’ verdwenen. ”Er zijn jaren geweest waarin spra- ke was van een uitgesproken vijandige houding. Op iedere bestuursvergadering kwam dat wel ter sprake. De verhoudingen zijn gelukkig heel wat verbeterd en het vormt geen onderwerp van gesprek meer op bestuursvergaderingen’ ’. Een van de markantste onderdelen van het landgoed is het kasteel. Is nooit overwogen om het kasteel open te stellen? ”De statuten van de stichting verbieden openstelling en eerlijk gezegd zijn we daar ook niet rouwig om. Openstelling zou ontzettend hoge kosten met zich meebrengen voor bijvoorbeeld beveiliging. Daar komt bij dat het kasteel geheel volgens wens van de baronesse een bewoond huis moet blijven. Haar voorkeur ging uit naar een sobere bewoning. Dat neemt niet weg dat ook de baronesse het heerlijk vond om mensen te ontvangen. Vooral de tuin liet ze graag aan mensen zien. Door de openstelling van de tuin zet de stichting deze traditie voort. Wat betreft het huis hebben we wel eens gedacht aan openstelling van het voorplein, maar zover is het nog niet geko- men. Periodiek is wel sprake van een gedeeltelijke