Geraakt door de schoonheid

Journalist Wim Boevink schetst voor Trouw in zijn kroniek ‘Klein Verslag’ het alledaagse leven met gevoel

8 voor detail. Twickel, het landgoed uit zijn jeugd,

dient daartoe geregeld als inspiratiebron. “Twickel is echt een schat.”

auteur

Martin Steenbeeke

“Ik ben grotendeels opgegroeid in Hengelo en herinner me etstochten met mijn ouders. Mijn echte herinneringen dateren van later. Na de middelbare school ging ik werken bij boekhandel Broekhuis. In die periode maakte ik kennis met Henk te Kulve, de zoon van een pachtboer aan de Twickelerlaan. Hij had zijn atelier in één van de vroegere stallen; een grote, prachtige ruimte. Zwaar romantisch. Dat is de eerste keer dat ik werd aangeraakt door de schoonheid van dit landgoed. Niet alleen de boerderijen maar ook het park, het huis en alles eromheen. Later ging ik antropologie studeren in Amsterdam. Toen ik visueel onderzoek moest doen over de verhoudingen in een samenhangende gemeenschap kwam Twickel bij mij weer terug.”

“… je trof hier nog een overblijfsel aan van feodale tijden, waar de boeren hun pacht contant betaalden bij de rentmeester, er een sigaar rookten, en in het veld hun

pet afnamen als de barones passeerde.” (fragment Klein Verslag ‘In de sporen van
Fürst Pückler (1)’)

“De lm die ik met medestudenten maakte, is destijds nog vertoond in ’t Hoogspel. Er zaten wel driehonderd mensen in de zaal. Een grote belevenis. We hadden verschillende generaties boeren geïnterviewd en ook de toenmalige rentmeester Kees Brunt speelde een behoorlijke rol, maar in het kasteel zijn we niet geweest. Dat was mooi geweest, maar voor ons taboe. Ik heb in één van mijn stukken de huidige rentmeester Albert Schimmelpenninck geciteerd die het kasteel vergeleek met een gesluierde vrouw. Je moet moeite doen om te weten wie erachter schuil gaat. Het heeft als effect dat er afstand is met de rest van de wereld, maar je houdt ook een mysterie overeind. Dat heeft ook wel wat.

Praktisch gezien is de toegang voor
mij vergroot omdat ik beheerder Rob Bloemendal vanuit mijn woonplaats Utrecht goed ken. Als ik hier te gast ben, kan ik de tuin inwandelen en met een ets over het landgoed dwalen. Dan zie je dat het heel herkenbaar is. Diverse landschapsarchitecten hebben in het verleden hun stempel gedrukt, maar ik

merk een continuüm. En nergens grote aantastingen, behalve natuurlijk de rondweg. Doodzonde…”

“Ik was vanaf het station in Delden over Twickelse grond naar het kasteel gelopen en daarbij de nieuwe loopbrug overgestoken. Die brug hielp me de hemel in, over de vermaledijde ringweg die in 1972 het landgoed afsneed van het stadje. Aan de overkant van die weg, over de brug, begon een andere wereld.” (fragment Klein Verslag

‘Op het goed van Twickel’)

“Ik vind de stijl van mijn stukken belangrijk. In de compacte ruimte die mij gegeven is, wil ik een bepaalde sfeer oproepen. Die hoge brug
fungeert als een soort tijdmachine, versterkt het effect dat je even uit de alledaagse werkelijkheid treedt. Je komt in een wereld met andere regels. Die illusie is echt goud waard. Veel mensen voelen zich daardoor blijkbaar aangetrokken want wat opvalt is de grote betrokkenheid. Veel vrijwilligers helpen het landgoed in stand te houden en drukken zo hun liefde er voor uit. Die gemeenschapszin is bijna tegengesteld