pagina 8 winter 2005

Een vroeger bezit uan de familie Van Wassenaer Obdam De geschiedenis van Kernhem Het landgoed Kernhem kent een lange geschiedenis. Omstreeks 400 na Christus ontstonden langs de rand van dit hoger gelegen gedeelte van de Veluwe een aantal Saksische nederzettingen. Omstreeks 800 verrees op de plaats van het huidige landhuis een hoeve die later in de Middeleeuwen toebehoorde aan de graven en hertogen van Gelre. D eze hoeve leverde hen voed- sel, drank en brandhout. Dankzij de afwatering van het Veluwemassief was het mogelijk de hoeve te omgeven met diepe grachten die altijd vol water stonden. De gevelsteen boven de ingang van het huis Kernhem toont het alliantiewapen van het echtpaar Jacob van Wassenaer Obdam en Agnes van Rennesse van der Aa. Foto: Maarten Hermanussen. Toen conflicted uitbraken met de bis- schoppen van Utrecht werd de hoeve vervangen door een kasteel. Vanaf 1426 werd dit kasteel in leen gegeven aan een dienstman, of ridder in dienst, van de hertog Van Gelre. Van Wassenaer Obdam In 1543 ging het leen over naar de dienstman Seeger van Arnhem. Zijn nazaat de erfdochter Margaretha van Arnhem liet het bezit in 1651 na aan haar aangetrouwde neef Jacob III van Wassenaer Obdam en zijn echtgenote Agnes Renesse van der Aa. Na een eeuw waarin de Van Wassenaers weinig aandacht aan Kernhem besteedden ging het landgoed, waar- toe inmiddels negen boerderijen behoorden, over op Carel George van Wassenaer Obdam, de bezitter van Twickel, die de Twickelervaart liet aanleggen. Deze vooruitstrevende edelman interesseerde zich vooral voor de verbetering en uitbreiding van de uitgestrekte bossen. In zijn tijd was de behoefte aan hout door de opkomst van de industrie sterk gestegen. Veel verarmde grondbezitters verkochten hun bomen zonder zich te bekomme- ren om de herplant. Zo rui zij de restanten van de toch al schaarse bossen zonder rekening te houden met de toekomst. Gelukkig pakte de rijke graaf Carel de zaken anders aan. Hij kwam regelmatig in zijn eigen bossen. Tijdens een van zijn bezoeken regelde hij zelf de voorwaarden waarop de boeren zijn bomen mochten ge- bruiken. In de Edese bossen en in het gebied de Sijsselt kocht hij veel bos- grond bij. Hier begon hij met de aan- plant van eikenhakhout, waarbij hij al Kasteel Kernhem bij Ede. Olieverf op doek door J. Ouwater. 1784. Collectie: Gemeentemuseum Arnhem.