pagina 8 winter 2002

Ulancn-Offizier Als oud Deldenaar vindt Ab Timmer het prettig om zo nu en dan weer eens even in en om Delden rond te kijken. Soms komt hij dan langs een plek die herinneringen oproept. Ulanen-Offizier graaf Frederik van Aldenburg Bentinck. Foto: collectie HuisarchiefTwickel. I n de paasweek van 2001 waren we te gast bij de familie Holterman op het erve Mollinkwoner. Op een dag wandel- den wij daar vandaan de Noordmolen uit, links af de laan in, richting kasteel. Zo’n honderd meter vanaf de hoek van de Noordmolen- Twickelerlaan zag ik opeens aan de linker kant op het perceel, dat nu is beplant met jonge eiken, het restant van een gegraven kuil. Ik herkende de oorspronkelijke vorm van de kuil: ongeveer vijftien meter lang, drie meter breed en in het midden zo’n 150 meter diep over de breedte en vandaar naar weerszijden langzaam omhoog lopend. De bodem is over- dwars bedekt geweest met balken van drie meter lengte. Een auto kon aan de ene kant omlaag rijden tot anderhalve meter diepte en dan weer omhoog. Op dit terrein, waardestijds, augus- tus/september 1940, hoge vliegden- nen met prachtige rechte dikke stam- men stonden, had zich een eenheid van de Duitse Waffen SS genesteld, die de kuil had gegraven en van bal ­ ken had voorzien. Voorbereiding invasie In de maanden augustus/september 1940 had Hitler-Duitsland vrijwel heel Europa onder de voet gelopen, maar Engeland had de Duitse Luftwaffe weerstaan en grandioos verslagen in ‘The Battle of Britain’. Engeland zou nu door middel van een invasie moeten worden veroverd. Daarvoor was een vloot nodig. Bij gebrek aan zeeschepen werden door Hitler in Europa binnenschepen gevorderd en in westelijke zeehavens bijeengebracht. Ondertussen reden de wagens van de SS rondjes door de kuilen in het bos bij de Twickerlaan. Voorbij- gangers vroegen zich af, waar dit toe diende. Zo ook mijn vader Johan (1892 – 1972) die dit aan een schild- wacht vroeg. Het antwoord was, dat de chauffeurs op deze manier moes- ten leren hun wagens op schepen te rijden om naar Engeland te varen. Waarop mijn vader vroeg: “Denk je dat die schepen stil zullen liggen?” De Feldwebel Deze kritische vraag werd kenne- lijk overgebracht aan de Feldwebel, een eigenwijs, ijdel ventje, dat daar ook steeds rondliep. Het gevolg was, dat mijn vader zich bij elke keer, dat hij door de laan fietste, moest legiti- meren. Op een keer fietste mijn vader vanaf het kasteel samen met graaf Frederik van Aldenburg Bentinck, een neef van de laatste barones die op Weldam woonde, richting Azelo. Hij vertelde hem over zijn ervaringen met die vervelende Feldwebel. En zowaar. beiden werden staande gehouden door dat mannetje in hoogst eigen persoon, die naar hun papieren vroeg. Nu was graaf Frederik tijdens de Eerste Wereldoorlog officier geweest in het keizerlijke keurkorps ‘De Ulanen’, een roemrucht lancierkorps uit de Pruisische tijd. Als oud officier verzocht graaf Frederik de Feldwebel om zich naar behoren te willen mel- den bij: ‘Ulanen – Offizier Graf Von Aldenburg Bentinck’. Het bleek dat de Feldwebel de militaire geschiede- nis goed had geleerd: de schrik was groot en het hakkengeklap en ‘verzeihung’ heel luid. Hij herstelde zijn fout: de beide heren mochten doorfietsen zonder zich te legitime- ren. Alle keren daarna, als mijn vader langs het oefenterrein kwam, keek de Feldwebel bij toeval net een andere kant op. Ab Timmer