pagina 8 winter 1996

Afbeelding in de achttiende eeuwse publikatie van G. van Loon. Voor de berging van de penning is een speciale cassette vervaardigd. Foto: J. Mulder. De opperhoofden der yci wicrden zoo (io) door de SKaren van Holland, als door de vcrlo (ten (i i)befchonkcnmet gonde ketenen cn gedenkpenningen, op weLkc het ontzct van Ley de (iz) flondt afgebeqld: alsop den volgcndcn Iran gezien worden; die met: zyn bywerk van goud in dc wefirgalooze penningkas van den Heer Balthazar Schot, ontfanger van des gemce- nen lands middclcn tc Amfterdam bewadrd wordt, en door den Aklysmccftcr(i3) rti :Lcyde gciminr is ; w el ken ik 00k met ! zync keten heb karen afbeelden ; om re S vertoonen boedaanig de zelve geweeft j zyn, cn op war wyze die penningen zyn ! gedraagen geworden. (10) TltTo!, tier Stair. Viu Hotl, I Nov. *7 e (1 OHooft Ntfl. Hift. fot. 397, (nj M«e- ren Nei. Hift. foi. 105, VCrtb. .^)Reroi: ter Stut. van Holi. ri Dee. 1574 fol* M7- Beschrijving van de penning door G. van Loon. tijd ook de titel Burggraaf van Leiden voerde, als zodanig de penning wel zou hebben verworven. Deze bijnaam is echter onterecht, want het unieke stuk is door huwelijk in de familie Van Wassenaer gekomen. De bovengenoemde heer Schot en zijn vrouw, zeer vermo- gende burgers van Amsterdam, overleden kinderloos. Zij lieten veel na aan de kinderen van een oud-burgemeester van Leiden, Daniel Hooft. Diens zoon Hendrick Hooft, kreeg slechts een dochter, Hester, die trouwde met George Clifford. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren, weer een Hester, die trouwde met de bekende Gijsbert Karel van Hogendorp, en Adriana Margaretha (1772 – 1797) die in 1791 de echtgenote werd van Jacob Unico Willem van Wassenaer, heer van Twickel (1769- 1812). Een deel van het grote Hooft-fortuin, en veel kostbare bezittingen, waaronder de hier beschreven penning, kwam zo in het bezit van Van Wassenaer. De penning is 47 millimeter groot. Het ontwerp, in de publikatie van Van Loon niet genoemd, werd algemeen toegeschreven aan Gerard van Bylaer, bekend medailleur uit die tijd, maar dr R. van Lutterveld is in een artikel over deze penning uit 1958 van mening dat de Leidse kunste- naar Nicolay voor het ontwerp verantwoordelijk is. Bronnen: R. van Luttervelt, ‘Penning ontzet van Leiden’. G. van Loon, De Nederlandsche Historipenningen, 1723. Deel 2, p. 193-195.