pagina 8 najaar 2007

Restauratie herdenkingssteen Petzold De Duitse landschapsarchitect Eduard Petzold (1815-1891) is de historie ingegaan als de ontwerper van het huidige parklandschap rondom het kasteel In 1885 begon hij in opdracht van de laatste baron op Twickel met zijn, wat later zou blijken, laatste, belangrijke schepping. In zijn memoires ‘Erinnerungen aus meinem Leben’ verwoordde Petzold het aldus: “die bedeutenste Anlage am Abend meines Lebens". De baron liet in 1895 een zwerfkei plaatsen onder een groepje eiken in het parkge- deelte ‘het Reef’ ter nagedachtenis aan Petzolds werk. Een iliustere voorganger van Petzold was Daniel Marot die voor de barokaanleg tekende. Marot was Frankrijk ontvlucht tij- dens de onderdrukking van het protestan- tisme. Hij genoot bekendheid als graveur, decorateur, tuin- en interieurarchitect. Met de aanleg van de Wildbaan in 1769 werden de tuinen ingrijpend veranderd. Voor de tweede fase van het landschaps- park (1830-1880) komen J. D. Zocher en De herdenkingssteen onder de eiken omstreeks 1900. zijn zoon L. P. prominent in het Twickel- archief voor. In 1846 verwierf Twickel de ‘Breede Riet’, een moerassig gebied ten oosten van de Oelerbeek en ten zuiden van de Kooidijk – Bornse voetpad, waarna de toenmalige baron een ontwerp voor een parkaanleg liet maken door H. van Lunteren & Zn. In 1871 maakten de Zochers een ontwerp voor de ‘Breede Riet’ 2) . In 1872 werd aan dit plan uitvoering gegeven onder leiding van J. Numan, werkbaas van Zocher. In 1885, een jaar voor de legendarische boring in het park naarzuiver drinkwater, ging de eerste spade van Petzold deTwic- kelgrond in. Bezoek van tijdgenoten Tijdens en na de veranderingen in en rond het kasteel mocht het landgoed zich ver- heugen in de bezoeken van bekende tijdge ­ noten. In 1819 beschreef Gijsbert Carel van Hogen- dorp Twickel in zijn aantekeningen aldus: ‘Mijne reis voortzettende, ging ik nu een andere merkwaardigheid zien, namelijk, een van de schoonste landgoederen, in ons land, en alle landen. Twickel munt uit door zijne huizingen, bosschen, tuinen, wateren, alles even groot’ 3) . De herdenkingssteen onder de eiken in juni 2007. Zijn zoon Dirk bezocht samen met Jacob van Lennep in 1823 Twickel. In hun dag- boek schreef het tweetal: ‘Na een lange laan van vier rijen eikeboomen doorwandeld en het lustslot van buiten beschouwd te heb- ben, wandelen wij rechts af en kwamen door bekoorlijke slingerpaden aan een watermo- len. Nu waagden wij het 00k, het binnen- bosch in te treden, waar vele groote vijvers tusschen aangename eiken en sparreboschj- ens liggen, doch alles door de gierige gravin van Wassenaer slecht onderhouden’ 4> . M. E. G. B. Jansen schreef over deze nota- tie: ‘Met de gierigheid zal het echter wel mee- gevallen zijn, want juist onder Marie-Corntlie kwam het landschapspark van Twickel in een nieuw stadium’. De beide heren waren, zo blijkt uit hun hele reis door de Noordelijke Nederlanden, meer gespitst op de kwaliteit van ‘logementen,’ waar zij aten of over- nachtten. Delden vinden ze ‘een lelijk doch groot vlek’, de Kroon echter, ‘een voortref- felijk logement’. De wandelende dominee J. Craandijk beschreef in 1876 het bezoek aan Twickel in zijn ‘Wandelingen door Nederland met pen en potlood’ tot slot: ‘Men heejt zooveel van Twickel gehoord en ik heb wel eens meenen op te merken, dat een zeker teleurstelling zich van den vreemdeling meester maakte, als zij voor het eerst het hooggeroemde Twickel zagen. Wie er nog eens kwamen, werden wat meer getroffen. Wie er tienmaal zijn geweest, kunnen er niet van scheiden’. De ‘meesterhand’ van Petzold Petzold kwam in het voorjaarvan 1885 naar de Hofte Dieren om R. F. baron van Heec- keren van Wassenaer te adviseren over de daar aanwezige parkaanleg. De baron vroeg tevens raad over een hernieuwde parkaan ­ leg van Twickel. Een uitgebreide correspondentie tussen hen volgde, waarbij rentmeester W. J. Bitter een belangrijke schakel was. Het eerste, orienterende bezoek aan Twic ­ kel was begin maart 1885. Op 31 maart van dezelfde maand werden vanuit de kwekerij van Petzold te Bunzlau de eerste wagonla- dingen met 3180 stuks houtgewas naar Del ­ den verzonden. Na zijn tweede bezoek, in het najaar van 1885, kon hij een plan maken voor de toevoerwegen naar het kasteel,