pagina 8 lente 2001

Andere benaderingen Rond 1900 deed de economische geschiedenis haar intrede. Maar deze toonde pas aandacht voor de adel toen in de jaren vijftig behalve handel en nijverheid ook agrarische activiteiten bestudeerd gingen worden. Nu werd deze bekeken als de plattelandselite, wier inkomsten primair uit grond, vervolgens ook uit rechten kwamen. Die inkomsten waren alleen al nodig om de openbare activiteiten van het geslacht te bekostigen 3). In het kielzog van de economische kwam de sociale geschiedenis mee. Deze concentreerde zich, zeker voor de nieuwe tijd, op de midden- en lagere groepen van de samenleving – totdat sinds de jaren zeventig elite- onderzoek weer ’mocht’. Toen bleek, dat alleen het formele kriterium van adeldom niet langer toereikend was. Adel onderscheidde zich niet alleen door geboorte en erfenissen. Ook acceptatie door de samenleving was nodig, en het voldoen aan een door die samenleving geeiste voor- name levensstijl. Daar hoorde onder meer een huwelijk op stand bij – overi- gens ook nodig om de materiele behoeften van het geslacht te bevredi- gen. Hield de adel zich hieraan, dan bestond er weliswaar geen idylle, maar wel een zeker sociaal evenwicht. De jongste benadering komt van de cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis. Nu ging het inzake de middeleeuwen om de visie der edelen op hun leen- band met hun heer, en in latere tijd op hoofse ridderidealen, die door de adel als een begerenswaardig extra werden nagestreefd. En met de renaissance deed de ’honnete homme’ zijn intrede 4). De edelman moest primair als bestuurder de samenleving dienen, behoefde hiertoe een brede geestelijke ontwikkeling, zonder overigens een deskundige op enig terrein te zijn. Daarnaast bleef oefening in paard- rijden, schermen en dansen wel tot zijn opvoeding behoren. Die opvoe- ding moest worden voltooid aan een universiteit en tijdens een ’grand tour’. Hij was dus niet langer in de eerste plaats militair, woonde ook niet 1 tf . _ cN^ let cVnfCiCdt Xv • Win 4 A ■pctocvCtKVM cfinvCeit pv cCcm*H<rc •£. facet f™* fjd w>x*% fiftx ftbv GaJcCtti (M Ano vy • TcnJ fi.eCtrCK<fwrc OCffiXi;iCt ■ft rurer^cuit –pHinr* foyir c ortMt ■ j ; Uv be ftMrM) cvy Altvcf-ci- cm UnyKb&rovt hrtyrijauf • O fof OrciJ roi<fh**iU tfitQVtt- • 8oMaMp?^t-p»«oy( • i<|lW JXMrCIh 1 ■ -CrCCc Cm fm-C fCX ?ihrbnt«^- ~Tf5T2i4tAt ronf*Ti)i f otv cv nft-rft (To or ct-xfeMuhrrMntt ■ ^I»oeVff*^ren»irf »M>5 £*?«* ccrt r)< Ai iCL-+-. i “■/»/*• ^ • Oiwawi y>CAirf- . c -fflfijj ?<>K-ir rfofirt- – -Z-acY) -job r «■’ Keizer Karel V tekende de akte van erkenning van Maria van Wassenaer als leenvolgster van haar vader Jan II van Wassenaer. 1522. HuisarchiefTwicIcel inv.nr. 7012. langer in een zwaarbewapend kasteel, maar in een comfortabel landhuis. Binnen zulk adelsonderzoek zijn diverse benaderingswijzen mogelijk. Steeds is een aanpak per periode toe- gepast, en binnen de periode hooguit per streek of eventueel familie. Aan een studie over de hele Nederlandse adel door de eeuwen heen zijn wij nog lang niet toe. Een andersoortige deel- studie is echter ook mogelijk: die van een familie door de tijd heen, van diverse kanten tegelijk belicht. Zo’n benadering maakt signalering moge ­ lijk van zowel veranderingen op de korte termijn als over een lange periode. Daarmee krijgt zo’n studie een voortrekkersfunctie, waarnaast andere geplaatst kunnen worden om het beeld te verfijnen. In het onder- zoek naar Nederlandse regenten heeft een boek over het geslacht Teding van Berkhout zo’n plaats verworven 5). De 800e verjaardag van het adels- geslacht Van Wassenaer is aange- grepen om, in tentoonstellingen en publicaties, een enigszins verwante presentatie van deze familie te geven. Functies Politiek zien we de Van Wassenaers vanaf hun eerste vermelding optreden in hun gewest, Holland. Hun relatie tot de graaf was wisselend, afhanke- lijk van diens gunsten, en van hun keuze voor bepaalde facties binnen gewestelijke tegenstellingen, zoals tussen Hoeken en Kabeljauwen. Hun aanzien steeg echter, vooral in de 15e eeuw, toen de graaf uit het Bourgondische Huis kwam, en deze steeds meergebieden onder zijn gezag bracht. Zoals vervolgens ook de Habsburgers deden. Hun trouw aan de landsheer bracht echter ook het einde van de hoofdtak: in dienst van Karel V sneuvelde in 1523 Jan II van Wassenaer. De lijn liep weliswaar enige tijd verder via zijn oudste dochter, tevens erfdochter Maria, die getrouwd was met de Zuid- nederlandse edelman Jacques de Ligne. Het was de jongere tak Van Duvenvoirde. midden 16e eeuw nog van beperkte regionale betekenis, die de fakkel ovemam. Weer speelden politieke factoren een rol: drie achter- neefs Van Duvenvoirde waren actief in de Nederlandse Opstand tegen Filips II van Habsburg. Toen uit deze Opstand de Republiek der Verenigde Nederlanden ontstond hadden zij binnen Holland vooraanstaande posi-