pagina 8 lente 1997

1903 1913 1997 37cm 41cm 95cm 15 m hoog 18.5 mhoog ruim 20 m hoog Merkwaardig genoeg kwam in deze lijst niet de zeer vermeldenswaardige reusachtige moerascypres in het bos tegenover het park voor. Oorspronkelijk waren er vier stammen, nu echter nog slechts drie. De noordelijke meet 3.02 m, de middelste 1.94 m en de zuidelijke 3.03 m. Speurwerk Het zou de moeite waard kunnen zijn om ook de andere in het Twickelse Bomenplantboek vermelde bomen te inventariseren en op te meten. Op deze wijze kan men de vaak boeiende geschiedenis van allerlei exemplaren ach- terhalen en wellicht conclusies trekken over de groei en ontwikkeling van de diverse soorten op Twickel. Huys Hengelo Op een van de eerste bladzijden van de dit najaar ver- schenen publikatie over de historie en de opgraving van het huys Hengelo staat een afbeelding van de renaissance voorgevel van huis Twickel. Dat is geen toeval. De resul- taten van uitgebreid historisch en archeologisch onderzoek wijzen op het bestaan van vele paralellen tussen Hengelo en Twickel. Dat geldt niet alleen voor de toepassing van renaissance elementen in de beide voorgevels, zoals besproken in het artikel van H. Reynders in het Twickelblad 1995, no. 3. Overeenkomsten zijn ook aanwijsbaar in een oudere bouwfase. Het zestiende eeuwse renaissance slot Hengelo heeft net als Twickel een voorganger gehad in de vorm van een eenvoudig rechthoekig gebouw op de huisplaats bin- nen de gracht. De vondsten tijdens het archeologisch onderzoek in Hengelo wijzen op de bouw in de veertiende eeuw van een houten/lemen spieker, bestemd als bedrijfs- gebouw, die in de vijftiende eeuw werd vervangen door een bewoonbare stenen/lemen spieker. De hierboven genoemde zijn wel de meest opvallende paralellen. Maar ook voor wat betreft details valt er in het verslag over Hengelo veel te lezen, wat kan leiden tot een beter begrip van de bouwhistorie van Twickel. Ook huys Hengelo werd omgeven door een dubbele gracht, waarbij de moestuinen zich bevonden op een terrein tussen de bin- nenste en buitenste gracht. De bel-etage rustte er eveneens op nauwelijks in de vaste grond ingegraven kelders, wat naast het vermijden van vochtproblemen eveneens het voordeel opleverde dat het gebouw door de hogere ligging een imponerend uiterlijk verkreeg. Het boek bestaat uit vier onderdelen: de resultaten van archiefonderzoek naar de bouwactiviteiten van de bewo- ners, een verslag van de opgraving, een uiteenzetting over de kunsthistorisch belangrijke bouwfragmenten en een bij- Fragment van de circa 14e eeuwse dakruiter, die het dak van de 14e ofl5e eeuwse spieker gesierd moet hehben. drage over het op het opgravingsterrein aangetroffen glas- werk. Deze elementen vormen tezamen een boeiend en zeer lezenswaardig geheel. Reynders, H., e.a., Historie en opgraving van het huys Hengelo en zijn voorgangers, Hengelo, 1996, ISBN 90- 73850-10-X is voor f 19,50 te koop bij boekhandel Broekhuis in Hengelo en in de oudheidkamer van de Stichting Oald Hengel, Beekstraat 51, Hengelo. A.B.