pagina 8 lente 1994

zandstenen waterput was geplaatst, naar het Demmersblok in Deldenerbroek en zelfs naar de Nettelhorst in Lochem. Met drie personen ging men dan op pad. Twee op de fiets naast de koeien en een met een drijfstok lopend er achter- aan.” Ook de oudgediende J.W. Blekkenhorst herinnerde zich later de heer Hage. Hij zaaide een Duits soort rogge, voerde kunstmest in en verbouwde gewassen die op de stikstofarme grond goed konden gedijen, zoals de rode klaver. Veel boeren uit de omgeving namen, als dat finan- cieel mogelijk was, de ideeen van hem over. Goormeen en Dassehaar Het landbouwbedrijf in eigen beheer bestond naast de kasteelboerderij ook uit een ontginningsboerderij in de Goormeen te Azelo en een varkensfokkerij op het erve Dassehaar op de Deldeneresch. De ontginningen startten in 1910. Het bedrijf bleef in eigen exploitatie tot 1934, waama een pachtcontract werd opgesteld met de uit Friesland afkomstige P. de Boer. De zetbaas Reind Jan Hietbrink werd overgeplaatst naar de kasteelboerderij. Op de varkensfokkerij werd in de jaren 1923-1939 het „Twickelse veredeld landvarken” voortgebracht. Dit var- ken werd gefokt vanuit het Duits verdedeld landvarken. Het fokbedrijf genoot intemationale bekendheid. Zelfs vanuit Amerika kwamen er belangstellenden op af. Daamaast bevond zich op de Dassehaar een grote boom- gaard. Na het uitbreken van de varkenspest werd de boer- derij weer in pacht uitgegeven. De laatste jaren Hoewel de boerderij na de oorlog grondig werd opge- knapt, floreerde het bedrijf minder dan voorheen. De per- soneelskosten werden steeds hoger. Welbeschouwd kon barones Van Heeckeren in de zestiger jaren goedkoper champagne drinken, dan de melk van haar eigen koeien. Langzaam maar zeker werd het bedrijf afgebouwd. In 1960 ging de boerderijbaas Reind Jan Hietbrink met pensioen. Hij werd opgevolgd door Jan Kooiman, bijge- staan door een aantal medewerkers onder wie Hendrik Wes. Naast het werk op de boerderij waren de landarbei- ders ook werkzaam in het park. De herten werden gevoerd, het gras in het park werd gemaaid en de heggen, ook die in Delden, werden gesnoeid. In de laatste jaren werd het bedrijf uitgeoefend door Hendrik Wes. Hij verzorgde op vakkundige wijze het jongvee, en de twee werkpaarden. Hij verbouwde mais en aardappelen en maaide het gras. In 1981 werden de elf laatste vaarzen verkocht. Toen Wes in 1982 de pensioengerechtigde leeftijd bereikte moest het bedrijf worden stilgelegd. Enige jaren geleden werd de exploitatie in eigen beheer weer opgestart, maar de kasteelboerderij speelde hierin geen rol meer. Bronnen: J. Haverkate e.a., Twickel bewoond en bewaard, Zwolle, 1993. W. de Clerq, Dagboekvan zijn verblijfin Twente,frans- talig manuscript, 1812. J. Craandijk en P.A. Schipperus, Wandelingen door Nederland, dl. 2, Haarlem, 1876, p. 24-39. Michel, H.W., Herinneringen aan Twente, Lochem, 1967, p. 114-119. Gesprekken met mevr. Temming-Holterman d.d. 10 maart 1985 enJ. W. Blekkenhorst d.d. 22 juli 1980. Mededelingen van H. Hietbrink en H. Wes. Huisarchief Twickel, inv.nrs. 2684, 771, 1357 en 5871. 1875 Werkpaarden Veulens Runderen Jongvee Trekossen Muilezels Varkens Biggen Kippen Ganzen Eenden 16 17 4 2 13 1905 11 35 18 32 1920 24 6 85 31 5 31 85 49 15 5 1930 11 5 110 51 98 172 155 4 1 1940 7 1 15 6 16 1950 8 2 13 13 5 14 28 6 1960 7 1 12 24 17 89 * Ter waarde van F 6Q,—. Het gaat om de getallen op de peildata. Doordat er op verschillende momenten werd aangekocht of verkocht ontstaan grote schommelingen. De getallen geven daardoor slechts een globale indruk. De rundveestapel bestond uit fokvee, melkkoeien en mestkalveren. De varkenshouderij omvatte fokvarkens en mest- varkens. De geschatte waarde per dier in 1920 was: werkpaarden tussen F 400,— en f 1100,—, melkkoeien tussen F 500,— en F 1100,—, mestvee (pinken) tussen F 220,— en F 275,—, mestvarkens tussen F 60,— en F 185,—, fokvarkens (dra- gende zeugen) tussen F 300,— en F 350,— en schapen rond de F 60,—.