pagina 8 herfst 1996

Kampdeelnemers genoten van werk in bos en moestuin Werken en kamperen op Twickel tijdens zomerse landgoedkampen van de ANWB Argeloze voorbijgangers die dit jaar tussen 18 juli en 5 augustus via de Twickelerlaan richting Azelo reden, hidden verrast in toen zij opeens een tentenkamp gewaar werden. Dit jaar vond er namelijk op Twickel weer een ANWB LandGoedKamp (LGK) plaats. Philip Da Ponte * Twee dagen voor de start van het kamp melden de men- toren Mirjam Helbers, Gerard Kroon, Gerdien Homburg en Philip Da Ponte zich bij bosbaas Gert-Jan Roelofs. Zij komen wat eerder om het kamp in orde te maken. Er wordt een kampvuurplaats gemaakt, zij bouwen een eenvoudige douche, gestookt op hout, graven gaten voor de latrineten- ten en richten de vlaggemast op. heden, in het totaal zijn er 63 personen. Er is een grote kring van tenten en caravans ontstaan rond de kampvuurplaats in het midden van het veld. Buiten deze kring, aan de rand van het terrein, verschijnen een paar kleine tentjes van de “jon- kies”, kinderen vanaf twaalf jaar. ’s Avonds wordt het kamp officieel geopend. Gert-Jan die namens de stichting Twickel aanwezig is, vertelt iets over de geschiedenis van het landgoed en over de plek, waar we kamperen, het Koematerveld. Hij vertelt dat in dit gebied al ruim 3000 jaar geleden mensen woonden. Als bewijs hiervan zien we de grafheuvels aan de rand van ons kamp. Tijdens het eerste weekend wordt de schitterende omge- ving van Twickel verkend en verhalen over de mooie plek- jes worden ’s avonds bij het kampvuur uitgewisseld. Prunus De deelnemers Op zaterdag 20 juli arriveren de deelnemers. Zij worden hartelijk ontvangen met koffie, thee of limonade. In de loop van de middag is het kamp compleet. Er zijn 15 een- Op maandag verzamelen de werkers zich om 8.00 uur bij de vlaggemast om te horen wat er deze ochtend voor werkzaamheden op het programma staan. Ja, want mensen die aan een landgoedkamp deelnemen, werken’s morgens op het landgoed. De middagen worden gebruikt om uit te De oplevering van de loods bij de houtzaagmolen. Foto: H.A. Schimmelpenninck.