pagina 8 4 1998 tijdschrift

Een zeldzame uerschijning op het Hof te Dieren Groei en bloei van de Gekraagde Aardster De beginfase. Foto: T. Heidenis. Bij het ouder worden verdrogen de slippen en de vlezige bovenlaag vergaat tot een wirwar van wratachtige brokjes. Foto: T. Heidenis. Oefenen paddestoelen in het algemeen al een grote aan- trekkingskracht uit, aardsterren zijn alleen al door hun ongewone verschijningsvorm onweerstaanbaar: sterren door de vochtige aarde voortgebracht. Of zijn het zoals men lang geloofd heeft vallende sterren die op onze aarde terecht gekomen zijn? Deze gedachte is niet zo gek, want rijpe aardsterren liggen gewoon los op de grond, omdat de verbinding met de zwamvlok dan volledig verbroken is. In het oudste in het Nederlands geschreven paddestoe- lenboek, het Theatrum Fungorum oft Toneel der Camper- noelien (1675) van Francis van Sterbeeck kregen aardster ­ ren al een plaatsje. Toch zullen er weinigen zijn die de jonge vruchtlichamen van aardsterren ooit in werkelijk- heid hebben gezien. Het zijn dan of soms wat afgeplatte, of uivormige bolletjes, die zich vlak onder het grondopper- vlak bevinden of daar net met het topje bovenuit steken. In het hart van zo’n bolletje bevindt zich het weefsel waarin de sporen rijpen (de gleba). Als dat proces bijna is voltooid, scheurt de buitenwand vanaf de top straalsgewijs en spreidt zich als een ster. De sterpunten drukken vervol- gens de bol verder omhoog, zodat de aardster op de bodem komt te liggen. Bij dit proces wordt het vruchtlichaam – de aardster -losgetrokken van het mycelium waarop het is ont- staan. En daar ligt hij dan, verouderend en verschrompe- lend, soms wel een jaar of drie, vier. Aardsterren komen vooral voor in de kalkrijke duinen en het Zuidlimburgse mergelland. Tineke Heidenis vond ze echter achter haar huis in een van de lanen van het ster- rebos op het Hof te Dieren. Het ging om de Gekraagde Aardster. De wetenschappelijke naam is Geastrum Tri ­ plex, waarin de woorden “gea” aarde, en “aster” ster te her- kennen zijn. “Nederlands meest algemene aardster” lezen we in de naslagwerken, maar eigenlijk zou de vermelding ’’minst zeldzame aardster” zorgvuldiger zijn. Voor de duinen gaat de vermelding “algemeen” wel op, maar voor de rest van Nederland – misschien met uitzonde- ring van de Utrechtse Heuvelrug – toch in veel mindere mate. Jong zijn de slippen van de Gekraagde Aardster stevig en vlezig, cremekleurig tot roomwit. De buitenwand barst vaak ringvormig open, zodat het onderste deel van de slip- pen dan als een opstaande kraag om het bolletje blijft staan. Dat verklaart de naam. Bij het ouder worden verdrogen de slippen en de vlezige bovenlaag vergaat tot een wirwar van wratachtige brokjes. Een studiegroep van de K.N.N.V. inventariseerde op 6 oktober 1998 het paddestoelen bestand in het park van het Hof te Dieren. Dit leverde de volgende lijst op van maar liefst 51 soorten. Parelamaniet Roodbruine slanke amaniet Kastanje boleet Aardappelbovist Wortelende aardappelbovist Botercollybia Scherpe collybia Bundel collybia Gewoon elfenbankje Ruig elfenbankje Breed plaatstreep hoed Helmmycena Papilmycena Melksteel mycena Taaisteel mycena Berijpte russula Beukerussula Geelwitte russula Grofplaat russula Regenboog russula Zwart purperen russula Kamrussula Waaiertje Krulzoom Goudvlies bundelzwam Rode kool zwam Nevelzwam Grijsgroene melkzwam Sombere honigzwam Vliegenzwam Platte tonderzwam Glimmer inktzwam Fopzwam Geweizwam Parelstuifzwam Gele korstzwam Porselein zwam Roestbruine kogelzwam Peervormige stuifzwam Waaier buisjeszwam Reuzenzwam Biterzoete melkzwam Witte bultzwam Grijze buisjeszwam Grote oranje bekerzwam Kleine stinkzwam Oranje aderzwam Dooiergele mestzwam Beukwortel zwam Plooirokje Gewone zwavelkop