pagina 7 winter 2012

Verjonging historisc beuken- laan zorgvuldig proces Crote, beeldbepalende bomen zijn een verrijking voor het landschap. Maar ze hebben niet het eeuwige leven en moeten op enig moment vervangen worden door jongere exemplaren. Dat hierbij niet over een nacht ijs wordt gegaan, bewijst de gang van zaken op het Hof te Dieren. De Zuidlaan in Dieren na de kap. De Zuidlaan op landgoed Hof te Dieren biedt een kale aanblik. Eeuwenlang liepen de wandelaars en fietsers die van deze halfverharde verbinding tussen Dieren en Ellecom gebruik maakten, door een haag van dikke beuken. De laan stamt uit de periode dat stadhouder Willem II een buitenverblijf in Dieren had. Maar no forse exemplaren zijn onlangs geveld, om plaats te maken voor jonge aanplant. “Het was niet langer verantwoord om ze te laten staan. Als het stormd, hield ik mijn hart vast, bang als ik was dat er mensen onder door liepen”, zegt beheerder Wilke Schoe- maker. De holle gaten in de omgezaagde boomstammen vormen het bewijs dat de bomen letterlijk en figuurlijk op omvallen stonden. De laatste tien jaar vielen er elk jaar wel grote takken uit. Een grote storm in 2007 versnelde het aftakelingsproces. Dat er desondanks niet lichtzinnig tot ver- vanging is besloten, bewijzen twee dikke ordners met papieren op het bureau van de beheerder. “je staat er versteld van wat er bij komt kijken”, zegt Schoemaker. Op eigen initiatief heeft Twickel een onafhanke- lijk bureau de kwaliteit van de bomen laten onderzoeken. De uitkomst was dat 85 pro- cent een direct gevaar voor mensen vorm- den. Via een natuuronderzoek zijn de gevolgen van kap voor flora en fauna onderocht en landschapsarchitect Michael van Gessel maakte een complete Lanen- visie voor het Hof te Dieren. Hierin staat het historische belang van de verschillende bomenrijen en hoe ze hersteld en/of onder- houden moeten worden. De visie is geaccordeerd door de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Dit gedeelte van het Hof te Dieren is namelijk een rijksmonument. De ‘eigen’ documenten zijn ingebracht in de procedures die nodig waren om de ver- eiste vergunningen te krijgen. Twickel kreeg met rijk, provincie en gemeente te maken. Omdat er ingegrepen wordt in een rijksmonument, was er (via de gemeente Rheden) toestemming van de Rijksmonu- mentendienst nodig. De provincie moest een kapvergunning verlenen en vanwege de belangen voor flora en fauna kwam het ministerie van EL&.I in beeld. In de bomen nestelden vleermuizen en daarom was een onthefflng noodzakelijk. “We hebben even verderop vleermuizenkasten opgehangen en alle gaten een week tevoren gecontro- leerd en afgedekt om te voorkomen dat ze de holte weer gingen gebruiken. Maar 66n dag voordat we wilden beginnen met de kap, ontdekten we in 6en boom een andere soort vleermuis. Uiteindelijk is 00k voor die boom een ontheffing verleend. Voordat de aannemer aan het werk mocht, moest er 00k een speciaal kapplan ge- maakt worden. Voorkomen moest worden dat vallende bomen leidingen van een naastgelegen waterpompstation zouden vernielen. “Als een zo’n zware boom met een tak een leiding in de grond raakt, heeft de halve Achterhoek geen water”, verdui- delijkt Schoemaker. Juist toen Twickel dacht dat alles in kannen en kruiken was, ontstond er een nieuwe vertraging. Schoemaker: “We hadden alle vergunningen, op eigen initiatief in de media de noodzaak uitgelegd maar een in- woner van Ellecom zei van niets te weten en diende een klacht in bij de Algemene Inspectiedienst. De aannemer, de ecoloog; iedereen werd opgetrommeld om uitleg te geven aan een inspecteur die poolshoogte kwam nemen. Uiteindelijk werd de klacht ongegrond verklaard, maar je bent er zo weer een paar dagen druk mee. Het is goed dat zoveel organisaties zich ermee bemoeien, maar als je het allemaal goed hebt geregeld, ben je er niet blij mee. Er is e£n troost: het zal vermoedelijk enkele eeuwen duren voordat de bomenrij opnieuw vervangen moet worden. Martin Steenbeeke