pagina 7 winter 2005

Op de voorgrond ligt de graflcelder nr. I Foto ’s: M. Niphuis-Nell. ruim voordat Sophia overleed. In het Huisarchief Twickel bevindt zich een akte van inschrijving voor het maken van een grafmonument van steen- houwerij P. de Kok Pz. uit Den Haag, gedateerd 26 mei 1845. 2 De daadwer- kelijke opdracht werd echter pas gegeven toen Sophia, op 13 januari 1847, was overleden. In de begroting voor het monument, van 6 februari 1847, wordt onder meer melding gemaakt van de volgende post: ‘Aan smitswerk bij het inkorten van het kerkraam f 75,-‘. 3 De inkorting is – ook nu – goed zichtbaar en zou tegenwoordig bepaald minder van- zelfsprekend zijn. Toentertijd werd aan het behoud van oude gebouwen veel minder waarde gehecht dan nu, en allerlei regelingen voor monumen- tenzorg zoals we die nu kennen, bestonden nog niet. De kosten voor de inscriptie van het uit 225 letters bestaande gedicht ‘Hier rust int kil verblyf der dooden’ bedroegen / 56,25; de totale rekening beliep / 2366,25. 4 Drie jaar na de bijzetting van Sophia overleed Marie Cornelie, op 31 maart 1850. Zij werd bijgezet in grafkelder nr. 23 waar ook haar stief- moeder lag. Na haar overlijden bleef Jacob Derk Carel gedurende twee jaar weduwnaar en hertrouwde toen, in mei 1852, met Isabella Antoinette Sloet van Toutenburg. Met haar kreeg hij drie kinderen, Maria Cornelia, geboren in 1855 en genoemd naar zijn eerste vrouw, Carel George Unico Wilhelm, geboren in 1856 en Rodolphe Frederic, geboren in 1858. In 1847 toen het Wassenaarse graf ­ monument en de bijbehorende kelder werden ontworpen, iservermoedelijk van uitgegaan dat na Sophia, alleen nog Marie Cornelie en Jacob Derk Carel zouden volgen. Het huwelijk van Marie Cornelie en Jacob Derk Carel was immers kinderloos ge- bleven. Na het overlijden van Marie Cornelie, het tweede huwelijk van Jacob Derk Carel en de geboorte van zijn drie kinderen was echter duide- lijk, dat de geschiedenis een andere loop had genomen. Grafkelder nr. 1 Toen dan ook Jacob Derk Carels tweede vrouw in 1872 overleed, werd een nieuwe plaats gezocht voor een veel grotere grafkelder. Door aan- nemer J. Brink Evers te Ellecom werd de nieuwe kelder (nr. 1) gemaakt voor maar liefst 18 kisten! 5 En behalve dat Isabella Antoinette hierin werd bijgezet, werden ook de kisten van Sophia en Marie Cornelie naar de nieuwe kelder overgebracht. Tegelijkertijd zijn delen van graf ­ monument en -kelder nr. 23 verwij- derd, waaronder naar alle waarschijn- lijkheid ook de delen met hun namen. Daardoor vormen monument en kelder nr. 23 nu een enigszins raadsel- achtig geheel: ze zijn alleen te be- grijpen in combinatie met grafkelder nr. 1. Toen in 1875 Jacob Derk Carel het tijdelijke met het eeuwige ver- wisselde, werd ook hij in de nieuwe kelder bijgezet. Bij de aanleg van de nieuwe graf ­ kelder is duidelijk rekening gehouden met toekomstige bijzettingen uit een uitgebreid nageslacht. Toch zijn de twee zonen van Jacob Derk Carel en Isabella Antoinette niet in deze graf ­ kelder bij hun ouders begraven, maar op de begraafplaats in Delden. De redenen hiervoor zijn de omstandig- heden geweest bij het eerstvolgende overlijden in de familie. In 1883 over ­ leed in Delden de oudste zoon, Carel George Unico Wilhelm. Omdat een typhusbesmetting de oorzaak was van zijn overlijden, mocht het stoffelijk overschot niet buiten Delden vervoerd worden. Aldus was er geen andere keus dan hem in Delden te begraven. Van het familiegraf in Wassenaar is vervolgens ook na 1883 geen gebruik meer gemaakt. Marry Niphuis-Nell en Aafke Brunt Noten: 1. Huisarchief Twickel (HAT) 2210en 2216 2. HAT 2207 3. HAT 2207 4. HAT 2207 5. HAT 2208 De graven met op de achtergrond de Dorpskerk