pagina 7 winter 2002

Kost en inwoning waren een onder- deel van hun verdiensten en per maandwerdongeveer/25,00 betaald en per jaar kwam daar f 1,00 bij. Op de bovenverdieping van het kas- teel zijn nog twee vertrekken ingericht als slaapkamers van het vrouwelijk dienstpersoneel. De verf van het inte- rieur is van een blauw-grijze kleur. Het meubilair is sober, er staat een bed met nachtkastje en een legkast. Op het nachtkastje staat een lampetkan en een -kom. In de nabijheid van de slaapkamers zijn een badkamer met een Iigbad en toilet voor gemeen- schappelijk gebruik gesitueerd. Hier hangt nog een bordje met de instruc- tie: ‘Verzoeke zacht loopen, zacht spreken en deuren zacht dichtmaken’. Taken Het huishoudelijk werk was in vier categorieen in te delen: het koken en de keuken; het onderhoud van het kas ­ teel; de was en kleding; de persoonlij- ke bediening van de familie en hun gasten. Voor ieder van deze catego ­ rieen bestonden min of meer speciali- seringen. In de keuken zwaaide de kokkin de scepter. De werkmeisjes hadden als taak het interieur van de kamers in het kasteel te verzorgen. De kamenier was belast met de persoon- lijke verzorging van de familie. Zij ging ook met hen mee op reis. De kamenier stond op een hogere plaats in de hierarchie en dat kwam tot uiting in haar dienstkleding. Uit overleve ­ ring van oud-personeelsleden weten wij, dat in de beschreven periode het linnenmeisje haar werkplek in een van de bouwhuizen had en dat zij een ‘ster’ was in het stijven van boorden, maar haar geheim gaf zij aan niemand prijs. Het schoonhouden van het huis, het doen van de was en het eten koken – elk seizoen was anders – waren tijd- rovende en inspannende bezigheden. In een vast stramien van maandag tot en met zaterdag werden de werkzaam- heden uitgevoerd. Voor de zondag waren de taken aangepast, en er werd ook tijd gegeven ora naar de kerk te gaan. Op het kasteel waren huishou- delijke apparaten aanwezig waardoor het werk minder zwaar werd. Zo kwam er al in 1912 een centraal stof- zuigsysteem. Uit overlevering is bekend, dat de baron een zeer dominant heer was. Hij was streng voor zijn personeel. De baron nam vele beslissingen zelf, ook verordende hij wat er ingekocht moest worden. De barones leefde in zijn schaduw en zij bracht zijn beslissin ­ gen over aan het personeel. Over het algemeen trokken de Duitse dienstmeisjes in de Tweede Wereldoorlog weer naar huis. Dit had te maken met het feit dat hun vader- land bij monde van de nationaal socia- listische autoriteiten een beroep op hen deed om terug te komen. Het Duitse Rijk had zijn dochters nodig: weigerden ze, dan zouden ze hun staatsburgerschap kunnen verliezen. Ondanks deze dreiging bleven de kok ­ kin en het linnenmeisje in de oorlog opTwickel. Na het overlijden van de baron in 1936 begon op Twickel een andere periode. Op allerlei terreinen werd drastisch bezuinigd, wat ook zijn weerslag had op de inrichting van de huishouding. Riet Geurtse Literatuur: Visser, M.C., ‘Het dagelijks leven opTwickel in de jaren twintig’. In: Twickelbulletin, 1980, nr. 10, p. 17-24. Henkes, B., Heimat in Holland. Duitse dienstmeisjes 1920-1950, Amsterdam, 1995. Stokvis, P.R.D., Terugblikken op het huiselijk leven in de twintigste eeuw. Een verzameling getuigenissen over vercinderingen in levensstijl sinds 1920, Voorburg, 1999. Het huispersoneel in het begin van de 20e eeuw. De vrouwen dragen een gestreepte japon met een kanten mutsje. De mannen dragen een livrei-jas van zwart laken met een rode kraag en manchetten en een rode bies op de broek. De jassen worden gesloten met koperen knopen waarop het wapen van de familie Van Heeckeren van Wassenaer. Uiterst links de huismeester Gerrit ter Boo. Foto: collectie mevr. A. Jansen-ter Boo.