pagina 7 winter 1997

Gerard Bijen wil meer aandacht voor de landbouw op landgoed “Boerenbedrijven op Twickel moeten zich in de toekomst kunnen ontwikkelen” Het gemengde bedrijf met melkvee, varkens en pluimvee hoort bij Twickel. Gerhard Bijen (52) lid van de pachters- commissie van Twickel, is van oordeel dat de meeste land- bouwbedrijven op Twickel niet zonder varkens als neventak kunnen. Ook vindt hij dat de bestaande gespecialiseerde var ­ kens- en pluimveebedrijven op Twickel ontwikkelingskan- sen moeten hebben. Daarmee neemt hij stelling tegen voor- nemens binnen het stichtingsbestuur van Twickel om de landbouw op het landgoed voornamelijk te richten op melk ­ vee en de intensieve veehouderij in te perken. Jan Bengevoord ’’Twickel moet zich in landbouwkundig opzicht niet onderscheiden van de rest van Nederland. Pachters van Twickel moeten gelijke kansen hebben als andere boeren in Nederland”. Wat betreft de toekomst van de landbouw op Twickel is de visie van Gerhard Bijen kristalhelder. Ook op Twickel moeten landbouwbedrijven zich kunnen ontwikkelen middels verdere schaalvergroting. En als bij- voorbeeld milieuwetgeving of dierwelzijnsregels het bou- wen van nieuwe stallen voorschrijven dan moet dat moge- lijk zij n. Zelf heeft hij een melkveebedrijf met mestvarkens en vleesstieren als neventak in Woolde, Twickelgebied onder de rook van Hengelo. “Ik kan natuurlijk de toekomst niet voorspellen. Maar het is duidelijk dat zich in de landbouw een verdere schaal ­ vergroting zal voltrekken. Ook op Twickel zullen bedrij- Erve Woldhuis, de boerderij van de familie Bijen in Woolde. Foto: M. Hermanussen. ven stoppen, waardoor er ruimte ontstaat voor ontwikke- ling van overblijvers. Dat is helaas een gegeven in het hele land”, zegt Bijen. De bedrij ven die stoppen, maken het door het vrijkomen van productieruimte mogelijk dat de overblijvers zich ver- der kunnen ontwikkelen. Bijen vindt dat de Stichting Twickel de vrijkomende grand en productierechten dan ook op basis van zakelijke onderhandelingen moet over- dragen aan de bedrijven die willen blijven voortbestaan. Hij is er faliekant op tegen dat vrijkomende grand bij voor- beeld door de stichting zelf in beheer wordt genomen. Gemengd bedrijf “Deze vrijkomende grand en productierechten zijn nodig voorde ontwikkeling van de overblijvers. Dat is ook in het belang van Twickel. Het landgoed, dat deels draait op de pachtinkomsten, heeft ook op lange termijn econo- misch gezonde landbouwbedrijven nodig waar voor de boer een behoorlijke boterham valt te verdienen”. Indien de Stichting Twickel de varkenshouderij op het landgoed wil werendan vindt Bijen dat dit voor wat betreft de gespecialiseerde bedrijven moet gebeuren op basis van vrijwilligheid. “Bijvoorbeeld door uitplaatsing als iemand bereid is om zich buiten het landgoed te vestigen. Twickel moet dan wel financieel over de brag komen. Je moet dat gewoon zakelijk afhandelen”. Voor wat betreft de gemengde bedrijven vindt hij dat de varkenshouderij als neventak een bestaansmogelijkheid moet blijven behouden. “Het gemengde bedrijf is juist zo typerend voor de landbouw in Oost-Nederland. Ook op Twickel hebben bijna alle bedrijven er in meer of mindere mate varkens bij. Dat maakt een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering uit. Veel bedrijven hebben indertijd hun melkveehouderijtak kunnen ontwikkelen met geld dat is verdiend met mestvarkens of zeugen”. Economische basis Volgens Bijen is het onmogelijk dat alle landbouwbe ­ drijven geheel overschakelen op melkkoeien. Daarvoor is op het landgoed te weinig ruimte. Volgens hem is het dan ook noodzakelijk dat bedrijven hun varkenshouderij kun ­ nen blijven ontwikkelen. Door onder meer de mogelijk- heid in te spelen op de milieu-eisen. Maar ook door de mogelijkheid om productierechten (varkensplaatsen) te kopen als door overheidsmaatregelen de huidige varkens- stapel met een kwart wordt ingekrompen. Een economisch gezonde landbouw gaat volgens Bijen uitstekend samen met aandacht voor natuur, milieu en landschap. “Misschien zeggen veel Twickelboeren het niet, maar ik weet dat iedereen zich verbonden voelt met T wickel. We doen niet moeilijk over houtwallen en bosjes, ook al vormen ze landbouwkundig een sta in de weg. Je moet ook eens kijken hoe mooi de erven erbij liggen.