pagina 7 winter 1995

Uitbreiding van landgoed met bijna 35 hectare natuurterrein Twickel verwerft Stepelerveld bij Beckum Op de maistoppels fourageren honderden houtduiven die luidruchtig opvliegen als mensen naderen. Het Stepelerveld of Stepelose Veld is een gebied van uitersten. Met aan de ene kant van de zandweg intensieve landbouw met mais en gras- land en aan de andere kant de landschappelijke restanten van oeroude heide- en veengebieden. Verscholen in het bos ligt hier het Veldsnijdersven, overblijfsel van een oud heideven dat in onze eeuw langzaam is dichtgegroeid en uitgedroogd. Omgeven door aangenaam geurende gagelstruiken, die de glorietijd van het ven markeren. Op deze novemberochtend lijkt het gebied verlaten, maar het tegendeel blijkt waar. Uit de bosrand vliegt een buizerd op, terwijl langs de rand van het ven een sperwer jacht maakt op voorbijtrekkende zangvogels. De veren- krans van een geslagen houtduif doet vermoeden dat ook Jan Bengevoord de havik zich in het gebied thuis voelt. En wat te denken van de spechten die luidruchtig van zich laten horen: zwar- te specht en grote bonte specht. En overal hakken ze er, blijkens vele gaten in dode bomen, flink op los. Maar ook geheel andere soorten voelen zich thuis in het gebied. Zo dwarrelde opeens een houtsnip voor m’n voe- ten weg, ongetwijfeld een doortrekker uit Scandinavie die even op adem wilde komen in een bosrand. En na na enke- le groepen grauwe ganzen die overtrokken, kwam zelfs een troepje van zeven kraanvogels over. Natuurlijk hebben deze vogels niks in het Stepelerveld te zoeken, maarblijk- baar horen dit soort ontmoetingen toch bij een gebied als het Stepelerveld. Driehoeksruil Het Stepelerveld werd door Twickel verkregen na een driehoeksruil. Door een uitruil met Het Overijssels Landschap en de Vereniging Natuurmonumenten heeft de Stichting Twickel 28 hectare natuurgebied verworven in het Stepelerveld bij Beckum. Daarnaast werd het aangre- zende Veldsnijdersven aangekocht, dat bestaat uit een Het Stepelerveld heeft hier en daar oerbos-allures. Foto ’s: J. Bengevoord.