pagina 7 voorjaar 2007

‘Met mijn vader kwam ik als jongeman al op kasteel Twickel. Ik was onder de indruk van die grote vertrekken en de kostbaarheden die er stonden. Het zal de sfeer zijn geweest, die me zo imponeerde, want ik had nog geen oog ofiets werkelijk bijzonder was of niet. Dat moet ontwikkeld worden en eigenlijk blijvend getraind. Voorwaarde is wel, dat je interesse in en gevoel voor mooie en bij- zondere dingen moet hebben. Noem het aanleg! Als je niets met zo’n talent doet, dan ontwikkelt het zich niet! Daarom was het 00k zo waardevol, dat vader me toen al meenam, wanneer hij ergens voor zijn werk op bezoek ging. Zo had hij immers 00k zelf het vak van antiquair geleerd. Ook hij ging met zijn vader op pad. Het is, ergens in het midden van de i8e eeuw, allemaal begonnen in Diepenheim. Mijn overgrootvader had daar een winkel in de Hoofdstraat. De deur zat in het midden, waardoor de verkoopruimten goed geschei- den waren. Rechts was de afdeling voor lin- nen en textiel, links stonden tinnen bordjes, kommetjes en Delfts blauwe kommen uit- gestald. Hij had een goede neus voor dit soort werk. Soms kreeg hij van mensen in de omgeving te horen, dat ze nog ‘iets’ op zolder hadden en of het niets voor hem was…! Zijn zoon bouwde de antiekwinkel Als ik u niet ve had ik’t u niet verder uit en zorgde ervoor dat de naam Nijstad bekend werd. Diepenheim werd te klein, de stap naar de grote stad werd gezet. In Lochem aan de markt werd een flinke zaak gestart. Mijn vader werd indertijd door rentmeester Bitter gevraagd naar het kasteel te komen. De baron wilde alles getaxeerd hebben voor de verzekering. Maanden was hij hiermee bezig. En toen op een dag moest hij weer naar het kasteel. Hij werd meegenomen naar de kluis, waar slechts een tafel, een stoel en den lamp stonden. Hier moest hij de kostbare Wassenaarse juwelen taxeren. Vader weigerde. Dit wilde hij niet alleen doen. Hij wenste dat de baron daarbij aan- wezig was. Maardiens antwoord was uiter- mate kort: “als ik u niet vertrouwde, had ik ‘t u niet gevraagd !” En met een “zie u straks bij de lunch,” liet de baron hem al ­ leen met de juwelen! De baron waardeerde mijn vader zeer. Dat bleek nog eens, toen rentmeester Bitter na het overlijden van de baron belde. “Meneervan Heeckeren heeft zijn eigen cortege geschreven en ik heb u moeten verplaatsen naar het eerste rijtuig, direct achter de familie!” Jaren later werd ik met mijn toen nog aan- staande vrouw door de barones op het kas ­ teel gevraagd, nadat zij gehoord had van onze trouwplannen. De kennismaking vond plaats in de kleine salon, waar we gedrieen bijzonder genoeglijk thee dronken. Later, toen we samen nog eens op het kas ­ teel waren, zagen we de barones in haar eentje in die grote eetzaal aan een gedekte tafel zitten. Dat is een beeld, dat we beiden niet zullen vergeten. Dat kleine, oude mens- je, moederziel alleen aan die grote tafel achter in die grote eetzaal…! Laatst op de nieuwjaarsborrel voor de vrij- willigers was ik op Twickel. Nu samen met mijn dochter, die er rondleidster is. Alles staat nog waar het stond. Alles is bewaard. De sfeer is nog net zo als toen ik er met mijn vader voor’t eerst kwam. Dat vind ik het bijzondere van Twickel! H. Nijstad (met dank aan Joan Vermeulen) Op het kasteel staat alles nog waar het stond.