pagina 7 najaar 2007

Brief uit Carolina De bezoekers van bet Huisarchief Twickel komen uit alle windstreken. Twee jaar geleden maakte ik kennis met de Amerikaanse onderzoekster Molly McClain uit San Diego. Zij kwam om brieven te zien van Mary Stuart, de echtgenote van koning- stadhouder Willem III. Die brieven zijn er. Mary Stuart vond een dierbare vriendin in Agnes van Wassenaer Obdam (1635-1698), de ongetrouwde oud- ste zus van Jacob IV van Wassenaer Obdam. Agnes onderhield contacten met een brede kring van familieleden en ken- nissen, waaronder enkele hooggeplaatste persoonlijkheden zoals de keurvorstin van Hannover en Mary Stuart. Na haar vertrek naar Engeland ontstond met Mary Stuart een uitgebreide correspondentie. Agnes was een veelzijdige persoonlijkheid. Na het overlijden van haar schoonzusje Adriana Sophia van Raesfelt ontfermdezij zich over haar kinderen. Hierdoor is een gedeelte van Agnes’ archief terecht geko- men bij haar neefje Unico Wilhelm. Hierin bevindt zich 00k een brief met een verslag van een onbekend gebleven Franse huge- noot. Deze zocht zijn toevlucht in een gebied dat tegenwoordig bekend staat als de Amerikaanse staat South Carolina. Het belang van dit verslag stond voor Molly McClain meteen vast. Met assistentie van in deze materie gespecialiseerde collega’s publiceerde zij hierover een artikel dat ik hieronder kort samenvat Hugenoten Na de herroeping van het Edict van Nantes stroomden tweehonderdduizend Franse hugenoten naar de protestantse buurlan- den. Ook Den Haag kreeg met de vluch- telingenstroom te maken. Hier was Agnes van Wassenaer actief betrokken bij de hulpverlening. Zij steunde ongetrouwde vluchtelinges en weduwes met middelen uit de door haar opgerichte liefdadige instelling, de Soci6t6 de la Haye. Andere in Den Haag neergestreken hugenoten hielp zij aan relaties om in den vreemde de draad van het leven weer op te vatten. In Frankrijk hadden haar nieuwe kennis- sen als edelman een bestaan op een land- goed geleid. Een van hen vertrok naar Amerika. Hij schreef haar op 18 mei 1688 een brief van zes kantjes over zijn nieuwe bestaan in Carolina. In het begin van 1687 voer hij met zeven of acht lotgenoten de Santee River af om een geschikte plek voor de stichting van een stad te vinden. Na de ontdekking van een hooggelegen plek met een goed uitzicht en frisse lucht, keerde hij terug om een groep van vijftig mannen op te halen. Met hen ging hij lopend weer op pad. De tocht duurde enkele dagen. De mannen raakten hierdoor alvast bekend met hun omgeving. Deze bestond uit dichte bossen met hoge bomen. Hierin werd een open plek gekapt waar de groep in slagregens onder bootzei- len de eerste nachten doorbracht. Hoewel het voortdurend bleef regenen verrezen er al spoedig enkele palmhutten en na vijf maanden stonden er blokhutten. Voor de kolonisten waren het paleizen. De kennis- making met ‘de wilden’ verliep voorspoe- dig. De zachtmoedige Indianen leverden tegen geringe betaling een overvloed aan wild en vis. De nieuwe gemeente begon daarmee zijn vormen aan te nemen. Na een half jaar vertrok de briefschrijver om in de buurt van de andere kolonisten een plantage te stichten. Ondanks ongun- Uitsnede uit een kaart in de Atlas portatif pour servir it /’intelligence de I’histoire philosophique et politique, Amsterdam, 1773. stige omstandigheden slaagde hij erin om op een hoog boven de rivier gelegen plek een bedrijf te vestigen, waarop hij gewas- sen verbouwde en vee hield. Na de florissante beschrijvingen van het nieuwe land die hen hadden aangelokt, viel de werkelijkheid bitter tegen. De kolonisten die in Frankrijk een leven als landheer had ­ den geleid, moesten nu zelf aan het werk. Slaven waren er nog niet. Door het natte kli- maat verliepen de oogsten ongunstig, ook bracht het ziektes als malaria met zich mee. Een aantal emigranten hield het zware leven niet vol. Zij vertrokken naar de door hugeno ­ ten gestichte stad Charleston, die in later tijd de hoofdstad van South Carolina zou wor- den. Een ander week uit naar New York. Aajke Brunt Noot: 1. Molly McClain and Alessa Elleson, A letter from Carolina, 1688: French Huguenots in the New World, William and Mary Quaterly, april 2007, p. 377- 394. Het verslag uit 1688 (H.A.T. inv.nr. 334).