pagina 7 lente 1995

Kemgegevens pachtbedrijven landgoed Twickel aantal bedrijven: bedrijfstype: hoofd- of nevenbedrijf: leeftijd ondernemer: gebruik cultuurgrond: melkquotum: 1980 103 1994 73 rundvee bedrijven 23 % intensieve veehouderij 7 % gemengde bedrijven 70 % hoofdbedrijf 86 % nevenbedrijf 14 % tot 40 jaar 52 % 40-50 jaar 34 % ouder dan 50 jaar 13% totaal beschikbaar 1815 ha gemiddeld per bedrijf 1994 25 ha gemiddeld per bedrijf 1980 16 ha gebruik als grasland 73 % gebruik als maisland 27 % totaal ca. 15miljoen kg per ha (1815 ha) 8.264 kg per bedrijf (54 bedr.) 278.000 kg Scenario 2 gaat uit van een structuur van 50 melkvee- bedrijven met ieder 400.000 kg melkquotum en beperkte aantallen andere graasdieren. Voor varkens en pluimvee is in dit scenario geen plaats; in dit scenario moet het melk ­ quotum op het landgoed worden uitgebreid van 15 tot 20 miljoen kg. Scenario 3 gaat uit van 38 melkveebedrijven met ieder 400.000 kg melk (dit komt ongeveer overeen met het bestaande totale melkquotum op het landgoed) met daar- naast enkele gespecialiseerde intensieve veehouderij bedrijven. Hier zou ruimte zijn voor 3150 mestvarkens of 31.000 moederdieren (pluimvee) of andere varianten. Uitgangspunt bij scenario 3 is een maximale ammoniak- emissie van 68.000 kg NH 3. Resultaten Uit de enquete en de berekeningen zijn een aantal belangrijke conclusies te trekken. Landbouwstructuur: * Sinds 1980 is het aantal op het landgoed gevestigde pachtbedrijven met 30% gedaald; de gemiddelde opper- vlakte kon hierdoor sterk stijgen van 15,6 tot 25 ha; in totaal hebben de huidige 73 bedrijven 1815 ha in gebruik waarvan 248 ha buiten het landgoed (meestal eigen- dom). * Er zijn relatief veel jonge boeren of opvolgers; dit bete- kent dat de afname van het aantal bedrijven in de komen- de periode trager zal verlopen dan in de afgelopen 15 jaar. * 2/3 van de bedrijven kent twee of meertakken; 1/3 van de bedrijven is gespecialiseerd in een tak; de melkveehou- derij is de belangrijkste tak. * Het melkquotum waarover de pachtbedrijven beschik- ken is gemiddeld 8.264 kg/ha; dit is te gering om de bedrijfsvoering volledig te richten op de melkveehoude- rij; hiervoor is minimaal 10.000 kg/ha nodig. * Sinds 1980 is demelkveestapel op het landgoed met24% afgenomen; als oorzaken kunnen worden genoemd de melkquotering sinds 1984 en de toegenomen productie per koe.De melkveestapel nam op Twickel minder af dan landelijk (27%); dit komt doordat melkquotum van stop- pende pachters via de stichting ten goede kwam aan „toe- komst”-pachters (er verdween dus geen quotum) terwijl verschillende pachters buiten het landgoed quotum aan- kochten. * De intensieve veehouderij heeft zich sinds 1980 onge ­ veer gestabiliseerd terwijl er landelijk nog sprake was van een flinke groei. Zo groeide landelijk de varkenssta- pel met ruim 30% Op Twickel daalde het aantal fokzeu- gen met maar liefst 50% Dit werd slechts zeer ten dele gecompenseerd door een groei van 12% van de mestvar ­ kens. * Het grondgebruik is beperkt tot gras- en maisland; ande ­ re bouwlandgewassen komen nagenoeg niet meer voor. Mestproductie Bij de dierlijke mest zijn twee elementen van belang; fosfaat (P205) en nitraat (N). Om vervuiling van het grond- water te voorkomen streeft men naar evenwichtsbemes- ting waarbij niet meer fosfaat en nitraat wordt toegediend dan de gewassen opnemen. Tot nu toe worden de bemes- tingsnormen uitgedrukt in kg. P205 per ha. Zo mocht in 1994 maximaal 150 kg P205 per ha maisland en 200 kg per ha grasland worden uitgereden. De regels worden echter aangehaald; in het jaar 2000 zullen de maxima resp. 70 en 110 kg bedragen (deze maxima zijn nog in discussie). Op het landgoed Twickel was in 1994 de gemiddelde fosfaatproductie 125 kg/ha dus geen overschot. Bij een autonome ontwikkeling tot 2000 (scenario 1) zou de fos ­ faatproductie dalen tot 109 kg/ha dus een overschot van ca. 10% ten opzichte van de te verwachten normen. Bij de sce ­ nario’s 2 en 3 daalt de fosfaatproductie verder tot 82 resp. 71 kg/ha dus 20 tot 30% onder de norm. Veebezetting in 1980, 1994 en in 2000 Diercategorie 1980 1994 2000 2000 2000 scen.l seen.2 seen.3 melk- en kalfkoeien jongvee meststieren mestkalveren zoogkoeien mestvarkens opfokvarkens fokzeugen biggen leghennen moederdieren slachtkuikens schapen geiten paarden 3.277 3.041 506 801 027 10.183 632 1.927 2.487 17.116 32.370 18.000 214 018 073 2.501 2.400 775 547 121 11.444 112 972 2.140 5.072 32.370 28.000 281 086 092 2.250 2.850 2.180 2.850 620 509 232 9.131 100 848 1.905 4.515 29.133 25.200 245 086 092 0 0 300 0 0 0 0 0 0 0 45 86 92 2.109 2.109 * * 300 * 245 086 092 * in scenario 3 is een beperkte ruimte voor intensieve veehouderij.