pagina 7 lente 1991 tijdschrift

kristallen voorwerpen worden aangelegd. Na een langduri- ge zoektocht konden van zolder tot de kelder ruim 3000 objecten worden opgespoord, die voor registratie in aan- merking kwamen. Na sortering konden er tellingen worden verricht”, vertelt de glasdeskundige. Fotoboeken Van alle glazen voorwerpen werden foto’s gemaakt. Dit deel van het werk nam de echtgenoot van mevrouw Koning voor zijn rekening. Elk voorwerp kreeg vervolgens een nummer en een eigen inventariskaart met daarop een bijbe- horende foto. Op een dergelijke kaart werd de vorm, deco- ratie, datering, afmetingen, materiaal, techniek, huidige toestand en de locatie in het huis vermeld. Daarnaast wer ­ den er aparte fotoboeken aangelegd van al het aanwezige glas. Met deze fotoboeken in de hand is visuele herkenning voortaan erg eenvoudig; immers het nummer van de foto correspondeert met dat op de inventarisatiekaart met daar ­ op de uitvoerige beschrijving. Periodieke inventarisaties behoren hierdoor nu tot de mogelijkheden. Mevrouw Meta Koning-Van Rooijen toont een roerner, die in de tweede helft van de I8e eeuw in Zuid-Nederland werden geblazen. Rubricering Het is verbazingwekkend hoe mevrouw Koning erin geslaagd is systeem aan te brengen in deze immense hoe- veelheid glas. Ze vertelt dat hieraan flink wat denkwerk voorafging: ’’Gekozen werd uiteindelijk voor een rubrice ­ ring in de twee hoofdgroepen food en non-food voorwer ­ pen. De foodrubriek werd weer verder onderverdeeld in deelgroepen, zoals bijvoorbeeld: karaffen met stop, gele- genheidsbokalen, drinkglazen, schalen en kommen. Onder non-food vinden wij uiteenlopende zaken als: presse- papiers, inktpotten, siervazen, kandelaren en toiletaccesoi- res. Elke deelgroep kreeg een letter”. Deze letter tezamen met het eerder genoemde nummer maakt identificatie sim- pel en snel. ’’Zelfs een computer kan het niet veel sneller”, beweert mevrouw Koning. Dateren Het dateren van het glas bleek soms eenvoudig omdat ze kon terugvallen op beschrijvingen in handboeken of door vergelijking met andere collecties, bijvoorbeeld in musea. Slechts zelden waren oude nota’s uit het Twickelarchief be- hulpzaam, omdat de beschrijving meestal niet precies ge- noeg was. ’’Glas kent in tegenstelling tot bijvoorbeeld porcelein ook geen merkjes. Je zult dus vaak op je kennis van glas en kristal aangewezen zijn om bijvoorbeeld een neo-stijl van een oorspronkelijke stijl te kunnen onder- scheiden. Wanneer ik er helemaal niet meer uitkwam, kon ik een be- roep doen op een aantal kenners van buiten. Zo hebben de heer Lameris (bekend van het TV-programma Tussen Kunst en Kitsch), professor Henkes, de heren Jorg en Rit- sema van Ek mij van tijd tot tijd van advies gediend”, licht de enthousiaste vrijwilligster toe. Het oudste glas, dat op Twickel werd aangetroffen, dateert uit eind zeventiende en begin achttiende eeuw. Het betreft hier een aantal roemers. Het meest recente glas (afgezien van nog later gebruiksglas) dateert uit de Art Deco perio- de, d.w.z. de dertiger jaren. Hoogtepunten Onder de oudere voorwerpen vallen vooral de genoemde roemers en het V.O.C.-glas op, vanwege hun enorme historische betekenis. Verder was ook een hoogtepunt in de Twickelcollectie het zogenaamde Lauenstein glas. ”Als een ondergeschoven kindje, genoot dit glas lange tijd weinig waardering. Toen Duitse glaskenners uit Hamburg op ver- zoek dit glas onderzochten en herkenden als het echte Lau ­ enstein glas, nam de waardering toe en kreeg het een meer prominente plaats in het huis. Opmerkelijk was volgens de kenners de grote hoeveelheid intacte exemplaren van dit unieke glaswerk”. Opvallend was ook de enorm grote vazencollectie hierop Twickel. Blijkbaar kocht de laatste baron uit liefhebberij graag bloem- en siervazen, voornamelijk in Londen en Parijs. Dit verklaart, volgens mevrouw Koning, de aanwezigheid van ruim 300 verschillende vazen. Plannen De inventarisatie en grondige beschrijving van het glas en kristal werd reeds vorig jaar afgesloten, maar inmiddels is mevrouw Koning al weer druk bezig met een volgend pro ­ ject. Nu wordt er gewerkt aan een inventarisatie van al het porcelein en aardewerk. Samen met de heer Zur Kleinsmie- de, die overigen alle optische instrumenten in het huis gein- ventariseerd heeft, probeert zij nu op dezelfde systema- tische manier alle voorwerpen te beschrijven. De exacte tel ­ lingen en metingen, door de heer Zur Kleinsmiede verricht, zijn daarbij een grote hulp. Beide vrijwilligers zijn het er- over eens: ”Het is tijdrovend, maar uiterst boeiend werk”.