“Het is goed zo… ” Na ruim 25 jaar houdt de textielrestauratiegroep van kasteel Twickel op te bestaan. In die kwart eeuw hebben de vrijwilligsters veel textiel in handen gehad; van gordijnen tot haardschermen en van kussens tot kleding. “We hebben veel lief en leed gedeeld." Donderdagochtend in de oude bodekamer van het kasteel: elke week komen hier de dames van de textielrestauratiegroep bij- een. In het midden van de kamer staat een grote ovale tafel, een tafel aan de zijkant is bezaaid met lappen stof en klossen garen. De grote lampen aan het plafond schijnen fel. Achter in de kamer staat de grote bok, gemaakt door de houtzagerij van Twickel, waar het laatste werk van de textielgroep overheen gedrapeerd ligt: de loper van de grote trap die van de benedengalerij naar de tussenverdieping leidt. Vier dames zijn met naald en garen bezig aan het laatste onderdeel van een grote restauratie. “Het is best zwaar werk omdat het een grote en zware loper is”, vertelt Anny Schuurman. “Daarbij is het soms lastig de naald door het stugge kleed te halen. Langzaam maar zeker naderen we elkaar.” Vanaf 2010 wordt er aan de trap- loper gewerkt. Voor de kasteeldagen in juni moet de traploper weer op zijn plek liggen. Dan zit het werk van de textielrestauratie ­ groep van kasteel Twickel er na ruim een kwart eeuw op. Haardschermen In 1987 zette Siep Grootenhuis de vrijwilli- gersgroep op. Zij had in Engeland ervaring opgedaan bij werkzaamheden voor de National Trust, die natuurgebieden, kastelen en parken beheert. Samen met Anny Hardick begon zij aan een van de eerste klussen: het restaureren van twee haardschermen uit de periode rond i860. Daarna zijn nog vele andere textielvoorwerpen gerestau- reerd: gordijnen, lampenkappen, speel- goedpoppen, waaiers, kleding, meubilair. De textielrestauratiegroep is door de jaren heen gevormd door een zevental dames, van wie een viertal nu nog actief is. Door een combinatie van leeftijd, gebrek aan op- volging en het feit dat het werk bijna klaar is, houdt de groep op te bestaan. “Het is goed zo, maar 00k wel met een beetje pijn in het hart”, zegt Lucy Hakstegen. “We konden altijd prima met elkaar overleggen en we hebben veel lief en leed gedeeld.” In de mappen die de groep heeft bijgehou- den staan behalve foto’s en beschrijvingen van restauratiewerkzaamheden 00k veel Gerestaureerd haardscherm. foto’s van uitjes, bezoek van Sinterklaas en de gezellige kofflepauzes in de keuken. Overleg lemand die de groep veel heeft geleerd over hoe te werk te gaan bij de restauratie van oud textiel is Stephen Cousens. Hij was vanaf 1980 jaren verbonden aan het Rijksmuseum in Amsterdam als hoofd- conservator textiel. In de beginjaren van de textielrestauratiegroep is hij tijdens een cursusweek opgetreden als gast- docent. Onder zijn leiding is een start ge ­ maakt met de restauratie van de zijden gordijnen uit de Drostekamer. Overleg was altijd van wezenlijk belang voor er werd begonnen aan een klus. Anny Schuurman: “We begonnen altijd met of het de moeite waard zou zijn om te res ­ taureren. Vervolgens hoe we het gingen aanpakken, welke materialen we konden gebruiken en waar we die materialen dan vandaan haalden? Via-via kwamen we er eens achter dat er een zijdemuseum in Zeeland was, waar we ooit voor de restau ­ ratie van lampenkapjes nieuwe zijde hebben gekocht. Maar 00k verschillende stoffenzaken hebben ons geholpen de juiste stof of het goede garen te vinden.” Dat overleg van belang is, bleek 00k bij het herstel van de gordijnen uit de Dros ­ tekamer. In een van de mappen die de groep heeft bijgehouden, staat hierover: “In eerste instantie zou er met draad van polyester-monofil worden gewerkt. Dit is zeer dun en konden we eigenlijk niet goed zien. Uiteindelijk werd besloten om te gaan werken met zijdegaren, wat Siep had meegebracht. Er ging een hoera op!” Anny Schuurman, Diny Leushuis, Doris Weerkamp en Lucy Hakstegen (vlnr) herstellen met naald en draad de traploper.