pagina 6 zomer 2002

De resultaten Soorten en aantallen varieren per jaar. Dat heeft niet alleen te maken met de weersomstandigheden, maar ook met een aantal onbekende factoren, die het onderzoeken overigens alleen maar interessanter maken. Door het jaar heen is het volgende beeld van de route te geven. Op mooie dagen in het vroege voorjaar, wanneer in het Braamhaarsveld ook de wulp zich laat horen, beginnen de soorten, die als vlinder overwinterd hebben te vliegen: citroenvlinder, dagpauwoog, kleine vosen en het bont zandoogje zitten te zonnen op het zand. Het echte voorjaar begint, als de pinksterbloem zich boven het gras heeft verheven en het oranjetipje langs de slootrand patrouilleert. Meestal wordt op Koninginnedag de toepasselijke eerste waameming gedaan. Gedurende de maand mei verschijnen als vaste gasten ook de witjes: klein geaderd witje, klein koolwitje en groot koolwitje. Zeldzamer zijn in dit seizoen de eerste generatie van het landkaartje, de kleine vuurvlinder, het boomblauwtje en de gehakkelde aurelia, die dan in kleine aantallen voorkomen. Sterk fluctuerend zijn de aantallen groentjes en argusvlinders: in sommige jaren bijna mas- saal en andere jaren nagenoeg afwezig. Voorjaar Eind mei begint de vliegtijd van een van de ‘kroon- juwelen’ van Twickel: het bont dikkopje. Deze, op de Rode Lijst als bedreigd vermelde soort vliegt in het zuiden en oosten van het land. Twickel is de uiterst westelijke grens van de populatie, die haar hoofd- vestiging in Duitsland heeft. Het bont dikkopje leeft op grassen en is erg honkvast. In 1994 leek de soort te zijn verdwenen, maar in 2001 bleek hij te zijn teruggekeerd in hetzelfde transect. Een verklaring voor die tijdelijke af- wezigheid is niet te geven, omdat zich in het biotoop geen noemenswaardige veranderingen hebben voorgedaan. Een paar weken later, meestal in de derde week van juni, verschijnen de kleine ijsvogelvlinders in de laatste transecten van de route. Op de Rode Lijst staat deze soort vermeld als kwetsbaar. Deze onmiskenbare soort, met zijn zwart-witte vleugels houdt van open plekken in het bos, waar de waardplant, wilde kamperfoelie, en de favoriete nectarplant, de braam, aanwezig zijn. Door het ver- dwijnen van grote braamstruiken bij de waterloop aan het eind van de route zijn de waargenomen aantallen in de laatste jaren afgenomen. Overigens is de kleine ijsvogel- vlinder ook op tal van andere plaatsen in Twickel waar te nemen. Hoogseizoen Het hoogseizoen op de route, speciaal wanneer het gaat om de aantallen vlinders, begint in juli en duurt tot half augustus. Tientallen koevinkjes en soms ook bruine zand- oogjes fladderen laag boven de grond. Het groot dikkopje is massaal te vinden op braam, distel en grassen. De ver- wante zwartspriet- en geelsprietdikkopjes vliegen enige weken later, maar in minder grote dichtheden. Wanneer het koninginnekruid bloeit, komen de zomer- generaties van de dagpauwoog, de kleine vos -zij het veel minder dan tien jaar geleden -, het landkaartje, maar ook de atalanta en de distel vlinder er op af. Bij het tellen van vlinders volgens de methodiek van de Overzicht de waargenomen exemplaren over 1990 – 2001 Soorten aantal Koevinkje 1845 Groot dikkopje 931 Klein geaderd witje 692 Bont zandoogje 663 Klein koolwitje 613 Argusvlinder 541 Kleine vos 492 Bruin zandoogje 381 Citroenvlinder 343 Kleine vuurvlinder 290 Dagpauwoog 263 Groot koolwitje 235 Oranjetipje 162 Zwartspriet dikkopje 151 Hooibeestje 85 Geelspriet dikkopje 83 Landkaartje 81 Atalanta 76 Kleine ijsvogelvlinder 76 Groentje 57 Boomblauwtje 30 Icarusblauwtje 22 Distelvlinder 19 Eikenpage 16 Gehakkelde aurelia 14 Bont dikkopje 6 Heideblauwtje 3 Koninginnepage 1 monitoring loopt de waarnemer zijn route en beperkt bewust zijn blik tot vijf meter vooruit en omhoog en 2,5 meter links en rechts. Daardoor blijft datgene, wat zich bij voorbeeld op het Braamhaarsveld afspeelt buiten die registraties. De waameming van een heideblauwtje op de route in het afgelopen jaar, wekte echter de nieuwsgierigheid op. Met de verrekijker konden meer dan vijftig exemplaren op het heideveld worden geteld. Het heideblauwtje is een Rode Lijstsoort met de status kwetsbaar. Het lijkt er dus op, dat er sprake is van een vestiging van een nieuwe populatie op het Braamhaarsveld. Dat zou het resultaat kunnen zijn van het afplaggen van een deel van het veld, waardoor kale stukjes ontstaan, die voorwaarde zijn voor het overleven van de mpsen van het heideblauwtje. Nazomer Gedurende het naseizoen, in September, neemt de vlinderrijkdom zichtbaar af. Speciaal wanneer de bermen zijn gemaaid, zijn er weinig nectarplanten die overblijven. In mooie nazomers zijn er dan nog kleine vuurvlinders, een enkel icarusblauwtje en late atalanta’s zichtbaar. De tellingen van route 074 worden opgenomen in de bestanden van het CBS. Jaarlijks verschijnt een verslag over de landelijke resultaten. Daarin staan de trends vermeld over de toe- en afname van soorten en aantallen vlinders in Nederland. Soms is het mogelijkeen landelijke trend naar de route te vertalen. Maar vaak ook niet, want iedere route heeft zijn specifieke kenmerken. De Arkmansweg is in ieder geval een gebied om zuinig op te zijn. Jaap van de Woord