pagina 6 zomer 2001

drijven. In het najaar keert de rust terug en de reeen voegen zich dan weer samen in familieverband, de ’sprongen’. Maatregelen Voor het voorkomen van valwild kunnen we ver- schillende maatregelen treffen. Langs verharde wegen worden wildspiegels geplaatst. Dit zijn bermpaaltjes met een metalen plaatje, waarin’s nachts het licht van auto- lampen wordt teruggekaatst. Het ree schrikt terug van de lichtflits en blijft staan. De Twenthekanalen zijn in de laatste jaren voorzien van ‘wilduittreedplaatsen’. Dit zijn onderbrekingen in de steile beschoeiing. Hierdoor is het aantal verdrinkingen drastisch gedaald. Intussen is Rijkswaterstaat tussen Goor en Lochem al begonnen met de aanleg van milieu- vriendelijke oevers. Het is de bedoeling dat over dertig jaar het gehele Twenthekanaal is aangepast: geen ver ­ drinkingen meer en de rietkragen zullen dan vele mogelijkheden bieden voor het broeden van vogels. In de laatste jaren zijn spoorlijnen ontwikkeld die geluidsarm zijn. Dit is mooi voor de mens, maar een nadeel voor het wild. De dieren horen het geluid nu vaak op te korte afstand. In augustus 2000 trof ik’s morgens langs de spoorlijn tussen Delden en Hengelo twee doodgereden jonge reekalveren aan. De moeder had waarschijnlijk net gewisseld. Voorlopig zijn nog geen maatregelen getroffen om het wild op afstand te houden van het treinverkeer. Dit is wel het geval bij de autosnelwegen. Langs de Al en de A35 zijn nieuwe wildafrasteringen geplaatst en onder de weg door zijn wildtunnels gegraven. Hierdoor kunnen dassen, vossen, marterachtigen en zelfs reptielen veilig wisselen. Reeen maken geen gebruik van tunnels; hiervoor zouden ecoducten moeten worden aangelegd. Ook is het mogelijk bestaande viaducten voor mede- gebruik van reewild geschikt te maken. Elk jaar worden er reewildtellingen gehouden. Dit gebeurt door telploegen, waarin ook niet jagende mensen mee doen. Als blijkt dat de stand te hoog is, wordt er een afschotplan gemaakt. Dit voorkomt onrust in het veld, waardoor verkeersslachtoffers ontstaan. Respecteren van regels Aan de gevel van de jachthut tegenover het jagershuis Casa Nova hangt een vijfendertigtal geweitjes van reeen, allemaal verkeersslachtoffers van de laatste jaren. Deze dieren zijn niet gedood door jagers, zoals veel mensen denken. De recreant kan meewerken het valwild te beperken door het respecteren van de regels. Betreed geen rust- gebieden, wijk niet af van opengestelde paden en houdt honden aan de lijn. Parkeer de auto aan de rand van het wandelgebied en pas uw snelheid aan in bosrijke omgevingen. Hans Spijkerman Een ree is lief, maar soms ook agressief Reeen zijn vaak te vinden in een open veld in de nabijheid van een bosrand. Foto: H. Spijkerman. Het reewild is rijkelijk over het landgoed verspreid. We praten over geiten, bokken en kalveren. Een ree is een zeer territorium gebonden dier. Ik zeg wel eens: “Een ree is lief, maar in bepaalde periodes zeer agressief’. Een reebok laat in de maanden november – december zijn gewei afvallen. Dit zijn de ‘afwerpstan- gen ’.In de wintermaanden vormt hij een fluweelachtig bastgewei. Als dit in het voorjaar volgroeid is, gaat hij hiermee ‘vegen’. In de bosbouw levert dit nogal wat schade op, omdat de bok voor het vegen vooral jonge boompjes opzoekt. Bij het vegen laat de bok een geur achter. waarmee hij aangeeft dat het territo ­ rium bezet is. In de wintermaanden is reewild zeer familie gebonden. De reeen leven dan in ’sprongen’, dat wil zeg- gen in groepen van vijf tot soms wel vijftien dieren. Ze dragen dan hun dikke grijsbruine wintervacht. Als men een ree tegen zijn kont kijkt, noemen wij de witte vlek die dan te zien is, de ’spiegel’. Aan de spiegel kan men ook zien of het dier mannelijk of vrouwelijk is. De spie ­ gel van een reegeit is groter en is voorzien van een kwastje of staartje Bij onrust gaat de spiegel open en wordt de witte vlek groter, zodat de dieren elkaar op de vluchtroute in de gaten kunnen houden. De volwassen reegeiten worden in de bronstijd gedekt of beslagen. Deze periode ook wel de bladtijd genoemd loopt van 15 juli tot 25 augustus. Bij de gedekte geit blijft de vrucht stil lig- gen tot begin januari. Daama groeit de vrucht naar mate het voorjaar vordert. Bij koud weer ligt de groei weer stil. De meeste kalveren wor ­ den in mei geworpen of geboren. H.S.