pagina 6 zomer 1994

Blik vanuit de rotsluin op de vijver omstreeks 1960. Foto: L. van Heek. Barones Van Heeckeren had voor de oorlog een enorm assortiment planten, rotsplanten, bollen, knollen en een- en tweejarige planten in haar tuin. Zaaigoed Na de oorlog ging ze steeds meer zaaigoed gebruiken, dat langer en uitbundiger bloeit. Een kleine uitleg. Eenjarigen zijn planten, die in het voorjaar worden gezaaid, meestal in een verwarmde kas, dan verspeend en later uitgeplant op bedden of in de koude bak om dan vlak voor de bloei of net in bloei, na IJsheiligen (na de periode 11-15 mei) op de plek van bestemming te worden geplant. De bloei valt ‘s zomers. Planten die in juni worden gezaaid en die in het volgend voorjaar bloeien, noemt men tweeja- ng. A1 dit zaaigoed werd vroeger in de moestuin gezaaid. Evenals het verbouwen van groente is dit een zeer arbeids- intensieve aangelegenheid. Om verzekerd te zijn van een constante kleurenpracht plantte men de tuin in vroeger jaren meer dan twee keer per jaar in, door opeenvolgende zaaisels op te kweken. Ook werd hetzelfde zaad op een droog en op een vochtig gelegen bed ingezaaid in de moes ­ tuin, zodat er onafhankelijk van een nat of droog seizoen, altijd wel iets van opkwam. Dat dit alles werd gedaan werd door een groot aantal tuinlieden spreekt vanzelf. De moestuin raakte na 1975 buiten gebruik, omdat er bezuinigd moest worden. Het “plantsoen” moest nu van elders betrokken worden. Kwekers terughaalden en die een uitgebreider assortiment konden aanbieden. De laatste tien jaar is er aandacht besteed aan planten op kleur met bloemen die een meer natuurlijk uiterlijk heb- ben, vaak enkelbloemig, wat rotsplant-achtig, wat verfijn- der en in harmonierende kleuren, geplant in kleinere groe- pen. Van dichtbij, men mag immers over het gras lopen, gaf dat een dromeriger, gevarieerder beeld. Van veraf gaf het minder effect. Kweker Sliitter te Boekelo werd bereid gevonden om aan al de wensen te voldoen. Hij bestelde het zaad van de vaak moeilijk te kweken troetelkinderen bij o.a. “de Cruydt-hoeck”, soms wel 70 verschillende soorten. Hij was en is altijd bereid om met ons te experimenteren. Zijn vrouw heeft inmiddels ook de smaak te pakken gekregen. De grond Zaaigoed wortelt niet diep en moet zeker in de buurt van bomen veelvuldig worden gegoten. De grond werd wel flink gemest, maar niet met stalmest. Er was dan ook geen structuur meer en de grond was op vele plekken uitge- loogd. Dit voorjaar is er een beregening aangelegd. Dit spaart een arbeidsdag in de week en de grond zal veel min ­ der uitspoelen. Voor de grondverbetering werd oude stalmest, zwarte tuinaarde, potgrond en bladgrond aangebracht. Dit werk, en daarom ook de hele verdere uitvoering, heeft emstige vertraging ondervonden door de zeer natte zomer, herfst en winter van 1993. De borders waren niet bereikbaar zon- der de grasmat te vemielen. Ook het herplaatsen van de ste- nen ondervond daardoor grote vertraging. De planten De verhouding zaaigoed/vaste planten was ongeveer 70/30. Ieder jaar werden er 10.000 plantjes in de rotstuin geplant. Afgezien van de kosten is het beter deze verhou ­ ding 30/70 te maken. De aanleg vraagt om mooie bladvormen. Planten met mooi blad zijn bijna altijd schaduwplanten en deze zullen zich thuisvoelen in de veel schaduwrijker geworden tuin. Een tuin is geen museum. Men heeft te maken met de levende natuur, onderhevig aan het weer, ziekten, vraat, groei en sterfte. Ook mode en aanbod spelen een rol. Mevrouw Van Heeckeren bleef immers ook aanpassen en experimenteren met het plantenaanbod in de verschillende perioden. Het nieuwe plan heeft een basis van overjarige (vaste) planten. Daarbij heb ik rekening gehouden met wat er nog aanwezig was. De oude plantlijsten van mevrouw Van Heeckeren hield ik bij de hand, hoewel ik niet altijd dezelf- de varieteiten koos. Ik lette op de bloeiperiode (gedurende de openstelling van de tuin). Eenjarigen koopt men in mei na IJsheiligen, wanneer er geen vorst meer te verwachten is. Daama zijn de kwekers snel uitverkocht. Daar er weinig eenjarigen zijn die aan de eis van constante bloei konden voldoen, verarmde het gebruikte assortiment. Er werden soorten met gemengde kleuren gebruikt en planten met felle contrasterende kleu ­ ren, die perksgewijs werden ingeplant. Rode salvia, gele afrikaan, vlijtige lies, knolbegonia etc. In de jaren tachtig waren er een paar kwekers die de ouderwetse soorten Ondermijnd De voorjaarsbeplanting van tweejarigen zal achterwege blijven. Alle rotsborders hebben bepaalde kleurschema’s, die tezamen ook weer harmonieren. De kleurstelling is blauw, roze wit, geel, lila, paars, purper, zwart-rood, bor- deauxrood en vele kleumuances die daar tussenin liggen. Richting park gaat het over in fel rood, donker paarsblauw, oranje en geel. Deze kleurschema’s paste ik ook al toe met