auteur

Chantal Ophuis

Herfst is de periode waarin de bosbeheerders er op uit trekken om bomen te blessen. Maar wat betekenen de verschillende tekens? Blijft een boom met een blauwe stip staan of wordt ie juist geveld? Op pad met bosbaas Gert-Jan Roelofs. “Weet je waar het woord blessen vandaan komt?”

 

Blauwe stippen en gele strepen in het bos

Gewapend met een spuitbus verf en een hoogtekaart baant Gert-Jan Roelofs zich een weg door een dicht begroeid deel van het bos in de Ruwe Braak, dat redelijk dicht bij het kasteel ligt. Hij draagt een hoed en beschermende kleding voor zijn benen. Om de zoveel meter tuurt Roelofs op de kaart en

krijgt een boom een inke gele streep opgespoten. Door deze gemarkeerde bomen te volgen, ontstaat er een dunningspad in het bos. Roelofs vertelt enthousiast: “Het is deze herfst de eerste keer sinds de natuurlijke verjonging, dat in dit gebied gedund moet worden. Daarom moet er eerst een pad worden uitgezet waar een harvester, een machine die de bomen velt, en een uitrijdmachine overheen kunnen.” Het is best een lastige klus, zegt Roelofs, omdat er op Twickel veel sloten en houtwallen door de bossen lopen. De hoogtekaart biedt hulp. “Op de kaart kan ik precies zien waar de sloten en houtwallen lopen en kan ik een zo ideaal mogelijk pad uitzetten. Het is belangrijk dat dit goed gebeurt omdat bij volgende dunningen hetzelfde pad gevolgd moet worden. Tegenwoordig gebruiken we ook wel GPS waardoor heel duidelijk vastligt waar de dunningspaden precies lopen.”

Achter het dunnen van het bos zit een heel systeem. Twickel is ingedeeld in zes compartimenten; drie in de noordelijke en drie in de zuidelijke gebieden, waarbij bepaalde stukken zijn aangemerkt als gebied met een natuurfunctie, een houtproductie-functie of een combinatie van beide. In

totaal is er op Twickel ongeveer 1000 hectare bos met een houtproductie-functie. Jaarlijks komt er uit de bossen van Twickel zo’n 4000 kuub aan houtoogst. Het hout wordt door verschillende partijen gekocht en verwerkt tot spaanplaat, papier, kisthout en zaaghout. Ook de zagerij van Twickel maakt met behulp van bomen uit de eigen bossen planken
en balken maar bijvoorbeeld ook tafelbladen. Elk jaar wordt
in een van de compartimenten gedund. Half oktober wordt begonnen met het markeren van bomen. Roelofs: “Gemiddeld twee ochtenden in de week ben je wel aan het blessen. Weet je trouwens waar dat woord vandaan komt? Vroeger hakte men met een bijl een stuk schors weg. De vorm die dat achterliet leek op de bles van een paard. Tegenwoordig gebruiken we spuitverf, dat is beter te zien.”

Bij het blessen van bomen hanteert Roelofs twee criteria. Het eerste is dat er alleen bomen worden geveld waardoor andere bomen worden begunstigd. Die bomen krijgen dan meer groeiruimte en kunnen zich ontwikkelen tot kwalitatief betere bomen. Het tweede criterium is dat er nooit meer

Bosbaas Gert-Jan Roelofs: “Al blessend leer je het bos goed kennen.”