pagina 6 winter 2006

Zuidwijksemolen, l n juweeltje de polder De kleine Zuidwijkse polder- molen ligt aan de Veenwatering te Wassenaar, ten zuidoosten van het in het geboomte schuilgaande ‘Huis Zuidwijk’, eigendom van de stichting Twickel. Dit unieke natuurland- schap met haar landerijen behoort grotendeels aan ‘Zuidwijk’ en ‘Santhorst.’ Dankzij de welwillende medewerking van Baronesse M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer van Aldenburg Bentink en haar toegewijde rentmeester ir. C. Brunt, kon de molen in juli 1972 warden overgedragen aan de Rijnlandse Molenstichting. De poldermolen bemaalde oorspronkelijk de Zuidwijksepolder (ca. 75 ha.). De ronde stenen watermolen met een riet bedekte kap is van het type grondzeiler en voorzien van een gesloten houten scheprad buiten de molen. Het rad heeft een doorsnede van 3 meter, is 30 cm breed en heeft een op- voerhoogte van 50 cm. Uniek aan de molen is een smalle houten sprenkelstraat naast het scheprad. Door de houten bovenas ste- ken de Oudhollands opgetuigde roeden met een lengte van 14.5° meter. Op de groen geschilderde ‘baard’ met witte rand staat in okergele letters ‘ZUIDWIJK’. Het bemalen van de polder gebeurt sinds drie jaar door de vrijwillige watermulder, de heer C. van der Lede. Vanaf boerderij ging mijn voet- tocht door drassige weiden, waar zwanen de heerschappij voeren, richting molen. De draaiende wieken van het ‘juweeltje’ be- groetten mij al tijdens de twintig minuten durende tocht, waarbij laarzen niet overbo- dig waren. Tijdens de koffie in de molen vertelde Van der Lede vol verve over de geschiedenis. Het Hoogheemraadschap van Rijnland verleen- de 20 maart 1632 vergunning voor de bouw van een nieuwe watermolen voor de toen te stichten Zuidwijksepolder. Op de kaart van 1647 staat de poldermolen van het type wip- molen. Omstreeks 1700 werd deze vervan- gen door de huidige stenen watermolen. Jacob Unico Wilhelm van Wassenaer Ob- dam (1760-1812) laat omstreeks 1800 de ‘Condition’ opstellen, waarop het ‘be- maalen van de Zuijdwijker Poldermolen werd besteed’. Hierin staat nauwkeurig omschreven waaraan de watermulder zich te houden heeft. Zo zal de molenaar ‘gehou- den zijn ten alien tijde zoo wel bij nagt als bij dag te maalen, als er water in de polder is, en de keuren van Rhjnlandt zulks toelaeten De molenaar moest, wanneer de molen draai- de, daar bijblijven. Op 12 januari 1951 is door het springen van een ijzeren band onder de molenkap de watermolen buiten gebruik gesteld. Binnen enkele dagen stond een groot gedeelte van de Zuiswijksepolder onder water. Door in- grijpen van Baron Schimmelpenninck van der Oye werd op 22 januari een duiker opengezet, waardoor water van de Zuid ­ wijksepolder werd geloosd op de Duiven- voordse en Veenzijdse polder. Een maand later werd rapport uitgebracht van het voorgevallene. De plaats van de watermolen was goed gekozen, deson- danks werd voorgesteld om in de nabijheid van boerderij ‘Zuidhof’ een elektrisch vij- zelgemaaltje te plaatsen. Dit gebeurde pas in i960, toen de molen door een roede- breuk buiten werking was. De Rijnlandse Molenstichting verzochtop 12 januari 1971 Baronesse van Heeckeren van Wassenaer de molen te mogen kopen en te restaureren. Dat dit hoognodig was, liet een bijgevoegde foto overduidelijk zien. Mede op grond van de deplorabele staat waarin het molencomplex verkeerde, besloot de Barones in juli 1972 de molen voor een gulden te verkopen aan de Rijn ­ landse Molenstichting en de ‘molenwerf’ in bruikleen te geven. Twee maanden later brandde de sterk vervallen molen door vandalisme uit. In de jaren 1976/77 volgde een complete restauratie. Op de stenen romp na werd de molen geheel nieuw. Toch zei Van der Lede bij mijn vertrek:“Weet je, deze watermolen behoort tot de oudste stenen poldermo- lens van Zuid-Holland. Helmig Kleerebezem